Vroeger stond bij ons thuis een boek in de kast met de titel De grote ontdekkingsreizen. Rijk geïllustreerd, zoals dat heet. Mijn kinderfantasie werd geprikkeld door verhalen over stoere helden die de wereldzeeën bevoeren op zoek naar avontuur. Jaren later, inmiddels volwassen geworden, hoorde ik iemand zeggen dat dit geen ‘ontdekkingsreizen’ waren. Nee, het ging hier om ‘pre-koloniale verkenningstochten’. Door die opmerking leerde ik in één klap met andere ogen kijken.
Dit artikel verschijnt ook in VolZin en op www.liberaalchristendom.nl
Een vergelijkbare paradigmawisseling treedt op als je je laat overtuigen door de analyse in Theology after Gaza. De titel is een bewuste hint naar de ‘theologie na Auschwitz’, zoals die sinds de jaren zestig in joodse en christelijke kring is ontstaan. Begrippen als ‘genocide’, ‘vestigingskolonialisme’, ‘imperium’ en ‘necropolitiek’ worden hier ingezet om de situatie te duiden. De introductie valt meteen met de deur in huis:
Dit is een boek over genocide en Gaza. Het is geïnspireerd door Palestijnse bevrijdingstheologie, geschreven door Palestijnse theologen en religiewetenschappers en andere kritische en politiek gecommitteerde auteurs.
Als je nu nog spreekt over ‘het Israëlisch-Palestijns conflict’, alsof het gaat om een botsing tussen twee volken of twee religies die elkaar hetzelfde land betwisten, of het een ‘noodlottig conflict’ noemt met lijden en slachtoffers aan beide kanten, dan hanteer je een verouderd frame. Als je niet erkent dat het hier gaat om koloniaal, imperialistisch en systemisch geweld, dan houd je er een verkeerde perceptie op na die het structurele onrecht in stand houdt.
De auteurs kiezen allemaal voor een bevrijdingstheologische insteek, ontstaan in de jaren zeventig en tachtig in Zuid-Amerika en later in allerlei andere contexten verder ontwikkeld. Armoede of onrecht is hierin geen noodlot, maar gevolg van onrechtvaardige structuren. God zelf heeft een voorkeur voor de armen en gemarginaliseerden. Theologie is niet waardenvrij, maar dient deze voorkeur te weerspiegelen. Dat verdraagt zich niet met neutraliteit of de pretentie ‘boven de partijen te staan’.
Aan het eind van haar artikel Beyond Neutrality concludeert de Zuid-Afrikaanse theoloog Sarojini Nadar:
Een radicale Palestijnse theologie van solidariteit – gestoeld op bestaan, verzet en verbondenheid – biedt een krachtige, onmisbare reactie op de voortdurende bezetting en onderdrukking van het Palestijnse volk. Ze bevestigt de heiligheid van het Palestijnse bestaan, benadrukt de noodzaak van verzet tegen onrechtvaardige systemen en roept op tot wereldwijde solidariteit in de strijd voor gerechtigheid. (80/81)
Nadar bezet een leerstoel in het Desmond Tutu Centre for Religion and Social Justiceaan de universiteit van de Westkaap. Dat gegeven is veelzeggend: Desmond Tutu heeft zich altijd sterk gemaakt voor de Palestijnse zaak, zoals Zuid-Afrika dat nog steeds doet. Het land klaagt Israël aan voor genocide bij het Internationaal Strafhof. Uit hun eigen, bittere ervaring herkennen Zuid-Afrikanen de mechanismen van de apartheid waar de Palestijnen al decennialang het slachtoffer van zijn.
Veel auteurs komen uit het mondiale Zuiden en ze voelen allemaal, net als Nader, een lotsverbondenheid met de Palestijnen, omdat ze zelf ervaring hebben met vormen van koloniaal en imperialistisch onrecht.
Dat geldt ook voor de Amerikaans-Koreaanse Keunjoo Christine Pae, voor wie de oorlog tegen Gaza herinneringen oproept aan de Koreaanse Oorlog (1950-1953). De manier waarop pro-Palestijnse groepen aan haar universiteit in Ohio worden bejegend en beschuldigd van antisemitisme, doet haar denken aan de hoogtijdagen van McCarthy, toen iedere kritiek op de Korea-oorlog werd gediskwalificeerd als anti-Amerikaans en pro-communistisch. Het zijn dezelfde mechanismen, maar nu in een ander jasje.
Pae zet herinneringen aan die tijd in om zich in solidariteit te verbinden met het actuele verzet van de Gazanen. Ze pleit voor een andere omgang met het verleden. Niet vanuit een lineaire tijdsbeleving die het verleden opsluit in de historie, maar door de metafoor van het palimpsest te gebruiken. Het verleden wordt in het heden ‘overschreven’, waarbij de sporen van wat uitgewist is zichtbaar blijven en de ‘nieuwe’ tekst mede kleuren.
Oorlogsverhalen en herinneringen bewegen zich binnen deze twee tijdskaders: ze roepen de herinneringen en trauma’s van verschillende oorlogen op en activeren die, en tegelijkertijd registreren ze het aanhoudende verzet tegen gemilitariseerd geweld. (152)
Pae verbindt dat verzet met Sumud, ‘vastberadenheid’, een Palestijns begrip dat ontstond na de Zesdaagse Oorlog van 1967 als reactie op de Israëlische bezetting. Verzet is ook zorg dragen voor het behoud van materieel en immaterieel erfgoed, ondanks alle vernietigingen. Want het geweld van Israël is niet alleen tegen mensen of Hamasstrijders gericht, maar vernietigt ook doelbewust cultureel erfgoed, archeologische sites en religieuze gebouwen. De kolonisten verwoesten Palestijnse dorpen op de Westelijke Jordaanoever om ruimte te maken voor nederzettingen.
Het artikel van Mark Lewis Taylor, verbonden aan het theologisch seminarie van Princeton, sluit hierbij aan. Taylor benadrukt het belang van een actieve herinneringscultuur, leven met de doden, als bron van verzet tegen imperialistisch geweld. Daarom is het belangrijk dat de namen, foto’s en levensverhalen van slachtoffers worden gedocumenteerd. Zo wordt in Latijns-Amerika de herinnering aan slachtoffers van politieke dictaturen levend gehouden. Het is een manier van present stellen: letterlijk de kreet Presente als respons op het noemen van de naam.
De herinnering als een manier van samenleven met de doden maakt hen aanwezig (…) en voedt en versterkt tegelijk onze eigen gemeenschappen van verzet. (307)
De verschillende bijdragen, waaronder die van joodse en islamitische auteurs, bestrijken een breed palet aan thema’s, variërend van de historie van christelijke presentie in Gaza tot de intersectionaliteit van (bevrijdings)theologie tot praktijken van verzet en verbeelding, waar het artikel van Taylor een voorbeeld van is. Twee bijdragen springen eruit, omdat ze een bijzondere urgentie hebben voor onze eigen theologische en kerkelijke praktijk.
Yousef Kamal AlKhouri, een Palestijns theoloog die in 2024 aan de VU promoveerde, koppelt genocide aan ecclesiocide – de geplande eliminatie van de kerk als lichaam van Christus, als onderdeel van het genocidale geweld. Het gaat niet alleen om de fysieke verwoesting van kerkgebouwen, maar om het uitwissen van de kerk als levende gemeenschap en onderdeel van de Gazaanse geschiedenis:
De aanhoudende Israëlische genocidale oorlog tegen Gaza heeft onherstelbare schade toegebracht aan de historische christelijke gemeenschap in de kuststrook. Er zijn gegronde zorgen over het mogelijke uitsterven van het lichaam van Christus in Gaza. (205-206)
Volgens AlKhouri raakt dit de oecumenische verbondenheid met de kerken in andere delen van de wereld. Hij kapittelt het christenzionisme dat nog steeds breed heerst in de wereld, variërend van onvoorwaardelijke steun voor Israël tot een angstvallige kerkelijke balanceer-act om een schijn van neutraliteit te bewaren – zie ook onze eigen PKN.
De kerk en internationale kerkelijke organisaties kunnen niet blijven oproepen tot vrede en verzoening tussen onderdrukten en onderdrukkers, zonder de zonden van de onderdrukkers te benoemen en hen tot inkeer op te roepen. Standpunten die een zogenaamd ‘gebalanceerd’ perspectief willen bieden en inzetten op een ‘dubbel narratief’, gaan voorbij aan de extreem ongelijke machtsverhoudingen tussen de bezetter en degene die bezet wordt en werken zo de verslechterende situatie ter plekke in de hand. (210)
AlKhouri roept de kerk op om te erkennen dat de Palestijnen onrecht wordt aangedaan en ook om het christenzionisme dat het onrecht steunt of in stand houdt, als een ketterij aan te merken en daar een status confessionis aan te geven. Indertijd in de strijd tegen apartheid gebeurde dat wel, waarom nu niet?
De kerk in Gaza dreigt te verdwijnen, maar ook de geloofwaardigheid van de wereldkerk staat op het spel. (213)
Een ander belangrijk artikel is van de hand van Mitri Raheb, een prominent vertegenwoordiger van Palestijnse bevrijdingstheologie. Zijn artikel draagt de titel van het boek: Theology after Gaza. Gaza, en alle verschrikkingen en geweld waar het voor staat, roept ons op om de theologie grondig te dekoloniseren. Westerse christelijke theologie heeft door de eeuwen heen het kolonialisme gesteund in Noord-Amerika, Zuid-Afrika, Australië, enzovoort. Het failliet daarvan moet nu wel duidelijk zijn, als je het geweld in Gaza beschouwt als onderdeel van hetzelfde koloniale project:
De Holocaust leidde destijds al tot een oproep aan de theologie om haar antisemitische neigingen te heroverwegen, boete te doen en een theologie na Auschwitz te ontwikkelen. Het zou rampzalig zijn geweest als theologen waren doorgegaan met het ontwikkelen van theologie alsof er niets gebeurd was in Europa, en alsof de theologie niet medeplichtig was aan de genocide op mensen van het joodse geloof. Op dezelfde manier kan de theologie na Gaza niet dezelfde zijn als voorheen. (50)
Zoals de post-Holocaust theologie voor een paradigmawisseling zorgde, zo doet een ‘theologie na Gaza’ dat ook. We kunnen niet op dezelfde voet als voorheen blijven theologiseren.
Theologie na Gaza moet het globalistische Israël ontmaskeren, zich inzetten voor transnationale solidariteit met het mondiale Palestina en deze strijd aanwijzen als de ethische en theologische uitdaging van onze tijd. (…) Als Israëls moderne genocidale settler-kolonialisme wordt getolereerd, wordt het een maatstaf voor imperia om dat te herhalen zonder zich te verantwoorden. (58-59)
Dit boek is een vrucht van samenwerking binnen de Council for World Mission die zich inzet voor ‘profetische spiritualiteit’. De bijdragen zijn geschreven in de tijd dat het geweld in Gaza dagelijks de nieuwsberichten bepaalde. Inmiddels is er een bestand, al vallen er nog dagelijks Palestijnse slachtoffers. De wereldpers heeft de aandacht afgewend van Gaza, ook omdat er nieuwe brandhaarden zijn in de wereld. Israël en de VS voeren oorlog met Iran, terwijl Israël in Zuid-Libanon een tweede Gaza creëert en het geweld op de Westelijke Jordaanoever alleen maar toeneemt.
In zijn nawoord probeert de Liberiaanse activist en theoloog Elijah R. Zehyoue, in de traditie van Martin Luther King, de hoop op een geweldloze oplossing levend te houden:
Geweldloosheid erkent dat geweld bestaat in de wereld en dat het door zowel onderdrukten als onderdrukkers wordt ingezet als middel – soms zelfs effectief en legitiem – maar het streeft ernaar de wereld door overtuigingskracht weg te leiden van geweld, juist vanwege het diepe besef dat geweld de ultieme tol eist van iedereen die eraan deelneemt. (350)
Als de aanleiding niet zo gruwelijk was, zou ik dit een rijk boek willen noemen. Het neemt je mee op een ‘ontdekkingsreis’ waarin op een oprechte, authentieke en respectvolle manier het lijden van het Palestijnse volk theologisch wordt erkend. Tegelijk biedt het inspiratie om je daar niet bij neer te leggen. Wat wij kunnen doen, is onze theologie aanscherpen en zuiveren van christenzionistische elementen, ons nadrukkelijker uitspreken en bestaande praktijken van verzet en verbondenheid met de Palestijnen en de Palestijnse christenen versterken.
Mitri Raheb & Graham McGeoch (ed.), Theology After Gaza. A Global Anthology, Cascade Books, 394 blz., € 44,95
Ik hoop dat dit boek vertaald wordt! Lijkt me zeer belangwekkend maar 400 blz. in het engels vraagt wel erg veel.