Mijn eerste preek ging over het hemelse Jeruzalem dat neerdaalt op aarde (Op. 21). Dat was een hele bevalling, want aanvankelijk werd de preek niet goedgekeurd. Als kandidaat mocht je pas preken als je toestemming had van de verantwoordelijke docent. In mijn geval was dat prof. Klaas Runia. De tweede poging leverde wel het consent op, en zo is het gekomen. Sindsdien is er geen houden meer aan…
Ik vertel graag dat de afgekeurde preek ertoe heeft geleid dat ik jaren later ben gepromoveerd in de homiletiek. De ultieme manier om de schande uit te wissen. Maar of dat helemaal waar is?
Hoe dan ook, mijn eerste preek heb ik bewaard, met de orde van dienst. Ik schreef er een 1 op en sindsdien ben ik daarmee doorgegaan. Het is een vast ritueel geworden als ik zondag thuiskom uit de dienst. De papieren gaan dan in de multomap en het volgnummer wordt genoteerd.
Onlangs deed ik dat voor de 2000e keer. Preken, meditaties, voor de zondag en bij gelegenheden (rouw- en trouw), ze worden allemaal bewaard. Er staan al heel wat gevulde multomappen achter het schot op zolder.
Waarom eigenlijk? Ik raadpleeg ze nooit meer. Veel van mijn preken staan inmiddels ook op Internet. Wat moet ik met al dat oude papier, dat mijn kinderen misschien ooit zullen vervloeken als ze het allemaal op moeten ruimen.
Macht der gewoonte, zullen we maar zeggen. Als je het al 2000 keer hebt gedaan, ga je er mee door. Ik ben benieuwd wanneer de teller stopt.
PS
op de foto ben ik in het Top2000 café in Hilversum en word ik geïnterviewd door collega Fred Omvlee (december 2014)