Overdenking

We houden contact, Johannes 15: 1 – 8

We houden contact.
Misschien zegt u dat ook wel eens, ik wel. We houden contact, bij het afscheid. Je hebt iemand na lange tijd weer eens ontmoet, je ontdekt hoe waardevol dat contact eigenlijk is, je neemt je voor om niet te lang te wachten tot een volgende keer. We houden contact… Maar soms is de werkelijkheid weerbarstiger.

Jezus zegt:
Blijf in Mij, dan blijf ik in jullie.
en Hij zegt ook:
Als iemand in Mij blijft en Ik in hem of haar, zal diegene veel vruchten voortbrengen.

Het woord blijven krijgt in dit gedeelte bijzondere nadruk. Het staat er zeven keer.
De achtergrond is dat Jezus hier tot zijn intieme leerlingen spreekt. Hij grijpt vooruit op de dingen die staan te gebeuren. Hij bereidt ze voor op het afscheid dat aanstaande is.
Jezus spreekt over blijven, terwijl hij weet dat Hij er straks niet meer is, niet meer lijfelijk aanwezig. Zijn sterven is nabij.

Die achtergrond geeft aan deze woorden over ‘blijven’ een bijzondere spanning. De werkelijkheid is soms weerbarstig.
Ook als Jezus er niet meer bij is, moeten zijn vrienden de goede dingen doen, vruchten voorbrengen – ook zo’n uitdrukking die hier een aantal malen wordt herhaald. En als ze dat doen, het laatste vers uit dit gedeelte, veel vruchten voortbrengen, zal zichtbaar zijn dat jullie mijn leerlingen zijn.
Dat is, blijven in Mij. Dat betekent, vruchten voortbrengen. Een vruchtbaar leven in blijvende verbondenheid met Jezus als de bron, vruchten die zichtbaar worden door te doen wat Hij ons heeft geleerd.

Het wordt hier natuurlijk gebracht als een gesprek tussen Jezus en zijn leerlingen toen, maar over hun hoofden heen geldt deze boodschap even goed voor wie vandaag de dag leerling van Jezus wil zijn, of in ieder geval, met hem verbonden wil blijven. Ook wij worden hiermee aangesproken.

Nu is juist deze week weer een nieuw onderzoek verschenen, waaruit blijkt dat dit voor steeds minder mensen geldt. Tenminste, in ons deel van de wereld. We wisten het al, maar het doet altijd toch weer een beetje zeer. Nederland is een seculier land. Het aandeel van gelovigen (alles met elkaar) is kleiner dan de groep die zegt nergens in te geloven. Ook de groep spirituelen, mensen die wel geloven dat er iets is, maar daar niet iets mee doen in clubverband zeg maar, is licht geslonken. Al is de groep mensen die af en toe een kaarsje opsteekt, licht gestegen.

Het is niet zo moeilijk om daar wat badinerend over te doen. Er zijn ernstiger dingen om van wakker te liggen. Maar je komt er niet omheen, dat het woord van Jezus om in Hem te blijven, iets machteloos heeft in onze tijd. Het lijkt een echo uit een ver verleden. Je zou haast medelijden met hem gaan krijgen… Is er dan niemand die met mij wil waken…?

Ik wil hier me zelf niet verliezen in algemene bespiegelingen over de toestand van kerkelijkheid, geloof of spiritualiteit in onze cultuur.
Veel belangrijker, wezenlijker, is de vraag: spreekt dit woord mij zelf aan (of nog aan?) en wat is dat dan?
Blijf in Mij, dan blijf Ik in jullie.

Misschien hoor je er vooral een waarschuwing in. Blijf in Mij, denk erom (het opgeheven vingertje), anders loopt het niet goed met je af… Als dat je eerste associatie is, dan zegt dat veel over hoe je met het geloof bent opgegroeid.
Waarschuwt Jezus ons? Pas op, blijf erbij. Hou vol, laat je niet afleiden. Zorg dat je vruchtbaar bezig bent in mijn naam. Kerk, let op uw zaak… Zoiets?

Of zijn zijn woorden vooral bedoeld als bemoediging.
Blijf in Mij, dan blijf ik in jullie. De nadruk valt dan op dat tweede. Als een belofte.
Wat er ook gebeurt, ik blijf bij jullie, ik ben er bij. Ik laat jullie niet als wezen achter. Je staat er niet alleen voor. Wat er ook in de wereld gebeurt, wat er ook in je eigen leven passeert. Je bent bedoeld om als een rank aan de levende wijnstok vruchten voort te brengen, om te bloeien, om te groeien…

Dat laatste spreekt me eerlijk gezegd meer aan. Het eerste werkt verlammend. Het tweede geeft vertrouwen. Ook omdat er beelden uit de natuur worden gebruikt, die me afhelpen van de illusie dat ik het allemaal zelf moet doen. Nee, het rijpt, het groeit, het vormt zich op een eigen tijd. Het enige wat ik moet doen, is het de ruimte geven, en de tijd….

In verband daarmee, nog een andere gedachte, die bij deze tekst opkomt en die te maken heeft met de eigenheid van het Johannes-evangelie, waar we nu al een paar keer bij bepaald zijn.

In deze verhalen zit heel veel symboliek.
Dat geldt ook voor het beeld van de wijnstok en de ranken.
Het Johannesevangelie kent geen gelijkenissen, maar wel dit soort diepzinnige beelden.
Ik ben de ware wijnstok.
Zeven keer wordt in het evangelie een dergelijke formulering door Jezus gebruikt. Ik ben… de goede herder, de opstanding en het leven en zo voort. De formulering doet denken aan de heilige godsnaam uit het eerste testament, Ik ben die ik ben.
Hier dus ook, voor de zevende keer.

In het Johannesevangelie staan zeven wonderen of tekenen van Jezus opgetekend.
De eerste, dat weet u allemaal, is op de bruiloft van Kana, waar water wordt veranderd in … wijn.

Het evangelie wijkt ook af van de andere, omdat bij Johannes de instelling van het avondmaal niet wordt verteld. Op de avond van de uittocht, wast Jezus de voeten van zijn leerlingen. Dat is geen sacrament geworden, dat geeft ook te denken, maar dat terzijde.
Geen avondmaal voor Pasen, maar wel – en dat is weer typisch voor Johannes – wordt er op gezinspeeld, al in het wonder van Kana en misschien ook hier, in dit beeld van de wijnstok en de ranken.
Te meer, omdat de uitdrukking die hier prominent gebruikt wordt: veel vruchten voortbrengen, precies zo eerder is gebruikt. Toen Jezus sprak over de graankorrel, die in de aarde moet vallen en af moet sterven, om alleen zo ‘veel vruchten voort te brengen’ (12: 24).

Misschien zoek ik er teveel achter, maar het is wat mij betreft een aansprekend teken, dat graan en wijnstok, brood en beker, als het ware zo met elkaar verbonden worden.
In de viering van het avondmaal, zijn wij blijvend met Jezus verbonden.
Hij voedt ons, letterlijk, met zijn brood – Hij is zelf de graankorrel in de aarde gevallen – en met zijn beker, de overvloedige wijn van Kana, de volle ranken uit de gelijkenis van vanmorgen. Hij is de wijnstok, de voedende bron, waar wij uit voortkomen en op door mogen groeien. Het beeld laat de verbinding zien, maar ook de afhankelijkheid. Een afgesneden rank kan geen vrucht meer dragen, maar een gesnoeide wijnstok kan wel weer nieuwe loten voortbrengen.

Ik las de mooie uitdrukking bij dit beeld van de wijnstok en de ranken, dat Jezus zich in ons vertakt. Hij leeft voort, hij blijft in ons en door ons, vruchtbaar in deze wereld.
Wij zijn het, die als zijn leerlingen de vruchten voort mogen brengen. Dat kan alleen zolang we in contact zijn met de voedende bron. Zonder dat sterf je af. Zonder een bron van inspiratie, kun je geen vruchten dragen. En als de kerk dat niet meer is, laat het dan Jezus voor je zijn.

Laat je dus voeden, blijf in contact met die voedende bron die Jezus is, want dan zul je ook vruchten voort brengen. Hij vertakt zich in ons.
Zijn goedheid, zijn liefde (lees maar verder in dit hoofdstuk), leeft voort, blijft bestaan, in alles wat door onze hand bloei bevordert, in alles waarmee wij het leven dienen.

Houden we contact?

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply