vredesweek, Romeinen 12: 9 – 21

In de brieven van Paulus komt altijd van alles aan de orde. Hij gaat in op problemen die spelen in de gemeente tot wie hij zich richt. Meestal is zo’n brief zo opgebouwd, dat hij in het begin zich met die kwesties bezighoudt in een meer algemene zin, theologisch. Tegen het einde van de brief wordt hij dan praktischer. Geeft hij concrete aanwijzingen. Tips voor de christelijke gemeente.

Het gedeelte dat we hebben gelezen, komt uit dat slot van de brief. Praktische vingerwijzingen. Een handreiking voor de christelijke praktijk. En wat hij dan te zeggen heeft, is eigenlijk van een verbluffende eenvoud. Zo eenvoudig, dat wij het na al die jaren die verstreken zijn sinds dit is geschreven, meteen herkennen:
‘Laat uw liefde oprecht zijn.
Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan.
Heb elkaar lief…
Wees niet hoogmoedig, maar zet u zelf aan tot bescheidenheid.
Stel alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.’
En nog meer goede raad.
Als alle mensen zich hieraan hielden, dan zou onze wereld er een stuk anders uit zien, of niet?

Misschien mompelt u bij u zelf nu wel: ‘Nou, aan mij zal het niet liggen.’
Laat dat nou net zijn waar ik ook aan dacht: Aan mij zal het niet liggen.
Nee, … maar waar ligt het dan wel aan?

Ruth 120227 367Jaren geleden zong Ruth Jacott het lied Vrede.
We bouwen huizen om orkanen te weerstaan
En maken schepen om in elke storm te varen
Er wordt gesleuteld aan een lamp die nooit kapot zal gaan
Het wil alleen nog niet zo lukken
Om de vrede te bewaren

Met dit liedje deed ze 20 jaar geleden mee aan het Eurovisie Songfestival en dat wilde ook niet zo goed lukken.
Waarom lukt het niet met de vrede, de grote wereldvrede, maar ook de vrede dicht bij huis?
Waarom lukt het niet met de vrede, als het niet aan u of mij ligt? Ligt het dan altijd aan de anderen?
Dat is een verleidelijke gedachte. Het zijn altijd de anderen, de mensen met kwaad in de zin, de grote machthebbers van deze wereld die nergens om geven dan alleen hun eigen voordeel en gewin. Het zijn altijd anderen. Andere volkeren, andere gelovigen, met een religie die niet zo vredelievend is als de onze, enzovoort.
Nou ja, u begrijpt ook wel, dat dit te eenvoudig zou zijn. En wij mogen dan misschien vinden dat ons geloof zo vredelievend is, maar ga dat maar eens vragen aan andere volken in deze wereld, hoe zij in hun geschiedenis de christenen hebben leren kennen.

Waarom lukt het niet, de vrede te bewaren? Sterker nog, waarom lukt het niet de vrede te stichten?

Dat is een hele algemene vraag waar je allerlei algemene antwoorden op kunt geven. Bijvoorbeeld dat de wereld zo niet in elkaar steekt. Het is van alle tijden. De ene mens is voor de andere een rivaal, Kaïn en Abel, en geen broeder, of zuster. Mensen streven naar macht en dat gaat niet zonder geweld. Mensen betwisten elkaar de grond, de natuurlijke bronnen van de welvaart, ze ruziën over invloed en zeggingsmacht, over wie de macht heeft. En macht is het vermogen om de handelingsalternatieven van de ander te beperken. Wie de macht heeft, legt zijn wil op. Zo zijn mensen. Strijd en rivaliteit. Dat is altijd zo geweest en dat zal altijd zo blijven. Wereldvrede is een utopie. Daar kun je mooie liedjes over zingen, maar je wint er niks mee.

Ook dat is een heel algemeen antwoord. Waar best wat op af te dingen is. Want – gelukkig – kunnen mensen ook anders. Ze kunnen ook samenwerken, in vrede met elkaar leven, elkaar de ruimte gunnen en de ruimte geven. Het kan. Beseffen we wel voldoende dat de situatie waarin wij in ons werelddeel leven sinds ’45 in het licht van de geschiedenis uitzonderlijk is? Een optimist zal zeggen, dat de mensheid zich in de goede richting ontwikkelt. Want er zijn nu internationale instituties en er is zoiets als het internationale recht. Dictators kunnen niet zomaar ongestraft hun gang gaan. De wereld kijkt toe en grijpt in, als het kan. Oorlogsmisdaden worden vervolgd. Op allerlei plaatsen in de wereld wordt gewerkt aan vredeseducatie, programma’s van verzoening, enzovoort.

Beide, algemene, antwoorden hebben hun waarheidsmoment.
In haar boek Compassie schrijft religiewetenschapper Karen Armstrong over die beide, menselijke vermogens. Ze schrijft: “We hebben een natuurlijk vermogen voor zowel compassie als wreedheid. We kunnen de nadruk leggen op die aspecten in onze tradities – religieus of seculier – die spreken van haat, uitsluiting en achterdocht, óf we kunnen de aspecten ontwikkelen die de nadruk leggen op de onderlinge afhankelijkheid en de gelijkheid van alle mensen. De keus is aan ons.” (Karen Armstrong, Compassie, 2011, p. 30).

In alle eenvoud spreekt dat aan. De keus is aan ons.
We kunnen het over de grote wereldpolitiek hebben, over wereldvrede en wat niet al meer. We kunnen het hebben over menselijke neigingen, over de geschiedenis die altijd naar de kant van de machthebbers overhelt, over de wereldgeschiedenis van strijd en rivaliteit en zo voort, maar uiteindelijk kom je bij het thema Vrede altijd weer bij je zelf uit. De keus is aan jou. Wat doe jij? Wat doe ik?

We zijn dan ook weer terug op het concrete niveau van de aanwijzingen van Paulus.
‘Wees het goede toegedaan… Heb elkaar lief… Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.’
Eenvoudig, of onmogelijk?

Het is misschien toch net iets gecompliceerder dan je zou denken. Daar zijn een aantal redenen voor, die precies te maken hebben met het specifieke karakter van deze brief van Paulus.
In eerste instantie is het nodig dat Paulus deze, op zichzelf genomen voor de hand liggende aanwijzingen geeft. Dat betekent dus, dat het niet voor de hand ligt. Kennelijk heeft men er in de christelijke gemeenschap van Rome moeite mee, om elkaar lief te hebben, om bescheiden te zijn, om de ander voor te laten gaan, om elkaar te bemoedigen. Waar geldt dat niet? De aanwijzingen hier, zijn als een spiegel voor de situatie daar.
Als je het geheel van de brief erbij betrekt, dan wordt ook duidelijk dat er allerlei spanningen waren binnen de kerk van Rome – overigens een wat groot woord voor wat waarschijnlijk toen kleine gemeenschappen zijn geweest.

De tweede reden waarom het toch wat complexer ligt allemaal, is door Paulus ook al in dezelfde brief beschreven. In het begin van de brief, waarin het zoals gezegd vaak wat theologischer aan toegaat.
Want waarom doen wij blijkbaar het goede niet vanzelf? Omdat de mens een zondaar is. Dat klinkt akelig, en bij sommige mensen gaan dan de haren overeind staan, maar wat Paulus bedoelt is niet anders dan te wijzen op de paradoxale macht van de zonde. De mens is een zondaar, daarmee is niet bedoeld dat de mensen per se slecht zijn, dat er niets aan deugt, aan ons zal het immers niet liggen…, maar wel dat wij mensen een vat vol tegenstrijdigheden zijn. Paulus zegt het zo: ‘Ik wil het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.‘ (7: 18-19).
De keus is aan ons, zegt Karen Armstrong. Kiezen we voor de compassie of voor de haat? Ieder mens kan kiezen. Dat is zo, en tegelijk is het te makkelijk om het zo te zeggen. Want het kwade dringt zich op, ook al wil ik het goede doen, nogmaals met Paulus (7: 21).

Als je dat goed tot je door laat dringen, dan is er in verband daarmee nog een derde reden die het allemaal nog ingewikkelder maakt.
Want we zeiden wel dat hier eenvoudige aanwijzingen worden gegeven, heb elkaar lief en wees het goede toegedaan, enzovoort, maar bij nadere beschouwing zijn die aanwijzingen niet zo simpel als we deden voorkomen. Want wat staat er nog meer: ‘…acht de ander hoger dan u zelf.’  Dat is al een stuk lastiger. Paulus schrijft: ‘Zegen uw vervolgers, zegen hen, vervloek hen niet’, ook niet zo eenvoudig. Hij haalt de woorden van Jezus zelf aan: ‘als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken’ – dat gaat tegen onze natuurlijke neigingen in.

min van vredeWat nodig is om werkelijk de vrede te bewaren, de vrede te stichten en de vrede te bevorderen, is iets dat meer is dan het gewone, iets dat uitgaat boven het voor de hand liggende. En daarom is het moeilijker dan je denkt. Daarom is het ook iets meer dan alleen maar van goede wil zijn – aan mij zal het niet liggen. Vrede is iets wat uiteindelijk boven onze macht gaat. Wat wij niet maken, maar wat ons geschonken moet worden.

Daarom ben ik geneigd om in de centrale zin van ons gedeelte Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven tenminste twee dingen te horen. Onze opdracht, onze keuzemogelijkheid en tegelijk de beperking en de begrenzing daarvan. Wij moeten er al het onze aan doen om de vrede te zoeken. Dat begint al in de kleinste kringen waarin we leven, het gezin, de familie, de buurt. Het begint misschien al daarvoor, de vrede met jezelf. Voor velen is dat al een opgave. Moeilijk genoeg. Maar dan gaat het om vredesgezindheid, om menselijke welwillendheid, om een gerichtheid op het positieve. In ieder mens is een ruimte waar het goede zaad kan ontkiemen, om de paus, van de hedendaagse kerk van Rome, te citeren. Ik vind dat toch wel een inspirerende man!
Vrede en werken aan vrede, begint met vertrouwen. Vertrouwen op God, op jezelf, op de ander – dat het kan, in vrede leven met elkaar.
En tegelijk is er ook de begrenzing – want wij doen niet wat wij ten diepste willen – zoals er staat: voor zover het in uw macht, of uw vermogen ligt. Die macht is beperkt, omdat wij nu eenmaal mensen zijn en menselijk.

Het is geen wonder dat Paulus hier Jezus zelf aanhaalt.
Het is niet voor niets dat hij dit gedeelte met aanwijzingen eindigt met de oproep: Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.

Het is een directe verwijzing naar de weg en het leven en het werk van Jezus Christus. Hij is het die door louter goedheid het kwade heeft overwonnen, van binnenuit heeft ontmanteld. Zijn kruis is en blijft daarvan het teken. Het lege kruis, dat herinnert aan zijn lijden omwille van de zonde en tegelijkertijd verwijst naar zijn overwinning die ons en de hele wereld de vrede brengt.
Hij is het in wie de menselijkheid tot haar bestemming en vervulling komt. In zijn leven en zijn levensgave, zien wij wat het goede is, dat het kwaad overwint. Hij is daarom onze vrede (Ef. 2: 14). Hij vult aan, wat ons – onvermijdelijk – ontbreekt.

Terwijl we dat beseffen en belijden, blijft echter onverminderd de oproep van Paulus van kracht, om alles te doen wat in ons vermogen ligt.
Wij mogen gaan in het spoor van Jezus. Of misschien beter nog: Hij neemt ons mee op de weg van de vrede. Want er is geen weg naar de vrede; vrede is de weg.
Daarmee doen we al het mogelijke om de vrede voor alle mensen te zoeken. Aan ons zal het niet liggen, toch?

AMEN

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *