In het Nederlands Dagblad werd het boekje Vader en zoon krijgen de geest van Henk en Pieter van Os tamelijk zuur besproken en als ‘grachtengordelgeloof’ weggezet. In de briefwisseling tussen vader en zoon verkennen zij de ‘drang tot geloof’die vader bezit en zoon ontbeert. Veel cultuur en mooischrijverij, volgens het ND, die oordeelt dat beiden “slachtoffer zijn van de geseculariseerde geloofsinzichten van de jaren zestig” (ND, 27 april).
Het grappige is dat dit recensentenoordeel in het boek zelf al wordt voorspeld. In de eerste brief van Van Os schrijft hij:
“Gelovigen met een echtgebeurdsyndroom vinden (…) mijn religieuze overtuiging een flutgeloof. Een hoogwelgeboren ouderling van een protestantse kerk sprak van een ‘vlak humanisme’, en een spraakmakend verlichtingsfundamentalist vond mij ‘nog erger dan een ietsist’. Of ik ’s zondags zoveel mogelijk en met plezier naar de kerk ga, of ik in mijn geloof troost, kracht en vreugd vind, dat maakte hun allemaal niets uit. Ik beantwoordde niet aan het stereotype van een gelovige en dus kan mijn geloof ook niet in orde zijn.” (p.20-21).
Anders dan het Nederlands Dagblad heb ik het boekje met plezier gelezen. In een recensie ga ik er uitgebreider op in.
Vader en zoon te gast bij Schepper en Co (16 april).
Idem bij Spijkers met Koppen (radio), 26 mei