Overdenking

Wees verheugd

De oproep ‘Wees altijd verheugd’ heeft iets tegenstrijdigs, als je er even over nadenkt. Het is de tegenstrijdigheid van de oproep een emotie te vertonen, die pas echt is als ze spontaan ontstaat. Je kunt niet verplicht vrolijk zijn, toch?
Dat is waarom sommige feestjes pijnlijk kunnen mislukken.

Overdenking in de Adventsvesper zondag Gaudete

Nou ja, ik wil geen zuurpruim zijn en op alle slakken zout leggen.
We begrijpen de achtergrond van Paulus’ oproep wel. Vreugde en vrolijkheid horen bij het geloof, bij het leven. Het past zeker christenen niet, om vreugdeloos door het leven te gaan. Soms heb je misschien even die extra aansporing nodig. Alleen al daarom is het goed om bij elkaar te komen, zoals wij hier.

Vreugde en vrolijkheid, het zijn de stemmingen van het feest waarnaar we op weg zijn. Let er maar eens op in hoeveel Kerstliederen die woorden terugkomen.
Halverwege de Advent wordt er al iets van die vrolijkheid en vreugde van het feest van het Licht gemengd in de stemming van de dag – de zondag van het Verheugt u – Gaudete.

Het is goed om je daar op te richten. Ook innerlijk. Spiritueel.
Want wat je aandacht geeft, groeit.
Zo kan ook de vreugde in je zelf groeien, zich ontwikkelen. Als je het de ruimte kunt geven.

Misschien helpt het dan om naar de bron van die vreugde te gaan.
Want het hoeft niet alleen maar uit jezelf te komen. Kwestie van karakter of aanleg, die de een nu altijd meer heeft dan de ander.
Maar als het daarvan afhangt, dan wordt het werkelijk penibel om de vreugde echt te laten aarden in jouw leven.

Onze vreugde, ontstaat en welt op uit de bron van Gods goedheid.
Dát besef, wordt voor alle tijden verwoord in het loflied van Maria – dat wij kennen uit de Adventstijd – maar dat in de kloosters wereldwijd een vast onderdeel is van de vesperliturgie.
Het is de vreugde om de grote verandering die van Godswege plaatsvindt, de revolutie van het kind, de revolutie van de armen en de kleinen, die omhoog worden geheven.
Deze wereld omgekeerd, zoals het lied van Oosterhuis (1001) heet:

“Wie denken durft dat deze droom het houdt,
een vlam die kwijnt maar niet zal doven,
wie zich aan deze dwaasheid toevertrouwt,
al komt de onderste steen boven:
die zal kreunen onder zorgen,
die zal vechten in ’t verborgen,
die zal waken tot de morgen dauwt –
die zal zijn ogen niet geloven”

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply