Wie het kleine niet eert (Kerstnacht)

Een paar weken geleden bij de jaarlijkse Adrillenmarkt, stonden hier voorin de kerk allerlei verschillende Kerststalletjes opgesteld. Misschien hebt u dat ook gezien.
Toen ik dat zag, zei ik meteen: ‘dat moeten we met Kerst ook doen’.
En u ziet het resultaat.

Wat zegt u, u ziet het niet?
Tja, als je achterin zit is het misschien niet zo goed te zien. Het is een wat klein kerststalletje geworden, ik geef het toe.
Maar dan moet je straks maar even dichterbij komen.
Als je het niet kunt zien, dan kan het zijn dat er teveel afstand is.
Het kan ook zijn, dat je soms op een andere manier moet kijken. En dan ben ik eigenlijk meteen al bij de boodschap van deze kerstoverdenking. Wie het kleine niet eert…
Want het kleine zien we dikwijls over het hoofd.

Die grote mooie kerstboom, ijverig versierd door enthousiaste vrijwilligers, ja, die kun je niet missen. Wat groot en breed is, dat is in deze wereld onmiskenbaar aanwezig.
Een heel koor van zangers, die horen we wel.
Maar hoor je ook die ene stem, van de mens in nood, van een pasgeboren Kind?

Het is een schattig kerststalletje, het past in een snoepblikje. Ik zag het onlangs bij iemand op bezoek en van haar mocht ik het lenen voor deze Kerstnachtdienst.
En kort daarna stond er in de krant een artikel over ienemienie kerststalletjes, want het schijnt een trend te zijn?!

Waarom is dat zo populair? Waarom slaan we daar zo op aan? Ach, dat zullen we allemaal wel herkennen. Het kleine vertedert. Het is zo schattig. We worden er een beetje week van. En dat is universeel.

Ik heb het wel eens gezien, op een huiskamer in een verpleeghuis, met mensen met dementie – in de tijd dat mijn vrouw daar werkte. Sommigen diep weggezonken in hun eigen wereld, onbereikbaar. Maar dat verandert plotsklaps, als er muziek wordt gemaakt… of … als er iemand binnenkomt met een pasgeboren baby. Dan wordt er kennelijk iets dieps aangeraakt, dat sluimert op de bodem van de ziel. Reactie. Een glimlach, soms. Een gezicht dat wonderlijk opklaart.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat het ook werkt met puppy’s of met jonge katjes.
Maar misschien is dat hetzelfde.
Wat klein is vertedert. Roept een instinctieve reactie op, de behoefte om te zorgen, te koesteren, te liefkozen.

Suja, suja, slaap maar zacht / Door de mooie stille nacht.

Er is denk ik ook nog een andere reden, waarom dat kleine ons bijzonder raakt, juist in deze tijd en in de wereld van vandaag. Omdat we er misschien meer dan ooit behoefte aan hebben, als tegenwicht tegen alles wat zich groot en breed maakt. De grote monden, het geschreeuw om aandacht, de harde taal en de kille gebaren. In de politiek, de wereldpolitiek, op straat en in de media, op Internet en in de buurt. De lontjes zijn kort en de verontwaardiging uit zich snel. Voor het minste of geringste ontvangen bestuurders en politici, op ieder niveau, haatberichten of doodsbedreigingen.
Nu weet ik niet zeker of dat nu specifiek voor onze tijd is, of dat dit soort dingen altijd hebben gespeeld. Vroeger waren de mensen ook niet zachtzinnig voor elkaar.

Maar los daarvan, de behoefte om wat zachter en liever te zijn, om het kleine te eren en te waarderen, dat is een gevoel dat we allemaal kennen. Een gevoel dat misschien wel hoort bij het feest van Kerst dat we wereldwijd vieren.

Want dat onverwoestbare verhaal vertelt over het kleine begin dat God maakt in onze wereld. Niet met vertoon van macht, niet met brullend geweld, maar zacht als de wintersneeuw, een stille stem in het holst van de nacht, één kaars die het duister verdrijft.

God is mens geworden en Hij begint net als wij allemaal, als een kind. Een kwetsbaar kind, volledig afhankelijk van de zorg van anderen, van mensen die het koesteren, die het oppakken en warmhouden en liefkozen.

God is mens geworden, en er klinkt een lied in de nacht. Engelengezang. Hemelse klanken. En diep van binnen wordt onze ziel geraakt, en ook al zijn we misschien diep in onze eigen wereld verdwaald, gaan we meezingen, eerst nog aarzelend en straks misschien uit volle borst, van harte. De melodie van het levenslied. Van ieders levenslied.

Want dit mensenkind is onze vrede. Hij is gekomen om met ons mee te zingen, het lied van de vrede, van een wereld van zachtheid en liefde, van wapens die zwijgen, van monden die spreken in plaats van schreeuwen, van handen die strelen in plaats van slaan, van ogen die welwillend gade slaan in plaats van wegkijken.

U ziet het niet, zegt u? Dat kan. Misschien sta je te ver weg.
Misschien moeten we elkaar leren om het te zien. Dat is wat we hier elke zondag met elkaar oefenen, toch?

In het blad Elisabeth las ik een mooi artikel over hoe je het Licht van Kerst vast kunt houden, met een aantal tips, waarvan ik een paar graag doorgeef:
‘Wees elke dag dankbaar. Leef met open ogen voor wie God op je pad brengt.
Omarm eenvoud. Oefen jezelf in vergeving. Neem de tijd voor de ander. Verspreid liefde, ook online. Koester je naasten en als laatste: Bid dagelijks voor vrede’.

Het lijken kleine dingen, maar dan moet je toch wat dichterbij komen. Dan zie je hoe groot en wonderbaarlijk het allemaal is.

Dit Kind in de kribbe vertedert, het maakt je vanzelf stil en voorzichtig en behoedzaam. Opdat ook wij zo met elkaar en met onszelf om leren gaan.
En dan zullen we iets van dat kleine grote in deze wereld gaan verspreiden.

Wie het kleine niet eert…

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *