U hebt het vast wel eens meegemaakt en anders herkent u het wel.
Je bent op een mooie zomerdag aan het fietsen. Ergens in het bos is een fraai plekje waar je neerstrijkt. Iemand haalt de plaid uit de fietstas, een ander komt al met de picknickmand aandragen, de limonade wordt uitgedeeld en opeens gilt iemand: MIEREN.
En dan is het meteen ook zo, dat het STIKT van de mieren.
Want mieren zijn er altijd in grote getale tegelijk. Je kunt er wel een paar wegslaan, maar dat helpt nooit, je legt het af. Inpakken en wegwezen.
Mieren zijn er altijd in meervoud. Je ziet nooit een mier alleen. Dat is omdat een mier alleen niks kan. Een mier alleen weet niks. Maar met elkaar weet een mierenkolonie heel veel. Dan weten ze precies waar ze eten kunnen vinden, hoe ze samen moeten werken om dat eten naar hun nest te krijgen, hoe ze dat nest moeten bouwen en nog veel meer.
De verklaring van dit succesvolle collectieve gedrag is de combinatie van heel veel mieren, die allemaal willekeurige pogingen doen en die op een heel eenvoudige manier met elkaar communiceren. Ik haal die informatie uit een krantenberichtje dat ik meer dan 5 jaar geleden uitknipte. Ja, wie wat bewaart die heeft wat. Ik lees nog even voor: De mierenkolonie laat zien dat intelligent gedrag uit de samenwerking van een heleboel domme eenheden kan ontstaan.
Vindt u het gek dat een dominee bij zo’n zin aan de kerkelijke gemeente denkt. Daarom heb ik het ook uitgeknipt: Intelligent gedrag dat ontstaat uit de samenwerking van een heleboel domme eenheden, mijzelf incluis.
Want, bij mensen is het net zo als bij de mieren.
Een mens alleen weet niks. Maar met elkaar weten we heel veel.
Meer dan 100 jaar geleden liet een Britse wetenschapper mensen op een veemarkt raden naar het gewicht van een koe. Iedereen zat er naast, behalve misschien de boer van die koe. Maar toen alle antwoorden van de marktbezoekers waren verzameld en daar het gemiddelde van werd berekend, bleek dat nagenoeg exact te kloppen.
Dat noemen we sindsdien the wisdom of the crowd, de wijsheid van de menigte, of ook wel de wet van de grote getallen.
Waarom vertel ik dat allemaal?
Omdat je dit soort opmerkelijke feiten misschien ook kunt toepassen op wat we hier doen en wat we zijn, gemeente, gemeenschap, een mierenkolonie, een crowd?
Eén alleen weet niks, kan niks, is stokongelukkig. Maar met elkaar gebeurt er opeens iets. De gemeenschap heeft een meerwaarde, die ieder voor zich niet kan realiseren.
Een mens, dat geldt ook in het algemeen, kan niet bestaan zonder andere mensen. Letterlijk al niet. Geen mens is zelfstandig. Niemand is selfsupporting. Dat zijn weliswaar waarden waar we vandaag sterk aan zeggen te hechten, maar probeert u even na te denken – met elkaar – wat dat eigenlijk betekent.
We zijn op elkaar aangewezen, van elkaar afhankelijk, tot elkaar veroordeeld, ook.
Wat voor het leven geldt, geldt ook voor het geloof.
Niemand gelooft op eigen kracht. Je wordt al gedragen door de traditie, de mensen die voor ons uit zijn gegaan, de verkenners, de wolk van getuigen (Hebr. 11). Je wordt omringd door de mensen die met je gaan, die voor jou bidden als jij dat even niet kunt, of wilt. Degenen die de lofzang gaande houden, het vuurtje brandende. We wachten wel, totdat je weer aanhaakt of insteekt, of… nou ja zie maar..
En met dit alles in het achterhoofd, kun je opeens ook heel anders naar het verhaal van deze zondag kijken. Ook dat is een reden waarom ik u dit allemaal vertel.
Het verhaal, de gelijkenis die Jezus vertelt, over het ene schaap dat verloren is geraakt, of dat ene muntje dat tussen de plinten van de houten vloer is zoekgeraakt.
En we weten dat hierna nog een gelijkenis wordt verteld, die beroemde over de verloren zoon.
En dan zeggen we, dat in al deze drie gelijkenissen blijkt hoezeer God zoekt naar het verlorene, hoe Gods liefde uitgaat naar dat ene schaap dat is verdwaald, naar dat kind dat de weg kwijt is, enzovoort.
Dat is allemaal zo. Maar je kunt er dus ook nog eens heel anders naar kijken en daar wil ik u toe uitnodigen:
Waarom gaat die herder achter dat ene schaap aan? Is dat omdat hij zo bezorgd is over het lot van dat ene schaapje? Is het voor het schaapjes bestwil? Dat lijkt.
Maar kun je het ook omdraaien? Die herder gaat achter dat ene schaap aan, omwille van de 99 die achter zijn gebleven. Hij is bezorgd vanwege dat ene schaap – een schaap alleen kan niks – ja, maar hij is ook bezorgd om die 99 andere. Want die hebben dat ene schaap net zo nodig als omgekeerd.
Alsof de herder zegt:
‘ Ik heb je opgezocht, want WIJ hebben jou nodig. We missen je. We kunnen niet goed zonder jou. Ja, juist jou. Nee, je bent niet een van de honderd, je bent geen grijze muis tussen de schapen. We hebben jou juist nodig om wie jij bent. Jij, schaapje, je bent zo heerlijk rebels, je bent een durfal, dat heb je nu wel laten zien. Jij bent zo ondernemend, jij durft nieuwe wegen te verkennen, onbekend land te betreden. Jij gaat je eigen gang en zoekt een eigen weg, en juist dat hebben WIJ nodig. Jouw eigenheid maakt ons compleet. Zonder jou zijn we een stuk minder, alsof er iets aan ons ontbreekt.’
Hoe meer er mee doen, des te wijzer we zijn. Daar zijn we ook wijs mee. The wisdom of the crowd.
Met jou erbij, jouw unieke mogelijkheden (talenten en gaven noemt de bijbel dat), met jouw eigenaardigheden, je dwarse ideeën en je wilde plannen – zeg het maar.
We hebben elkaar nodig, alleen weten we niks, kunnen we niks, want mensen weten heg nog steg.
God heeft ons nodig, zeggen deze gelijkenissen ook niet dat?
Zonder jou is Hij/Zij incompleet en zwaar gehandicapt.
Laat het dus daarom zijn, dat we dit seizoen nog vaak zullen horen:
Het stikt hier van de mieren!
AMEN