Overdenking

Wees realistisch…, II Kon. 4: 8 – 37

De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
We hoorden hoe Jezus een jongen uit de dood terugroept het leven in. Ik zeg je: sta op!
Dat hebben we vandaag gelezen natuurlijk in verband met de verhalen van de profeet Elisa, die deze weken centraal staan. Ook bij Elisa zijn de wonderen de wereld niet uit. Sterker nog, in het verhaal van deze zondag zijn er minstens twee te noteren. Niet alleen wekt hij net als Jezus ook een jongen weer tot leven. Het feit dat het kind er überhaupt gekomen is, is al een wonder op zich.

Vandaag gaat het over dit verhaal, en over de wonderen daarin beschreven. Maar het gaat natuurlijk altijd om meer dan het wonder alleen, ook bij Jezus. Het gaat vanmorgen ook over de vraag wat wij met dat wonder moeten. En dan niet op de afgezaagde manier van wat we ‘nog’ met die wonderen kunnen, in onze tijd van wetenschap en vooruitgang en gezond verstand. Nee, het is juist omgekeerd, wat mij betreft gaat het erom waar wij in ons leven ruimte geven aan het wonder. Daar zouden we goed aan doen. Want geloof me, de wonderen zijn de wereld niet uit… En dat moet ook niet.

Maar eerst het verhaal van Elisa, de godsman.
We lezen zoals gezegd in deze weken enkele van zijn avonturen. Daarin spelen wonderlijke gebeurtenissen een belangrijke rol. Elisa zuivert waterbronnen met zout, laat een in het water gevallen bijl naar de oppervlakte drijven en zelfs na zijn dood, in het graf, hebben zijn beenderen nog een genezende kracht. En dan hebben we het nog niet over hoe hij de vrouw van een collega helpt door de olie te laten vloeien, hoe hij bedorven eten met wat meel zoet laat smaken en hoe hij van enkele broden toch genoeg weet te maken voor 100 profeten.

Het is, als het op wonderen aankomt, een beetje overkill bij Elisa. Je krijgt de indruk dat al dat machtsvertoon iets anders moet verhullen. Je kunt ook teveel wonderen doen. Dan krijgt het een tegengesteld effect… Als je een aflevering van MindFuck bekijkt, val je van je stoel van verbazing. Hoe kan het? Maar als je een hele serie achterelkaar kijkt, denk je op een gegeven moment, ik geloof het wel.

De genezing van de jongen is een verhaal dat tot de verbeelding spreekt, omdat het zo uitgebreid wordt verteld. De jongen helpt zijn vader op het land als hij plotseling naar zijn hoofd grijpt. Hij wordt door een van de knechts naar zijn moeder gebracht en sterft op haar schoot. Ze legt de jongen op het bed van de godsman – dat is Elisa. Voor hem hebben zij en haar man boven een kamer ingericht. Hij is ook degene die het echtpaar een zoon heeft beloofd. Het is alsof ze nu hem mede verantwoordelijk maakt voor de situatie. Ze gaat naar hem toe en zegt verwijtend: ‘Heb ik u soms om een zoon gevraagd? Heb ik niet gezegd dat u geen valse hoop moest wekken’.
Elisa wil het afdoen door zijn knecht Gechazi te sturen, die zijn staf op de jongen moet leggen. Maar de vrouw gaat niet zonder Elisa terug. En als een vrouw ergens op staat, weet je wat er gebeurt.

Gechazi is vooruit gegaan, maar zijn actie heeft geen resultaat.
Dan volgt er de wonderlijke scene hoe Elisa tot tweemaal aan toe zich uitstrekt over de jongen, mond op mond, ogen op ogen, handpalmen op handpalmen. Leren ze dat zo op de BHV-training van de profeten? Hoe dan ook, de warmte keert terug in het lichaam. Elisa kan het kind aan haar moeder teruggeven.

De beschrijving roept nogal vragen op bij verschillende uitleggers. Is het een oud bezweringsritueel? Magie? De staf van Gechazi. De manier waarop Elisa zich uitstrekt over de jongen. Of heeft het seksuele connotaties, zoals dat dan heet. Vanwege die wonderlijke lijfelijke intimiteit, terwijl Elisa alleen is met de jongen – de moeder en de knecht zijn buitengesloten, maar wij als lezers maken alles mee (!).
Er zijn uitleggers die suggereren dat het kind zelf misschien wel van Elisa is. Het is toch opmerkelijk dat het de vrouw is die voorstelt om op hun huis een extra verdieping te maken voor de godsman. Elisa voorspelt de geboorte van een zoon. Dat lijkt op vergelijkbare aankondigingen in de Bijbel. Maar dan is dat altijd in de naam van de Heer, dan is er vervolgens sprake van dat de echtelieden elkaar bekennen, in Bijbelse taal. Hier horen we daar niets van. Hier spreekt Elisa op eigen gezag. Heeft hij ook op eigen gezag gehandeld, en verklaart dat dan mede de felle, verwijtende toon van de vrouw als de jongen gestorven is. Ze gaat er ondanks tegensputteren van haar man alleen op uit. Achter de godsman aan. Zij heeft een appeltje met Elisa te schillen. En ze rust niet totdat Elisa meekomt naar haar huis…’Toen Elisa zelf bij het huis aankwam, zag hij de jongen op zijn eigen bed liggen’, dat laatste accent zegt veel.

Nou, zo is er meer op te merken, als je inzoomt op details. Dat maakt die verhalen zo boeiend maar ook zo wonderlijk. Er is veel om naar te raden.

Eén aspect nog wil ik noemen, wat het ook wat problematisch maakt ten aanzien van de figuur van Elisa. We noemden al dat bij de aankondiging van de geboorte van de zoon de verwijzing naar de Heer achterwege blijft. Ook in het onmachtige ritueel van de staf van Gechazi blijft God buiten spel. Maar het werkt niet. Elisa moet er zelf aan te pas komen. Als hij de kamer binnengaat, de deur sluit, staat er dat hij eerst bad tot de Heer. Dat is de enige vermelding in het hele verhaal.
En als dan op het eind goed al goed de vrouw de kamer binnenkomt, valt ze aan Elisa’s voeten neer en buigt ze diep voorover, zoals je in de tempel voor God neerbuigt. Maar zij doet het voor de profeet.

Ook dat wordt allemaal zonder verklarend commentaar verteld, maar het geeft te denken.
Gaat het soms om Elisa’s eer en grootheid?
Waarbij ook nog komt, dat van Elia een zelfde soort verhaal wordt verteld (K Kon. 17: 17 – 24). Elisa lijkt voortdurend in concurrentie met zijn grote voorganger. De vorige keer hadden we het over de profetenmantel van Elia die Elisa misschien een paar maatjes te ruim zit. Dat zou hier ook mee kunnen spelen. Bij Elia wordt een zelfde genezing veel soberder vermeld, en bovendien, wordt daar sterker benadrukt dat het door de kracht van God geschiedt. Hier staat Elisa veel meer centraal.

Als Jezus de jongeling in Naïn geneest, prijzen en loven de mensen God en zijn ze vol van ontzag: ‘God heeft zich over zijn volk ontfermd’.
Wonderen zijn er niet om mensen groot te maken.
Dat is een algemene regel, ook in de Bijbel, ook in de kerk. Waar de aandacht op menselijke prestaties, op bijzondere geestesgaven, of op jouw opmerkelijke vroomheid of tomeloze inzet wordt gelegd, verschuift de focus in de verkeerde richting.

Maar nu ook nog even over het wonder als zodanig.
Want bij alle aandacht voor de details, kun je het belangrijkste over het hoofd zien. Hier wordt een jongen, die gestorven was of leek, aan zijn moeder teruggegeven. Zoals in het evangelie de rouwstoet door Jezus wordt onderbroken. De dragers zijn al onderweg. Maar nee, jongen sta op! En de dode richtte zich op en begint te spreken. Hij wrijft zich de doodslaap uit de ogen. En wij, wij wrijven onze ogen uit. Hoe kan het!

Moet ik dat geloven?
Nou, niks moet.
Maar je kunt je misschien afvragen, wat willen zulke wonderverhalen mij vertellen? Wat voor boodschap brengen ze over?

Collega Stephan de Jong, predikant, verhalenverteller en beeldend kunstenaar, schreef een aardig boekje Een kleine geschiedenis van het wonder. Hoe door de eeuwen heen met wonderverhalen is omgegaan. Hij concludeert: “Wonderen zijn bewijsbaar noch weerlegbaar. Ze ontglippen ons. (…) Daarin ligt hun waardevolle functie” (p. 187).

Hij schrijft verder, ik citeer het met instemming: “Een wonder opent een kier in ons algemeen onbetwijfeld wereldbeeld. Door die kier komt een vraag naar boven: is ons wereldbeeld af, compleet, absoluut, alleenzaligmakend? Zit er tussen waar en onwaar nog een andere mogelijkheid? (…) Het weerbarstige wonder verstoort onze zelfvoldaanheid” (p. 189).

Een wonder is een kwestie van zien. Van willen zien en van kunnen zien. Je moet geloven om het wonder te kunnen zien. En dus niet omgekeerd.
Wie zich neerlegt bij het onvermijdelijke, wie nooit meer verwacht dan wat je verwachten kunt, ja, die gaat aan het wonder voorbij. Die gelooft er niet meer in. Aan zulke mensen gaat het wonder voorbij, is het wonder niet besteed. Het wonder dat het altijd nog anders kan, in de wereld, met je zelf, in jouw leven – wie weet. Als je daar geen oog voor hebt, geen geloof in hebt, geen ruimte voor schept, dan kan het wonder jou niet bereiken. Dan pas zijn de wonderen de wereld uit..

Ik wil nog een zin met u delen, die ik onlangs tegenkwam in een artikel over de verhalen van Elia en Elisa. Zo’n terloopse zin, die mij geweldig geholpen heeft. Hij is van schrijver Nicolaas Matsier, uit een boekje met columns uit de NRC en Trouw over zijn lezing van de Bijbel.

“Profeet en wonder zijn in het boek Koningen onlosmakelijk verbonden. Je zou kunnen zeggen dat het wonder de noodgreep is die gedaan wordt als al het andere faalt. In zekere zin is het wonder de manifestatie bij uitstek van de goddelijke ‘onmacht’ tegenover de reële en grote macht van de al te wereldlijke koningen” (De Bijbel volgens Nicolaas Matsier, p. 138).

Wonderen zijn geen teken van macht, maar van onmacht.
Dat is de verrassende omkering van het perspectief.
Ze bewijzen niets, ze veranderen nauwelijks iets – ja voor de enkelingen – maar toch maakt het een wereld van verschil of je geloven kunt in wonderen. Het is niet zo dat er eerst het wonder is en dat je dan gaat geloven. Nee, het is omgekeerd, omdat je gelooft, vertrouwt, hoopt, volhoudt, zie je het wonder. Echter dan echt.

Wees realistisch, verwacht het onmogelijke. Leven uit de dood. Jezus zegt: Ik zeg je, sta op!

AMEN

Previous Post Next Post

2 Comments

  • Reply kees verdouw 24/10/2022 at 11:02

    Opnieuw dank

  • Reply Bizar – Bert Altena 25/10/2022 at 15:15

    […] (De hele dienst is hier terug te zien. De rest van de overdenking hier). […]

  • Leave a Reply