Blog

Stokpaarden

In domineesland ging ooit het volgende grapje rond:
Wat is het verschil tussen een organist en een terrorist?
Met een terrorist kun je onderhandelen.

Ik weet niet of kerkmusicus Dirk Zwart daar om kan lachen. Ik vrees van niet.
Tien jaar geleden schreef hij al eens een boek over zijn ervaringen, waaruit mij vooral is bijgebleven dat het niet meevalt om kerkmusicus te zijn.  Nu heeft hij opnieuw een boekje uitgebracht, Mooier kan ik het niet maken. Stokpaarden van een kerkmusicus. Omdat ik in zijn mailbestand zat, werd ik daar op geattendeerd. Ik heb het meteen besteld, mijn belangstelling is breed, maar ook vanwege de bijgevoegde CD met 25 kerkliederen… Dat is nog eens waar voor je geld.

Het leven van de kerkmusicus Dirk Zwart is er de afgelopen jaren niet vrolijker op geworden.
Naast interviews met collega’s (die elders eerder zijn gepubliceerd), zijn in zijn jongste boek diverse artikelen en lezingen uit de afgelopen jaren verzameld. Er wordt daarin veel geklaagd, bijvoorbeeld over de ondermaatse evangelische liedjes, die steeds meer oprukken in de kerk. En vooral over het nieuwe liedboek, waaraan Zwart nota bene zelf heeft meegewerkt, maar waar hij achteraf spijt van lijkt te hebben, want ook hier is geen dam opgeworpen tegen de popularisering. Hij noemt het nieuwe liedboek (van 2014) zelfs ‘het mes in de rug van de kerkmusicus’ (p. 127).
Zwart gaat vol op het orgel, als het over The Passion gaat, het jaarlijkse media-event waarin met eigentijdse popsongs het lijdensverhaal van Jezus wordt verbeeld en verklankt. De platheid ten top: “Muziek die niet past bij de intensiteit van het lijden van Christus, niet bij de ernst van het evangelie, en niet bij de eredienst aan God” (106).

Gaandeweg begon ik medelijden te krijgen met iemand die zijn dagelijks brood onder zoveel ‘tranen’ moet verdienen.
Hij houdt ergens in het oosten des lands een montere lezing om gezamenlijke kerken te stimuleren een kerkmuzikaal beleid te voeren, maar moet zoveel jaar na dato constateren dat er niets mee is gedaan.
Hij windt zich op over het gebrekkige niveau van een amateur-organist, die een compositie van hem zodanig vermangelt, dat hij ‘muzikaal smartengeld’ eist. Ook tevergeefs.
En zo gaat het maar door.

Ik heb lang naar de foto op pag. 62 gekeken, waar het gekwelde gezicht van de auteur (rechts) op de bank bij collega Marco den Toom boekdelen spreekt. Zwart had diens werk afgeserveerd en Den Toom wilde daar weleens meer van weten. Klasse dat Zwart de handschoen oppakte – we kunnen de hele mailwisseling van meer dan 10 jaar teruglezen, destijds gepubliceerd op de website van het Reformatorisch Dagblad (niet op zondag te bekijken, overigens, tenzij u de kerktijden wilt raadplegen) – maar de onmacht om beide werelden, die van de evangelische liedcultuur en die van het klassieke kerklied zeg ik maar even, bij elkaar te brengen, spat er van af.

Er moet een heftig vuur in Dirk Zwart branden, een passie voor kerkmuziek op niveau en van gehalte, dat maakt dat hij zich steeds weer opwindt over alle tekortkomingen en kerkelijk geknoei. Maar je kunt aan dat vuur ook opbranden. Iets meer relativeringsvermogen (en humor?) zou helpen. Misschien is Dirk in het dagelijks leven wel een getapte jongen, ik ken hem niet persoonlijk. Maar dat is niet de indruk die deze verzameling strijdbare stokpaarden achterlaat.

Het krijgt iets pijnlijks als Zwart zichzelf interviewt – een genre waar hij zich in bekwaamd heeft – en de ‘interviewer’ een aantal tendentieuze vragen laat stellen, zodat hij zichzelf kan portretteren als de miskende componist, waarvan de inzendingen voor het nieuwe liedboek geheel ten onrechte genegeerd zijn. Geen wonder dat ze daar bij Trouw niet van gediend waren. Alles over deze ‘affaire’ (uit 2013 alweer) op de pagina’s 128 – 144. Verderop in het boek staat nog een zelfinterview, opnieuw over het nieuwe liedboek, en ook daarin nog geen begin van nuance of zelfrelativering. Op de vraag – door hem zelf gesteld dus!: ‘Ben je ook nog ergens positief over? komt er na nog meer kritisch gesputter, met moeite uit dat het een ‘verdienste van het nieuwe liedboek is dat er zoveel liederen in staan’ (p. 168).

Dit is geen recensie.
Slechts een weergave van mijn hoogst particuliere leeservaring.
Zoals gezegd, ik ken de auteur niet persoonlijk, slechts uit een enkel mailcontact (waarbij hij mij allervriendelijkst geholpen heeft, overigens).

Over zijn composities heb ik geen oordeel, want ik heb te weinig verstand van muziek. Ik heb er wel een mening over, maar die is gebaseerd op een persoonlijke smaak en dat mag eigenlijk, als ik Zwart goed begrijp, geen rol spelen.

Hij zal wel gelijk hebben.
In ieder geval, ik heb geen zin om daarover te gaan ‘onderhandelen’.

Previous Post Next Post

3 Comments

  • Reply Dirk Zwart 15/07/2021 at 11:16

    Dag Bert,
    grappig stuk! Je hebt mijn ironie en zelfspot in mijn boek kennelijk niet altijd opgepikt, maar dat je het überhaupt gelezen hebt en daarvan verslag doet, vind ik al bijzonder aardig. Overigens luister ik op de bewuste foto welwillend naar Marco den Toom, mijn ‘gekwelde blik’ is nog veel erger… 😉
    Een vriendelijke groet van Dirk Zwart

    • Reply Bert Altena 15/07/2021 at 11:32

      Ha, dank je.
      Dan heb ik je gevoel voor humor toch onderschat…
      Succes met je werk, h.gr. Bert

  • Reply Wietse Meinardi 27/08/2021 at 22:37

    Beste Bert,

    Ik ben wat verbaasd over je recensie (die je geen recensie noemt) van het boek van Dirk Zwart. Ik ken Dirk als een begenadigd componist van echt goede kerkmuziek (goed zingbaar voor koor en gemeente). Ook ken ik hem als iemand die zich als geen ander voor de ontwikkeling van de kerkmuziek heeft ingezet (zie zijn persoonlijke site met bijzonder veel composities en zijn andere site http://www.kerkmuziek.nu) en er veel over geschreven en nagedacht heeft.
    Ik lees momenteel het boek ook, heb het nog lang niet uit, maar ik vind dat Dirk belangwekkende zaken aanstipt die voor veel kerkmusici herkenbaar zijn en die het waard zijn in bredere kring te bespreken. Ik lees het met veel interesse en vind dat Dirk zaken vaak goed en raak kan verwoorden.
    Jouw bespreking doet geen recht aan het werk van Dirk en blijft wel heel erg aan de oppervlakte steken. Zijn toon is soms wat scherp en prikkelend, misschien soms iets te. Maar lees daar over heen en ga op de inhoud in en niet op bijvoorbeeld een vermeende blik op een foto.
    Veel kerkmusici zijn bevlogen mensen, die vanuit hun expertise de kerk willen dienen en door hun werk klinkt er elke week weer veel mooie muziek! En met velen van hen valt prima samen te werken en zeker te onderhandelen 🙂 Die domineeshumor is de mijne dus niet.
    Met vriendelijke groet, Wietse

  • Leave a Reply