Gisteravond onder het gehoor van een echte dominee. Nico ter Linden trad op in Het Kompas te Smilde. Optreden is in dit verband niet verkeerd gekozen, want Ter Linden beheerst het repertoire om zijn gehoor te bespelen. ‘Wie de kansel bestijgt, moet beseffen dat hij theater gaat maken’, is dan ook één van zijn gevleugelde uitdrukkingen.
Wie daar een beetje doorheen kan kijken en zich niet al te veel stoort aan zijn maniertjes, had gisteravond een genoeglijke avond. Want vertellen kan hij! En met de Bijbel heb je natuurlijk ook goud in handen. De Bijbel is een verhalenboek, benadrukt Ter Linden, en het gaat erom het verhaal achter het verhaal te ontdekken. Dat wisten we al van hem, maar het was goed het nog eens van de meester zelf te horen.
Wat mij bij zulke avonden telkens opvalt, is dat er altijd wel een vragensteller in de zaal is die opmerkt dat dit zo nieuw is, en waarom dat nooit door de dominees op de kansel wordt verteld. Alsof het kerkvolk collectief domgehouden wordt en ze pas op een doordeweekse avond in een zaaltje te Smilde de waarheid geopenbaard wordt.
Ter Linden antwoordde voorzichtig, met verwijzing naar de diverse collega’s in de zaal, maar vond toch dat er meer ‘klare wijn’ geschonken moet worden.
Ik kan alleen maar voor mezelf spreken. Naar mijn beleving houd ik niks achter, houd ik zeker geen mensen dom en benadruk ik in mijn preken geregeld het verhaal-karakter van de Bijbel, al ligt het naar mijn mening wel wat genuanceerder dan het ‘niet gebeurd maar wel waar’ van Ter Linden.
Maar als homileet (preektheoreticus) speelt er volgens mij nog wat anders mee. De setting van de dienst + preek is zodanig, dat het mensen verhindert om goed te luisteren, om het nieuwe te horen of om de consequenties van een bepaalde uitleg te trekken. De setting straalt vertrouwdheid uit en daar past geen vernieuwing bij.
Het gaat bij de ontvangst van een preek lang niet altijd om wat er gezegd wordt, maar wat er gehoord wordt. En het hoorproces wordt mede beïnvloed door een intern selectiemechanisme waardoor mensen vaak – onbewust – zich afsluiten voor nieuwe informatie en deze – onbewust – omvormen zodat het in het vertrouwde kader blijft passen. In de theorie heet dat cognitieve dissonantie, maar dat mag u vergeten, tenzij u het leuk vindt om iets nieuws te leren…
Vandaar dat je van een ander, in dit geval Ter Linden, dingen aanneemt die je bij je eigen predikant niet opmerkt. (De bijbelse spreuk dat een profeet in zijn eigen stad niet geëerd wordt, is daaraan verwant).

Zondag ga ik vrolijk voort met het prachtige verhaal van de Emmaüsgangers. Of dat nu echt precies zo gebeurd is of niet, interesseert me geen fluit. Ik hoop alleen maar dat er zondag wat gebeurt… (Als u niet kunt komen, kunt u de preek ook nalezen).