Vorige maand overleed prof. J.T. Bakker, oud hoogleraar dogmatiek te Kampen. Daar is op zichzelf niets dramatisch aan. Hij werd 88 jaar. Maar het bericht riep bij mij een zekere weemoed op. Van hem heb ik nog college gehad.
Naar aanleiding van zijn overlijden herlas ik de bundel Geloven vragenderwijs waarin artikelen van hem zijn verzameld. Ik wilde er iets over schrijven, maar daar kwam het niet van. Zoveel herinneringen heb ik ook weer niet aan hem. De dogmatiek werd niet mijn hoofdvak.
Vreemd genoeg herinner ik me eigenlijk alleen een meditatie, waarmee hij ooit een college begon. Over Luc. 4, de verzoeking in de woestijn, en hoe daar de lijn van de vernedering en de lijn van de verhoging van de Christus elkaar kruisten. Vanwege de inhoud, maar ook vanwege de manier waarop hij ons dat allemaal uitlegde, existentieel betrokken. Dat maakte indruk.
Dat ik nu toch nog iets over hem schrijf, komt omdat ik een mooi In Memoriam van hem heb gelezen waar ik u graag op wil wijzen.

Binnenkort sluit de universiteit in Kampen haar poorten. Ook dat wekt weemoed bij mij op. Het is een groot schandaal, maar ja, wat doe je er aan? De tijd gaat voort en je verleden is voorgoed voorbij.
Het is ook een bevestiging dat het tijdperk dat theologie en kerk nauw met elkaar verbonden waren, voorgoed voorbij lijkt te zijn. Dat was altijd het kenmerk van Kampen. De generatie van Bakker belichaamde dat. Eigenlijk waren het vooral (zeer) geleerde dominees. Zo’n terloopse zin uit zijn In Memoriam Het grootste deel van zijn publicaties verscheen in diverse kerkelijke bladen drukt dat uit.
Ik zal niet zeggen dat me dat ontroert, dat is te zwaar, maar het wekt wel een zekere weemoed bij mij op.
Laat ik maar zeggen dat ik me gelukkig prijs met zulke leermeesters…
Herkenbaar, Bert. Dank voor de verwijzing naar het in memoriam.
Qua colleges heb ik niet zo veel herinneringen meer aan prof. Bakker. Wel heb ik o.a. een reeks over Gollwitzers ‘Krummes Holz – aufrechter Gang’ bij hem gevolgd en daar een blijvende liefde voor dat indrukwekkende boek aan overgehouden.
Ik deed een bijvak bij hem, maar dat was hoofdzakelijk literatuurstudie afgesloten met een tentamen, een gesprek bij hem thuis. Aan dat laatste bewaar ik ook de herinnering van een ‘herderlijke’ hoogleraar. In die tijd gold dacht ik nog de eis dat wetenschappelijk personeel zelf dominee geweest moest zijn. Want inderdaad, kerk en theologie waren nauw verbonden. Of dat tijdperk voorgoed voorbij is? Dat zou wel heel erg slecht voor zowel de theologie als voor de kerk zijn. En voor de studenten…
Ik, van 1964, mocht bij JTB het zg onderzoek naar motivatie beleven. Ik wilde vooral géén dominee worden maar wel alles van God weten. Hij glimlachte “Ds dat zien we dan nog wel. En dat van God, ja daar doen wij hier wel aan!”
Na 7 jaar studie, dat kon toen nog, m’n hele ziel en zaligheid bij JTB geopend. Dat kon toen ook nog! “In de Gemeente, daar leeft het.” Toen ben ik er dan maar aan begonnen om te ontdekken dat het waar was wat hij zei!
Hij kwam Psalmen neuriënd de Collegezaal binnen. Had iets hartstochtelijks, het ging ergens over. Altijd. “Geloven is een werk-woord” en nog zo veel meer.
Hij was, naast Rothuizen, mijn meest geliefde Hoogleraar.
Jan Simon Ridderbos, inderdaad van die familie!