Overdenking

Woestijn Heilige, Marcus 1: 12-13

Iedere crisis is ook een kans.
Dat is een tegeltjeswijsheid, zoals ze dat noemen. Een uitspraak die je misschien al eerder hebt gehoord. Misschien wel tot vervelens toe.
Iedere crisis is ook een kans. Maar is dat ook zo?
Het wordt soms zo gemakkelijk gezegd, als een dooddoener. Maar als jij zelf in de crisis zit, kun je dat dan ook zo optimistisch zien, als een kans, of is dat te veel gevraagd?

Ik neem u terug in de tijd. Zeventienhonderd jaar geleden om precies te zijn. Dan zitten we aan het begin van de vierde eeuw. Want in 325 sticht Pachomius, een Egyptische monnik, de eerste kloostergemeenschap, in het woestijngebied tussen de Nijl en de Sinaï. Ruim tien jaar daarvoor was hij tot geloof gekomen, had het Romeinse leger verlaten, en was een volgeling van de zogenaamde woestijnheiligen geworden, vrome mannen die leefden in een zelfgekozen eenzaamheid. Kluizenaars. Pachomius verzamelt een aantal gelijkgestemde mannen en vormt daarmee een leefgemeenschap, het eerste klooster. Het begin van een traditie die voortduurt tot de dag van vandaag.

Wat het interessant maakt, en waar het me nu om gaat, is het moment waarop deze traditie van de woestijnheiligen, van het kloosterleven ontstaat. Zeventien honderd jaar geleden. Kort na het moment waarop het christendom de officiële staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk is geworden. Keizer Constantijn had zich in 313 bekeerd tot het christelijk geloof. Wat tot dan toe een minderheidsreligie was geweest, op zijn best getolereerd maar bij tijden ook zwaar vervolgd, is opeens de officiële religie van de macht geworden. Een grote en ingrijpende verandering, bepalend voor de geschiedenis van het Westerse christendom.
Het lijkt een succesverhaal, maar dit moment is ook wel ‘de zondeval van het christendom’ genoemd. De overgang van vervolgde religie naar heersende godsdienst wordt niet als een overwinning, maar als een crisis gezien. Waarom? Omdat vanaf nu kerk en staat samen gaan werken, omdat de kerk zich huwt aan de staat en aan de macht. De beweging die door een eenvoudige timmerman uit Nazaret in gang is gezet, die zelf verkondigde dat zijn macht niet van deze wereld is, dat wie wil heersen de dienaar, de minste moet durven wezen – deze beweging wordt veranderd in een machtsapparaat. De kerk verliest haar onschuld en voor sommigen, vanaf dat moment, haar geloofwaardigheid.

Het ontstaan van de kloosterbeweging, de spiritualiteit van de woestijnheiligen, is een reactie op deze machtswisseling. Het is frappant om dat in de geschiedenis te zien gebeuren. Dat deze beweging ontstaat op dit moment is geen toeval. Het is een reactie op wat er gebeurt, toen de macht de kerk binnen kwam.
Waar de kerk teveel de macht opzoekt, zijn er altijd mensen, heiligen, die een corrigerende beweging in gang zetten. Wat in de geschiedenis van Israël de kritische stem van de profeten is, is in het christendom het monastieke leven. De eenvoud van het kloosterleven, de ernst van de woestijnheiligen, de spiritualiteit van gebed en soberheid, later de zogenaamde bedelorden – ze zijn een blijvend waarschuwingsteken voor een kerk die teveel de macht zoekt, voor een kerk die het in uiterlijkheden zoekt.

Vandaag begint de 40daagse voorbereidingstijd op het Paasfeest, het hart van het christelijk geloof. Die periode begint ieder jaar in de woestijn, letterlijk en figuurlijk. Het verhaal van Jezus die door de Satan op de proef wordt gesteld. Hij wordt in de crisis gebracht, zou je kunnen zeggen. Is deze crisis ook een kans…?!

De woestijn is een bijzondere plek. De spirituele betekenis is, dat het een plaats is waar je geconfronteerd wordt met je zelf. Je komt je zelf tegen. Dan wordt het allemaal schraal. Je moet zien te overleven. Dat is de crisis.
De woestijnheiligen zochten deze plaats bewust zelf op. In het verhaal is het de Geest die Jezus de woestijn in dreef, staat er. Hij is er door goede machten omgeven; het is op een bepaalde manier goed dat hij hier ‘in de woestijn’ is. De crisis is ook heilzaam.

Ieder leven kent zijn crisis ervaringen, dat blijft geen mens bespaard. Dat weet je, zeker als je wat ouder bent.
Vandaag zijn er juist veel jongeren en jongvolwassenen die dergelijke crises doormaken. Als effect van de corona-tijd. Als een gevolg van de onzekerheid, die sowieso al groter is als je jong bent, wie ben ik, wat ben ik waard, wat wil ik met mijn leven. De crisis onder jongvolwassenen die klem komen zitten tussen de hoge eisen die prestatiemaatschappij stelt en die ze zichzelf opleggen. Laten we niet vergeten: Jezus is begin dertig, als hij uit de woestijn terugkomt.

Mensen die uit een crisis komen, zeggen weleens: het is het beste wat mij is overkomen.
Ook dat kan als een tegeltjeswijsheid klinken. Een geweldig cliché. Zeker als je dat voor een ander zegt, invult. Maar als het een echte ervaring is, dan klinkt daarin iets door van wat we eerder zeiden, iedere crisis is ook een kans en heeft ook een heilzame kant.
Niemand zoekt de crisis op. Niemand zit op een burn-out te wachten, of nog erger: op een depressie. Met corona hebben we het allemaal wel gehad. Niemand wordt vrolijk van verlies of gemis. Maar het leven spaart niemand. En als het je dan overkomt, kun je er sterker, krachtiger, bewuster uitkomen. Vanaf nu ga ik het helemaal anders doen. Of, in ieder geval een aantal dingen anders.
Soms heb je de crisis nodig, om je zelf beter te leren kennen. In een crisis valt er veel van je af, wat eigenlijk ballast is. Je komt tot de kern. En dat dat pijnlijk kan zijn, hoef ik u niet te vertellen.

Dat deze tijd, de veertigdagen, altijd weer opnieuw begint in de ‘woestijn’, is daarom van meer dan oppervlakkige betekenis. Het is goed om daar bewust bij stil te staan.
We weten niet wat die verzoeking van Jezus is geweest. Tenminste, de evangelist Marcus vertelt daar niets over. Andere evangelisten wel, maar daar hebben wij dit jaar niks mee te maken. Marcus houdt het bij de kale mededeling, dat Jezus veertig dagen in de woestijn verbleef. Zowel aantal als locatie zijn geen toevalligheden. Het getal veertig herinnert aan de veertig jaren dat het volk door de woestijn zwierf. De leertijd van Israël, de crisis waaruit het volk ontstond.

Op die plaats wordt Jezus dus op de proef gesteld. Het wordt verteld helemaal aan het begin van het evangelie, aan het begin van Jezus’ levensweg, meteen nadat hij door Johannes de Doper, de woestijnheilige, is gedoopt.
Als hij terugkomt uit de woestijn, is hij gelouterd, klaar om te doen wat hij moet doen, klaar voor het leven – meteen volgend op de woestijnervaring, staat er dat Jezus zijn prediking begint: het Koninkrijk van God is nabij, kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws!

Een laatste opmerking.
De crisis kan persoonlijk zijn, voor iedereen anders. Maar het kan ook een collectieve ervaring zijn. Er wordt tegenwoordig veel gesproken over de betekenis van deze bijzondere corona-tijd. En dan bedoel ik niet over het aantal besmettingen, over de maatregelen of het vaccinatieprogramma. Maar over de vraag, of er dingen blijvend zullen veranderen, of we straks weer op de oude voet verder gaan, of toch zaken anders gaan doen, op allerlei terrein. Ook in de kerk.

Ik heb daar ook wel een mening over, maar daar gaat het nu niet om. Het gaat mij meer om de grondhouding daaronder. Verspeel nooit een goede crisis. Misschien is wat wij nu meemaken wel een van God geschonken kans, om beter en sterker uit de strijd te komen. Als mens, als geloofsgemeenschap, als wereld…

De spiritualiteit van de veertigdagentijd, is de wijsheid van de woestijnheiligen. In de crisis, in de eenvoud, in de strijd, kom je bij je eigen kern.

Toen Jezus de Satan met zijn beproevingen achter zich liet, wist hij het zeker: Het koninkrijk van God is nabij. Zie je het nog niet…

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply