Als ik zeg dat er onder gelovigen verschillend wordt gedacht, is dat als het intrappen van een open deur. Dat is altijd zo geweest. Niet alleen tussen de verschillende kerken, van orthodox tot vrijzinnig, maar ook binnen de ene kerk, laten we het bij onze eigen PKN houden. Verschillen van inzicht over geloofszaken, over maatschappelijke thema´s, over wel of niet steun voor kerkasiel, vluchtelingen, over groene kerk, enzovoort.
Nu kun je zeggen, dat veelkleurigheid een groot goed is. We hoeven elkaar niet de maat te nemen, of de wet voor te schrijven. Die tijd hebben we gehad.
En toch.
Deze week was ik in een gesprek waarin iemand haar verbazing uitte over hoe het kan dat sommige christenen zo totaal anders denken en doen. En ja, het ging over Amerikaanse christenen, die geweld verheerlijken, die vierkant achter hun president staan, die Israël onvoorwaardelijk steunen, zich tegen abortus keren, laat staan euthanasie, anti-homo, anti-migranten, die zelfs tegen zaken als ‘mededogen’ (empathie) als een zonde zien, omdat het de kracht van het christelijk geloof zou verzwakken.
Tja, Amerika. Maar ook in ons land en in Europa zie je zulke christenen, die extreemrechtse ideeën of partijen aanhangen, zwaar conservatieve katholieken in Oost-Europa, of cultuurchristenen zoals ze zich bij ons noemen, dat klinkt wat sjieker, maar ondertussen.
Hoe kan dat?
Lezen we hetzelfde evangelie? Geloven we in dezelfde Jezus?
Je kunt van mening verschillen, maar zo uiteenlopend, zo extreem?
Misschien herkent u dat gevoel en deze vraag.
Volgens mij raakt het aan het verhaal dat we op deze zondag overdenken, de genezing van een blinde. Jazeker, maar er gebeurt van alles meer rondom deze blinde man. Eigenlijk te veel om allemaal op te noemen of in één preek te behandelen.
Ik kies voor dat aspect van wat ik maar even de spraakverwarring noem. De totaal verschillende manier waarop naar hetzelfde gebeuren wordt gekeken. De genezing van de blinde maakt nogal wat los. Blijdschap en bijval aan de ene kant. Begrijpelijk. Maar er wordt ook diametraal anders gereageerd.
De Joden – in het evangelie van Johannes een beetje stereotiep en schematisch neergezet – vinden er van alles van – de genezing vindt plaats op sabbat en dat mag niet; de man die de blinde heeft genezen, moet volgens hen dus wel een zondaar zijn. Het gesprek tussen hen en de genezen man krijgt een onaangenaam karakter.
De blinde man blijkt een begenadigd spreker te zijn. Als de Joden hem ondervragen, geeft hij tamelijk laconiek antwoord. ‘Het enige dat ik weet is dat ik eerst blind was, maar toen ik deed wat hij zei, modder op mijn ogen doen en afwassen, toen kon ik zien. Dat was het. Meer niet. Wat doen jullie nu moeilijk’, lijkt hij te zeggen.
En als ze doorvragen, zegt hij beetje ironisch: ‘wat vragen jullie mij het hemd van het lijf, ik heb het je toch verteld. Of willen jullie ook leerling van hem worden?’
En dan is de beer los, escaleert het conflict en vallen ze tegen hem uit.
Het draait op ruzie uit. Omstanders bemoeien zich er mee. Hoe kan het zo uit de hand lopen, hallo, we mogen toch blij zijn als een ongelukkige blinde de ogen worden geopend. Waar gaat het nu uiteindelijk om?
Is dat een verschil van inzicht? Een mooi woord, inzicht, in dit verband.
Natuurlijk wordt er ook hier een beetje gespeeld met de woorden ‘blind’ en ‘zien’, dat gebeurt vaker. Wie is hier nu eigenlijk blind?
Is er misschien meer aan de hand.
Wat zit er achter die felheid van de Joden, zoals ze hier genoemd worden. Zeg maar, de tegenstanders van Jezus?
Dat blijft wat boven het verhaal zweven.
Je kunt verschillende motieven bedenken voor hun tegenstand. Met het gevaar dat je er van alles in gaat leggen, in het verhaal.
Volgens mij krijgt het betekenis als je de tegenstand hier ziet tegen de achtergrond van het gehele evangelie, juist ook zoals we dat in deze tijd lezen, op weg naar Pasen.
Kort gezegd: de tegenstand groeit, bouwt zich op, verhevigt zich tot het straks in het lijdensverhaal tot een noodlottig hoogtepunt komt. Er is, door het hele evangelie heen, al iets van te merken, de ene keer nadrukkelijker dan de andere keer. De tegenstand, maar ook het onbegrip, van de leerlingen – ook in dit verhaal, aan het begin, al speelt dat verder nauwelijks een rol; daarnaast de onverschilligheid, die er ook is.
Jezus roept weerstand op. Zoals goedheid in deze wereld tegenstand oproept, ook uit kringen waarvan je het niet zou verwachten. Christenen die empathie een zonde noemen.
Maar terwijl de weerstand vooral bij de heersende groep lijkt te liggen, zien de gewone mensen als je het zo mag zeggen, de omstanders en deze genezen blinde in dit verhaal beter waar het op aankomt.
Aan het einde, is er opnieuw de ontmoeting tussen de genezen blinde en Jezus. Dan komt de man tot geloof en tot belijdenis. Jezus vraagt: gelooft u in de Mensenzoon? Als ik wist wie het was, zegt de man. Waarop Jezus reageert: U kijkt (!) naar hem en u spreekt met hem. Dan knielt de man in eerbied neer, Ik geloof. En dan zegt Jezus iets opmerkelijks: ‘Ik ben in de wereld gekomen om het oordeel te vellen. Dan zullen zij die niet zien, zien en zij die zien, zullen blind worden’.
Dat zijn van die typische zinnen uit dit evangelie, plechtig en tegelijk wat mysterieus.
Jezus komt om het oordeel te vellen.
En wat is dan de maatstaf voor het oordeel? Nou, dat is of je het werkelijk ziet, wat hier gebeurt en gaande is. Dat je goed kijkt, en wat is goed kijken, dat je ziet, inziet – om die woorden te gebruiken – waar het feitelijk om gaat.
De Joden vinden er van alles van. Dat Jezus op de sabbat geneest. Dat sowieso een blinde kan gaan zien, wil er bij hen niet in. Helemaal niet als deze genezen man ook nog eens niet op zijn mondje blijkt te zijn gevallen, ergeren ze zich groen en geel, schelden hem uit en jagen hem weg.
Maar, zoals één van de omstanders nuchter opmerkt: hoe zou een zondig mens zo’n wonder kunnen doen? Hoezo zou je iets zondig, verkeerds, willen noemen wat zo’n overduidelijke goed resultaat heeft. Daar gaat het toch om, dat een blinde weer kan zien. Dat ons de ogen opengaan. Waar bevrijding geschiedt, op welke manier dan ook, waar iets goeds gedaan wordt aan een medemens, daar kan je toch niet van zonde spreken, dat kan toch niet verkeerd zijn?!
Het gaat helemaal niet om theorie of om dogmatiek of om gehoorzaamheid aan menselijke regeltjes of kerkelijke voorschriften. Het gaat erom dat er bevrijding geschiedt. In gesprek met zijn ondervragers zegt de man, niet op zijn mondje gevallen: ‘Wat vreemd dat u het niet begrijpt, terwijl Hij mijn ogen heeft geopend. We weten toch dat God niet naar zondaars luistert, maar wel naar iemand die vroom is en zijn wil doet’.
Wat hier gebeurt, een blindgeborene die gaat zien, dat is naar Gods wil. Dat er een heilzame opening of doorbraak wordt gecreëerd, in verschillende opzichten.
Dat is de kern. Waar iets goeds gebeurt, daar is God aan het werk. Dat is wat Jezus laat zien, met heel zijn leven en hier in deze concrete genezing. Dat is de inhoud van zijn oordeel.
Als je moeite hebt met dat woord, oordeel, omdat er van alles in mee kan klinken en mensen er soms angst mee is aangejaagd, denk dan maar zo: Overal waar iets goeds gebeurt, voor de minsten van de mensen, zegt Jezus ergens anders (Mat. 25), overal waar in alle eenvoud een glas water wordt aangereikt, een stuk brood wordt gedeeld, mensen elkaar opzoeken en ondersteunen in hun nood, overal waar vluchtelingen worden opgevangen en zo voort, kortom, waar medemenselijkheid gebeurt, in alle eenvoud, zonder woorden maar met daden, wordt toegang tot het Koninkrijk gecreëerd. Dat is het oordeel.
De Joden, nogmaals, niet als volk maar als aanduiding voor de tegenstanders in het evangelie, maar ook daarna, dat zijn mensen die zich vastbijten in hun regeltjes, hun protocollen, hun theorieën – maar dan zie je het belangrijkste over het hoofd. Dat wat voor hun ogen gebeurt. Ze zijn ziende blind.
Het is de tragiek, als je dat woord mag gebruiken, van Jezus’ levensverhaal, dat zijn grenzeloze en openende en bevrijdende liefde, tegenstand oproept. Dat liefde met haat wordt beantwoord. Dat zijn goedheid die buiten de door mensen gemaakte lijntjes kleurt, uiteindelijk tot een fatale afloop leidt. Het verhaal van lijden en kruis.
Maar toch, in het oordeel is er ook genade. Of beter, het oordeel is genade.
Uiteindelijk overwint de kracht van de liefde alle tegenstand.
En zullen wij zien, en heel de wereld, met eigen ogen, open ogen – Gods bevrijding.
En wat moeten we nu, aan het einde, met al die christenen en gelovigen die het toch helemaal anders zien. Kunnen we elkaar nog bereiken?
Ik weet dat niet, eerlijk gezegd.
Wat me opvalt is dat Jezus hier tot aan het einde met zijn tegenstanders in contact, in gesprek is. Ook al naderen ze elkaar niet.
Uiteindelijk zal ons gesprek toch moeten gaan om welke consequenties en levenskeuzes je maakt op grond van het evangelie en het voorbeeld van Jezus zelf. Het kan er bij mij niet in, dat waar Jezus kiest voor menselijkheid, genezing, bevrijding, opening, waar Jezus mensen geneest en meeneemt in de beweging van het Koninkrijk, en ons uitnodigt aan zijn Tafel, wij ons voor anderen en voor elkaar zouden afsluiten, mensen buitensluiten, veroordelen, diskwalificeren of erger. Of zie ik dat helemaal verkeerd?