Overdenking

Wie zonder zonde is… Johannes 8, 1 – 11

Er zijn verhalen in de bijbel, die spreken zo voor zichzelf, dat uitleg overbodig lijkt.
Als Jezus zegt: Wie zonder zonde is, laat die als eerste een steen werpen – dan hebben degenen tot wie hij dat woord richt, geen nadere toelichting nodig. Ze druipen één voor één af. Er wordt niets meer gezegd. Ze begrijpen de boodschap.

Het is een verhaal dat direct tot je verbeelding spreekt.
Zo’n typisch voorbeeld van een Bijbelverhaal met een boodschap van alle tijden. Want, wie is niet zonder zonde…

Dus? Wees voorzichtig met je oordeel… Is dat de boodschap? Of is de boodschap, dat we helemaal niet moeten oordelen?
Maar, is dit verhaal dan zonder oordeel? Als we vinden dat die schriftgeleerden, die Jezus uitdaagden, mooi op hun nummer zijn gezet, dan vellen we toch ook een oordeel? En aan het einde, als Jezus de vrouw naar huis laat gaan, zegt hij er bij: zondig vanaf nu niet meer. Dat klinkt alsof hij ook vindt dat ze toch heeft gezondigd…

Als je er even over nadenkt, dan zijn er genoeg vragen naar aanleiding van een verhaal dat in eerste instantie zo helder lijkt. Soms moet je het eerst wat ingewikkelder maken, om dieper door te dringen. Soms moet je goede vragen stellen, om te ontdekken waar het in het verhaal ook over mij gaat. Want we kunnen wel met een zeker leedvermaak naar de schriftgeleerden wijzen, maar als Jezus zegt: Wie zonder zonde is… dan zegt hij dat ook tegen mij!

Een paar opmerkingen bij dit verhaal.

Er wordt een vrouw bij Jezus gebracht die betrapt is op overspel. Overspel. Dat is zo oud als de wereld. Wat een ellende. Als je dat meemaakt in je omgeving, of misschien zelf wel, dan weet u daar alles van. Wat kunnen mensen veel stuk maken in de liefde. Is het wel liefde? Of wellust? Een kort moment van begeerte, waarna je daarna op de blaren moet zitten.
Wat weten we er eigenlijk van.
In het verhaal wordt er niks van gezegd. Bijbelverhalen zijn vaak zo beknopt dat ze van alles te raden en te vragen overlaten.
Misschien is het goed, dat in onze eigen situatie voor ogen te houden. Wat weten we er eigenlijk van? Och, praatjes gaan makkelijk rond, zeker over zoiets smeuïgs als overspel, vreemd gaan … maar zijn we dan niet eigenlijk al in de buurt van waar het hier straks om gaat, om dat te makkelijke oordelen….

Er wordt een VROUW bij Jezus gebracht.
Je zou denken, er zijn toch tenminste twee die het spelletje spelen. Waar is die man? Heeft die dan geen overspel gespeeld? Komt hij er zo maar mee weg?
Het lijkt er op en dat heeft iets ongemakkelijks.
Nog steeds is het zo dat de man zich op het seksuele vlak veel meer kan veroorloven dan vrouwen en meisjes. Was het wel overspel, met wederzijdse instemming? Of voelde de vrouw in kwestie zich overweldigd, vaak de zwakkere partij, kon ze geen weerstand bieden, wilde ze niet? Of was het juist dat het initiatief van haar uitging? Ook hier geldt, wat weten we er eigenlijk van.

Wat we wel weten, is dat het vandaag de dag nog veel te vaak gebeurt dat vrouwen ongevraagd worden lastig gevallen, aangerand of erger. Nog veel te vaak komt de mannelijke dader ermee weg, door te zeggen dat ze het zelf wilde, dat het een onschuldig bedoeld grapje was, dat ze te uitdagend gekleed ging, of wat dan ook. Blaming the victim, zoals dat in goed Nederlands heet:  het slachtoffer krijgt de schuld toebedeeld. De omgekeerde wereld.
Op een website over geweld tegen vrouwen lees ik:
“Seksueel geweld is een paraplubegrip en omvat alle seksueel getinte handelingen die tegen de wil van het slachtoffer gebeuren. Dat kan gaan van een kneepje in de bil of een vrouwonvriendelijke opmerking tot aanranding en verkrachting (…) Grensoverschrijdend seksueel gedrag is diepgeworteld in de maatschappij: 53 % van de vrouwen is ooit lastig­gevallen en 22 % was minstens één keer slachtoffer van seksueel geweld”.

Het is goed om dit soort dingen te benoemen, juist bij dit verhaal, ook al weten we niet in hoeverre dat hier aan de orde is. Het verhaal is zoals gezegd uiterst beknopt. Maar iedereen begrijpt wel dat het bij een situatie als deze er wel degelijk toe doet, wat de omstandigheden en motieven zijn geweest. Tenminste, als je recht wilt doen aan alle betrokkenen. Er is altijd een verhaal bij, een achtergrond.

Dat gebeurt hier niet en daar gaat het degenen die de vrouw bij Jezus brengen ook helemaal niet om. Zij zeggen zoveel als: er is een geval van overspel geconstateerd, dus moet er nu gestraft worden. In de wet van Mozes staat het zwart op wit: zulke vrouwen moeten gestenigd worden. Overspel = steniging. Punt uit. Nou ja, ze zeggen het net even iets anders. Ze leggen de kwestie aan Jezus voor. De wet van Mozes draagt ons op… wat vindt u ervan?
Dat is een slimmigheidje. De verteller merkt het ook op. Ze zeggen dat om Jezus op de proef te stellen, om hem uit de tent te lokken…
Als het erop aan komt, zijn ze niet zozeer geïnteresseerd in de vrouw of in haar situatie, ze zijn er vooral op uit om Jezus in het nauw te drijven. Zodat ze een aanklacht tegen hem in kunnen dienen.

Ook dat is, als je er even over nadenkt, tamelijk ontluisterend.
De vrouw – ze blijft in het verhaal anoniem, ook straks in de ontmoeting met Jezus – de vrouw is niet meer dan een geval, een aanleiding. Haar verhaal interesseert de mannen niet wezenlijk. Ze behandelen haar als een object, als een middel voor hun eigen doeleinden. Ze wordt gebruikt. Misbruikt. Ook deze minachtende manier van doen is een vorm van geweld. Het is de ontkenning van haar bestaan, van haar waardigheid.

En nu staat die vrouw daar.
In het midden. Dat wordt tot twee keer toe vermeld, om het te benadrukken.
Je ziet het beeld voor je. De vrouw in het midden. De priemende ogen, de wijzende vingers, de blikken die doden, op haar gericht.
Ze staat daar voor Jezus. Te schande?

Vooralsnog gebeurt er niets. Of niets? Jezus schijft op de grond.
Wonderlijk. Raadselachtig. Wat schrijft hij daar? Geen mens die Weet hij het niet? Probeert hij tijd te winnen?
De spanning loopt op. Ze dringen bij Jezus aan.
Dan richt hij zich op en met één gerichte uitspraak haalt hij de angel uit de hele situatie.

Wie zonder zonde is…

Een woord als een steen in de vijver.

Ze druipen bedremmeld af. Ze laten Jezus alleen, met de vrouw, die in het midden stond. Het wordt nog maar eens benadrukt.

En pas dan wordt het woord tot deze vrouw gericht, door Jezus. Hij is de eerste en de enige in dit verhaal die haar werkelijk ziet staan, die haar aanspreekt. Hij is de enige met aandacht voor haar.

– Heeft niemand je veroordeeld?
– Niemand, heer.
– Dan doe ik dat ook niet. Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer…

Hij beschermt haar. Hij komt voor haar op. Hij, Jezus, vraagt niet door. Van wat er gebeurd is, wil hij niets weten. Hij randt haar niet aan met zijn nieuwsgierigheid of met zijn oordeel.
Ga naar je huis, maar … zondig niet meer. En hij laat het aan haar om dat laatste concreet in te vullen.

Deze zomer heb ik de biografie gelezen van Abel Herzberg. Herzberg was één van de belangrijkste Joodse stemmen in Nederland in de 20e eeuw. Hij was zijn leven lang zionist, pleitbezorger van een eigen staat voor het Joodse volk. In de oorlog zat hij met zijn vrouw gevangen in Westerbork en later Bergen-Belsen, maar overleefde. Hij heeft veel gepubliceerd, onder andere over zijn ervaringen in de oorlog. Van huis uit was hij advocaat. Hij overleed in 1989, maar nog ieder jaar, rond zijn verjaardag 17 september, wordt er de Abel Herzberglezing gehouden en is er aandacht voor zijn gedachtengoed.

Ik citeer een fragment uit zijn biografie:

“Herzberg heeft zich in zijn praktijk als advocaat weinig met het strafrecht beziggehouden, maar de kwestie van de juridische en morele verantwoordelijkheid van (oorlogs)misdadigers interesseerde hem zeer (…) Strafrecht, het vonnissen van mensen, vond hij in feite een hopeloze onderneming. ‘Je mag al blij zijn als de zaak volgens alle regelen van de kunst verloopt en als de rechtsmachine behoorlijk gesmeerd is. Begrip, in de zin van een echt menselijke verstandhouding, moet je niet verwachten (…)
Bij een andere gelegenheid zei hij: “Ik heb altijd het gevoel gehad dat het strafrecht een testimonium paupertatis is. Een bewijs van onze armoede omdat we het leven niet aankunnen. We straffen mensen omdat we niet weten wat we met ze moeten beginnen”.

Liefde is nodig, voor wat hij ‘genezend begrip’ noemde. Rechters en aanklagers ‘die zich hullen in toga en bef’ kunnen dat niet leveren. Daar zijn andere mensen voor nodig, mensen die uit andere bronnen putten. ‘Die bronnen hebben altijd bestaan en zullen ook niet ophouden te vloeien en de mensen zullen er altijd behoefte aan hebben daaruit te drinken’, volgens Herzberg. (Arie Kuiper, Een wijze ging voorbij – Het leven van Abel J. Herzberg, 1998, p. 72 – 73).

Dit pareltje van een verhaal, Jezus en de vrouw, is zo’n bron waaruit we kunnen putten, voor genezend begrip. Dat vind ik een mooie uitdrukking. Genezend begrip, dat hebben we allemaal nodig, in onze samenleving en in eigen kring, om met mildheid elkaar vrijheid, ruimte en menselijkheid te gunnen.

Aan het einde loopt de anonieme vrouw het verhaal weer uit, het leven in. Ze was op het toneel gebracht door de mannen die haar hadden betrapt. Gevangen in hun logica, gebruikt met een heel andere opzet, om Jezus in de val te lokken. Ze stond in het midden. Moederziel alleen. Maar nu is ze bevrijd, gezien, aangesproken. Nu mag ze nieuw geboren opnieuw beginnen.

Gerrit Achterberg maakte een bekend geworden gedicht bij dit verhaal, waarmee ik graag wil afsluiten:

EN JEZUS SCHREEFT IN ‘T ZAND

Jezus schreef met Zijn vinger in het zand.
Hij bukte Zich en schreef in ’t zand, wij weten
niet wat Hij schreef, Hij was het zelf vergeten,
verzonken in de woorden van Zijn hand.

De schriftgeleerden, die Hem aan de tand
hadden gevoeld over een vrouw, van hete
hartstochten naar een andere man bezeten,
de schriftgeleerden stonden aan de kant.

Zondig niet meer, zei Hij, ik oordeel niet.
Ga heen en luister, luister naar het lied.

En Hij stond recht. De woorden lieten los
van hun figuur en brandden in de blos

waarmee zij heenging, als een kind zo licht.
Zo geestelijk schreef Jezus Zijn gedicht.

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply