Ziende blind, Luc. 18, 31 – 43

In een vorige woonplaats Wijchen zaten onze kinderen bij het kinderkoor van de kerk. De vaste begeleider van dat kinderkoor was een pianist, die geweldig kon pianospelen. Wat het extra bijzonder maakte was dat hij blind was. Hij woonde in Nijmegen en elke week was er een andere ouder die hem met de auto ging halen en brengen. Zelf heb ik hem in die jaren ook een paar keer gereden – een ritje van zo’n 20 minuten – en me erover verbaasd dat hij altijd, als we er bijna waren maar de auto nog reed, zei: ‘Zo, daar zijn we weer’. Ze zeggen wel, dat blinde mensen hun overige zintuigen extra ontwikkeld hebben. Ze horen beter, ze voelen beter en ruiken misschien ook wel beter. Als je geen ogen hebt, moet je het van je andere zintuigen hebben. Zou dat zo zijn?

Bij deze zondag hoort het evangelieverhaal over de genezing van de blinde man. De lezing is de klassieke tekst voor de zevende zondag voor Pasen. Vanaf deze zondag wordt er geteld naar Pasen toe. De Latijnse naam is Esto mihi is ontleend aan het begin van psalm 31: wees voor mij een toevlucht, een rots. Een psalm waarin het gebed om genezing centraal staat.
In de lezing klinkt al door waar het de komende tijd in de liturgie over zal gaan, de weg van Jezus’ lijden, de weg van zijn gehoorzaamheid.
En dat heeft deze blinde in het verhaal al beter door dan alle anderen.
Heeft hij daar een bijzonder zintuig voor?

Deze blinde bedelaar die langs de kant van de weg zit, hoort het rumoer en vraagt aan de mensen wat er aan de hand is. Zij vertellen hem dat Jezus van Nazareth voorbij komt.

Uit zijn reactie blijkt dat hij beter aanvoelt, door heeft, om wie het hier gaat dan de andere omstanders. Hij begint meteen te roepen, te schreeuwen: Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij. En als de omstanders hem toesnauwen dat hij zich stil moet houden, begint hij nog harder te roepen: Zoon van David, heb medelijden met mij.

Zoon van David. Dat is opmerkelijk. En dat die blinde juist dat roept, laat zien dat hij beter aanvoelt, beter begrijpt, wie Jezus is dan alle omstanders met hun ziende ogen. Zij zijn ziende blind, u kent de uitdrukking.

Zoon van David, dat is een naam, een titel voor de Messias. En de Messias dat is de gezalfde, letterlijk, dat is de verlosser, de bevrijder, de mens die van Godswege zal komen om redding te brengen. Op de komst van de Messias richt zich de verwachting en de hoop van de mensen. Door het hele evangelie heen speelt die verwachting op de achtergrond mee en gaandeweg het evangelie wordt duidelijk dat Jezus de Messias is.

Jezus is de Messias, maar, Hij is dat niet op de manier zoals de mensen dat verwachten. Hij is niet de Messias die met geweld en met vertoon van macht zijn volk en de mensen komt bevrijden. Zijn Messiasschap is van een andere orde. Het wordt gekenmerkt door lijden en door sterven en door de bereidheid om zijn eigen leven op het spel te zetten.

Dat is echt anders en dat zorgt steeds weer voor misverstand. Jezus is Messias, verlosser en bevrijder, maar heel anders dan de mensen, toen en nu, verwachten.

Door heel het evangelie heen is dat misverstand aan de orde als een soort rode draad. Als Petrus, één van zijn leerlingen die het dichtst bij hem staat, op een gegeven moment zegt: U bent de Messias, dan begint Jezus te spreken over het lijden dat hem wacht. Maar dan blijkt meteen dat dat niet in Petrus’ plaatje past, hij wijst dat fel af.

Elke keer als Jezus zinspeelt op het lijden en op de dood die hem wachten, dan treedt dat onbegrip het meest pijnlijk aan het licht. Dat blijkt ook hier. Want voorafgaande aan de ontmoeting met de blinde man, heeft Jezus met zijn leerlingen gesproken (Hij nam de twaalf apart) juist over dat lijden.
En als de blinde man begrijpt dat het Jezus is, en Hem uit alle macht roept: Heb medelijden, dan zijn het de omstanders die hem berispen.

Dit onbegrip van de leerlingen is een terugkerend motief in het evangelie. Het verhaal moet je nu zien tegenover dit onbegrip van de leerlingen. Het is een contrastverhaal. Een spiegelverhaal. In de spiegel van de blinde bedelaar die het wel ziet – hij weet immers Jezus op waarde te schatten, roept hem aan als Zoon van David, tot twee keer aan toe, en doet een beroep op zijn medelijden; – in de spiegel van de blinde bedelaar die het licht ziet, krijgt het onbegrip van de leerlingen die het maar niet bevatten kunnen extra contour. Er wordt een spel gespeeld, met zien en blind zijn, en omgekeerd blind zijn en toch kunnen gaan zien. De blinde ziet het goed. Hij ziet het licht. De leerlingen, die er de hele tijd met hun neus boven op staan, zijn ziende blind. Ze blijven in de duisternis van hun onbegrip gevangen.

Het is het laatste genezingsverhaal in het evangelie. Meteen hierna gaat het over de intocht van Jezus in Jeruzalem. Hij heeft het doel van zijn reis, zijn levensreis bereikt.

Hierna gaat het alleen nog maar over de gebeurtenissen in de laatste week van zijn leven, op weg naar het kruis, de gesprekken in de tempel, enzovoort. Hierna openbaart zich dus in volheid de weg van Jezus, de weg van de Messias, niet met geweld en met macht, maar de weg van de Zoon van David, de ware Koning, die oog heeft voor het geringe en het verachte. Die het roepen hoort van zijn volk: Heb medelijden!
Die daarom de weg van het lijden gaat, van sterven en opstaan.
En de genezen man volgt Hem op die weg, en looft God. Eerst bad hij Kyrie, nu zingt hij het Gloria.

Geloven heeft iets van blind aanvoelen waar het bij Jezus om begonnen is. Dat is nog iets anders dan blind geloven, want dat klinkt toch teveel alsof je je inzicht thuis moet laten, uit moet schakelen en het maar blind moet geloven. Nee, het gaat om een geloven dat de eigen zintuigen juist tot het uiterste spant, niet een oppervlakkig geloven, waar je je eigen persoonlijkheid bij uitschakelt, maar juist een geloven, een weten, een voelen dat geboren wordt uit een maximale opmerkzaamheid, uit volle aandacht.
Een voelen voorbij aan de woorden dat hier, bij deze Jezus, Zoon van David, ook onze redding gelegen is. Dat je bij Hem moet zijn, en dat in Zijn weg, zijn kruis, zijn sterven, zijn opstaan zich een dimensie van leven ontvouwt waar het echt waardevolle en betekenisvolle schuilt. Dat je bij Hem écht mens wordt. Weer op eigen benen wordt gezet en je eigen weg kunt vervolgen, zoals bij de blinde.

Misschien kan er in jouw leven, in uw leven, ook iets gaan schuiven. Kan het zijn, dat je tot de ontdekking komt dat je iets wezenlijks over het hoofd hebt gezien, terwijl je er al die tijd met je neus boven op stond. Of dat je gaat zien, inzien, dat een bepaalde manier van doen of reageren eigenlijk een patroon is geworden waarin je gevangen zit, of waarin je de mensen in je omgeving vast hebt gepind. Maar als je het eens anders gaat bekijken, vanuit een ander perspectief, dan komt het er heel anders uit te zien. Ik zeg maar wat..

Zo gaan die verhalen werken, zo gaan ze hun werk doen.
Dat is voor iedereen anders, net wat jij nodig hebt, of waar jij voor open staat.
Maar in zijn algemeenheid geldt dat dergelijke Bijbelverhalen helpen kunnen om je ogen te openen voor wat nu werkelijk belangrijk is en waar het nu echt op aankomt.
En heeft dat niet op een of andere manier te maken met de weg die Jezus gaat? Dat maakt dat het de moeite waard is, ieder jaar weer de weg naar Pasen te gaan, 50 dagen af te tellen, met het oog gericht op Jezus, want daar toch ergens is het geheim van het leven, het onverwoestbare leven te vinden.

Dat kun je zelf ontdekken. Door mee te gaan. Door net als de blinde je vertrouwen geheel en al op Hem te stellen. Alles wat daarvoor nodig is, is niet meer dan te kunnen roepen met de zogenaamde blinde man: heb medelijden met mij!

Weet dan: Hij hoort jouw roep. Hij kent jouw nood.
Hij heeft jou al lang gezien.

En Jezus zegt: Uw geloof heeft u gered

Amen

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *