Preken

You need no ticket, Matteüs 22: 1 – 14

We krijgen allemaal wel eens een uitnodiging waar we verlegen mee zijn.
Het afscheid van een collega, met wie je niet zoveel had. De verjaardag van een kennis, met wie het contact inmiddels wat verlopen is. Eigenlijk heb je niet zo’n zin, weet je wel wat beters te doen. Maar je gaat toch. Afzeggen, dat kun je toch niet maken?

PRINTVERSIE

De gasten die uitgenodigd worden voor het bruiloftsfeest van de zoon van de koning, haken de een na de andere af. Dat is raar, haast niet te geloven. Zoals er wel meer ongelooflijks wordt verteld in deze gelijkenis van Jezus. Gelijkenissen hebben vaak iets overdrevens, iets onvoorstelbaars, en dat geldt in dit geval zeker. Denk je echt dat iemand zo’n uitnodiging, van de koning nota bene, achteloos naast zich neerlegt? Wat is hier aan de hand?
Iemand veronderstelt dat de koning kennelijk niet erg geliefd is (Franca Treur, in Opnieuw gelezen. Hedendaagse schrijvers over de parabels). Niemand wil komen. En als de koning aan blijft dringen door dienaren te sturen met een tweede uitnodiging, slaan ze die postbodes dood, om maar van het gezeur af te zijn. Je gelooft je oren niet.
Het ongelooflijke, zeg maar gerust ongeloofwaardige, gaat nog even door. Als reactie laat de woedende koning zijn leger uitrukken, de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. Licht aangebrand type, die koning?

Er is veel geweld in dit verhaal. Gezellig is anders.
Wat wil Jezus met deze vreemde gelijkenis vertellen?
Ik zal daar eerst iets over zeggen. Vervolgens ook over de vraag wat wij vandaag de dag aan moeten met een dergelijk verhaal. Zit er een boodschap in voor ons, voor mij?

Deze gelijkenis vertelt Jezus als hij in Jeruzalem is aangekomen. Dat is belangrijk om te weten. Jezus is in Jeruzalem, waar hij veel te vinden is in de tempel, in gesprek met de geestelijke leiders van het volk. De spanning rondom zijn persoon neemt toe. Binnen een paar dagen wordt hij gevangen genomen, begint het showproces, volgt zijn veroordeling en kruisiging. Kortom, het komt er steeds meer op aan. Slaagt Jezus er in zijn missie te volbrengen, zijn volk en hun geestelijke leiders te overtuigen van zijn boodschap van het Koninkrijk voor iedereen? Of blijven ze volharden in hun weigering om daaraan gehoor te geven? Blijven ze vasthouden aan eigen gelijk en eigen posities?

Als je dat weet, dan worden bepaalde aspecten van de gelijkenis opeens actueel in het licht van die situatie. De koning, dat is God zelf. De zoon is Jezus. Het bruiloftsmaal is ter gelegenheid van het nieuwe verbond dat God in Jezus wil maken met zijn volk. De weigering om te komen, spreekt voor zich. Zelfs de moord op de dienstknechten, die refereert aan de profeten die zijn vermoord omdat het volk niet naar hun stem wilde luisteren.
Vandaar die tweede ronde, als de boden opnieuw worden uitgezonden, nu om wie ook maar op straat uit te nodigen voor de bruiloft. Dat is niet omdat de koning anders met al dat eten blijft zitten (opnieuw: Franca Treur), maar omdat de bruiloft koste wat kost door moet gaan, het verbond van zijn liefde gevierd moet worden. Iedereen is nu welkom, zowel goede als slechte, staat er veelbetekenend. De koning maakt geen onderscheid.

Het is dus alsof je in de spiegel van de gelijkenis de geschiedenis van die tijd weerkaatst vindt.
Maar ook als je dit allemaal weet, blijft het ongemak met deze gelijkenis. Misschien nog wel sterker, want dat schematische voor en tegen, die agressie die er in doorklinkt, het anti-Joodse sentiment – dat heeft toch genoeg ellende veroorzaakt. Daar kun je met goed fatsoen vandaag de dag niet meer mee aankomen?

Dat is ook zo. En juist daarom is het goed dat er aansluitend een tweede gelijkenis wordt verteld, die van de man zonder bruiloftskleed. Ook dat is een lastige. Er is weer dat onbegrijpelijke geweld. Als de koning ziet dat één van zijn gasten niet gepast gekleed is, wordt deze arme man zonder pardon aan handen en voeten gebonden en eruit gegooid, in de uiterste duisternis, “daar zal zijn wening en knersing der tanden” zoals het zo beeldend staat in de Statenvertaling.

Er is van alles gefantaseerd over deze man. Hij zou eigenwijs zijn, eigengereid, tegen zijn zin de bruiloftszaal binnen gesleept, wat dan ook. De gelijkenis zelf laat het in het midden, en laat dus veel te raden over.

Ik vind zelf de uitleg aannemelijk, dat het hier gaat om onze eigen reactie op de uitnodiging voor de bruiloft, waarbij de bruiloft dan staat voor het verbond dat God in Jezus wil aangaan met heel de wereld en met alle mensen.
God biedt ons zijn liefde aan. Hij wil met ons verkeren. Met de goeden en de slechten.
Je kunt die uitnodiging afslaan – dat hoorden we in het begin. Omdat, en dat is veelbetekenend, de een het te druk heeft met zijn akker, de ander met zijn handel (vers 5). Andere dingen vinden wij belangrijker. De zaken van succes en gewin; onze eigen aspiraties, ons verlangen naar rijkdom en gewin. Is dat zo? Voordat je het weet wordt het zo’n vervelend moralistische uitleg. Maar toch? Het is te gemakkelijk om in die weigeraars alleen maar anderen te zien, de Joodse leiders van die tijd, of de mensen die nu bij de kerk afhaken, of er nooit echt in zijn geweest. Dat is eenvoudig en wel zo veilig. Maar het is veel lastiger om de vraag te stellen, wat is mijn reactie op die goddelijke invitatie? Stel ik de zaken van zijn koninkrijk – daar gaat de gelijkenis tenslotte over – stel ik het koninkrijk en zijn gerechtigheid boven alles, of gaan mijn zorgen, en dus mijn aandacht, toch vaak niet naar wat we zullen eten en waarmee we ons zullen kleden?

Als dan de bruiloftszaal gevuld is, met goeden en met slechten, met mensen uit heg en steg en van heinde en ver, de kerk als gemeenschap van zondaren en heiligen, als dan blijkt dat er eentje is die liever zijn eigen kloffie aanhoudt, die weigert zich te kleden naar de standaard van de bruiloft, het verbond, ja, dan kan de koning dat niet over zijn kant laten gaan.

Wie geroepen wordt, wordt geroepen om aan zijn roeping te beantwoorden, met daden van liefde en dienstbetoon. Geloof komt in daden uit. Dat is bedoeld met die bruiloftskleding. Dat gaat niet om een benepen oordeel over een zondags pak, of zo iets. Het bruiloftskleed is het beeld voor de daden die overeenstemmen met het geloof. Paulus gebruikt hetzelfde beeld, als hij het in zijn Galatenbrief heeft over de doop: “U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed” (3: 27). Het bruiloftskleed is de mantel der liefde.

Er is een ernst in deze gelijkenissen, die je niet straffeloos negeren kunt.
Het is de ernst van een levensbeslissing waarvoor ieder mens in zijn of haar leven komt te staan, telkens weer. Waar leef je voor? Waar leef je uit?
De uitnodiging klopt zacht maar beslist aan de deur van ons hart. Maar we hebben het te druk, met … onze akkers en onze handel .. vul het maar in. Voor je zelf, niet voor de ander. De uitnodiging blijft staan, wordt telkens opnieuw gedaan, Gods geduld is eindeloos.  
En zelfs als je die uitnodiging aanvaardt, als je gast bent op het bruiloftsfeest, dan is het nog niet gedaan. Dan kan het zomaar gebeuren dat je achteloos omgaat met wat je denkt te hebben of meent te zijn. Geloven is een levenslange leerweg. Je kunt zomaar de verbinding met het hart van de zaak kwijtraken. Dan komt het duister in mij en om mij opzetten, dan gaan er andere dingen aan mij trekken en raak ik innerlijk verscheurd. Ik doe niet meer wat ik eigenlijk zou willen. Ik ben niet wat ik eigenlijk zou willen zijn. Dat is in de gelijkenis het beeld van de duisternis, het gejammer en het tandengeknars.

Die dimensie is er, je kunt daar wel omheen lezen, maar dat lost het niet op. Integendeel. Beter is het om dat onder ogen te zien, om de waarschuwing in deze gelijkenis te horen en op jezelf te betrekken. Maar nog beter is het om achter die waarschuwing vooral de uitnodiging te blijven horen. Dat is toch wat uiteindelijk in het geheel de boventoon voert. De koning is geen wreed despoot. Hij wil met al zijn brandende hartstocht, dat de bruiloftszaal zich vult en dat de maaltijd gevierd kan worden. De bruiloft moet doorgaan. De zaal moet gevuld worden. Met goeden en met slechten. Ik mag er dus ook bij.
Die uitnodiging blijft staan
People get ready, You don’t need no ticket, You just thank the Lord.
(Gospellied van Aretha Franklin, dat gespeeld is in de viering)

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply