Slaapwandelaars (Jes. 2: 1 – 5) – Advent I

Er is een boek met de titel Slaapwandelaars. Als u geïnteresseerd bent in geschiedenis, dan kent u het misschien. Het gaat over de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog. Over de politieke spanningen die er toen waren, onrust op de Balkan, argwaan tussen de grote Europese mogendheden, de tsaar van Rusland, de koning van Engeland, de keizer van Duitsland – die allemaal ook nog eens familie van elkaar waren. Het boek laat zien dat niemand eigenlijk oorlog wilde, maar dat het toch achteraf onvermijdelijk bleek. Dat door een aantal toevalligheden en door onverschilligheid van de politieke leiders, men eigenlijk al slaapwandelend – dat is de titel – de oorlog in strompelde. De Eerste Wereldoorlog , 1914 – 1918, die tot onnoemelijk veel leed en verwoesting leidde, en daarom in veel landen nog steeds de grote oorlog wordt genoemd.

We zijn meer dan 100 jaar verder.
De geschiedenis herhaalt zich niet, maar rijmt wel, zoals de uitspraak luidt.
Er wordt de laatste tijd weer meer over oorlog gesproken en geschreven. Defensie gaat de komende jaren flink uitbreiden en dat vinden we allemaal (?) nodig. Deze week werd bekend dat er meer oefenterreinen en laagvliegzones bijkomen. Wij als bevolking worden al een tijdje voorbereid op dat je moet kunnen overleven in crisissituaties – hebt u al een noodpakket in huis?

De een noemt dat bangmakerij. De ander zegt, je moet niet naïef zijn. En beiden wijzen naar de geschiedenis. Wie heeft er gelijk?

Als je vrede wilt, moet je je voorbereiden op … vrede.

Ja, ik weet wel dat de uitspraak van de oude Romeinen precies andersom is. Als je vrede wilt, moet je voorbereid zijn op oorlog (si vis pacem para bellum). Maar laten wij als christenen, als gelovigen, laten wij die uitspraak nu eens omdraaien: als je vrede wilt, bereid je dan voor op vrede.

Vandaag horen we een vredesvisioen.
Bekende woorden van de profeet Jesaja. Het is een visioen dat in haast dezelfde bewoordingen bij de profeet Micha terugkeert – zo belangrijk is het dat het twee keer in de bijbel staat: Zwaarden zullen omgesmeed worden tot ploegijzers en speren tot snoeimessen. “En zij zullen de oorlog niet meer leren” (NBG51).

Dat is natuurlijk allemaal prachtig.
‘Eens komt de dag’, zo begint Jesaja.
Dat zal. En we zijn geneigd om de nadruk op dat eerste te leggen. Eens…. Maar dat lijkt ver weg te zijn en in de wereld van vandaag alleen maar verder weg te raken.

Jesaja is een profeet. En dan denken wij aan iemand die ver in de toekomst kan zien. Die visioenen krijgt die een normaal mens niet krijgt. Hij ziet meer want hij ziet verder.
Dat is mooi, dat kan je aanspreken, maar eerlijk gezegd heb je er in het dagelijks leven en in de wereld van alledag niet veel aan. Want ja, dat is ‘eens….’
Profeten zijn daarom, met alle respect, een beetje wereldvreemd.
Je kunt ze er goed bij hebben, voor inspiratie en wat goede moed, maar echt realistisch is het niet.

Vandaag horen we woorden van vrede.
En we zijn in de kerk de tijd van Advent ingegaan. Voorbereiding op het feest van de Vrede, kerst en alles wat daarbij hoort. Vrede op aarde en zo meer. Is dat even wereldvreemd?

Het is belangrijk om bij jezelf na te gaan wat Advent nu eigenlijk is.
Wat gevraagd wordt, waar je toe uitgenodigd wordt, is om zelf in beweging te komen. Dat is de bedoeling van deze periode, in kerk en leven en in je eigen spiritualiteit. We bereiden ons voor op het Kerstfeest en dat vraagt een actieve openheid.

Het is precies wat de laatste zin uit de lezing uit Jesaja verwoordt:
Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten wij leven in het licht van de Heer.

Het visioen van Jesaja is geen vroom toekomstperspectief. Een boodschap van hoop zonder basis. Het woord van de profeet is verre van zweverig, maar altijd een oproep om zelf in beweging te komen – dat is altijd zo bij de profeten. Ze maken je onrustig. Daarom hebben ze het vaak te verduren, van machthebbers, van mensen die geen belang bij verandering hebben – die het liefst de dingen zo laten zoals ze zijn zolang ze in hun voordeel zijn.

Kom mee. Kom in beweging; beweeg als het ware toe naar de beweging die van God uit al gaande is.

Advent is het oefenen van die beweging.
Verwachten is geen afwachten, maar een actieve gerichtheid op de Vrede waarnaar we verlangen, naar het Vredeskind dat ons zal komen redden. De vrede waarover de profeet Jesaja spreekt.

Daarom is het vervolgens van belang om dat spreken goed te begrijpen.
We doen vaak alsof de profeet het over later heeft. Dat lijkt ook zo te zijn. Eens… komt de dag.
En de kerk heeft het profetisch visioen uitgelegd alsof Jesaja met ‘die dag’ de geboorte van Jezus bedoelt. Misschien, maar dat toch niet alleen.

Belangrijker is om te realiseren dat profeten geen vage toekomstvoorspellers zijn, een soort orakels.
Ze zijn heel concreet, ze zijn volop geworteld in hun eigen tijd.
Ze spreken niet over de mensen heen, met hun hoofd in de wolken. Nee, ze richten zich heel concreet op de actuele situatie.

Profeten in de Bijbel zijn geen mensen die vooruit zien, maar die diep zien, die de maatschappij van hun tijd peilen, die met een fijngevoeligheid die ze van God hebben gekregen in staat zijn de onderliggende trillingen in het maatschappelijk fundament te registreren. Als alles er florissant uit lijkt te zien, merken zij al de betonrot op – omdat de gerechtigheid ontbreekt – typisch profetenthema. Of omgekeerd, en dat geldt hier in deze tekst van Jesaja, als alles er hopeloos uit lijkt te zien, merken zij al tekenen van omkeer en bevrijding op.

Er komt een dag, dan zullen de volken samenstromen. Niet om oorlog te voeren, maar om zich door Gods wet en geboden te laten leiden. “Hij zal rechtspreken tussen de volken / over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers / hun speren tot snoeimessen… en geen mens zal nog de wapens leren hanteren”.

Vergeten we niet dat die oude woorden van de profeet Jesaja, over vrede en recht, voor het eerst geklonken hebben in een situatie waarin Jeruzalem en Juda van alle kanten werd bedreigd – er is niets nieuws onder de zon.
In zo’n situatie, een woord van vrede laten klinken breekt het perspectief open en wil mensen activeren en mobiliseren. Ook dat is Advent.

Profeten als Jesaja en Micha richten zich op de actuele situatie en tegelijk stijgen ze daar boven uit.
Dat maakt dat profetische teksten nooit verouderen. Ze blijven hun profetische kracht uitoefenen in telkens nieuwe situaties. Omdat ze een perspectief schetsen dat grootser, breder en omvattender is dan ons beperkte blikveld. Een profeet ziet meer. Omdat hij of zij met de ogen van God kijkt.

Wist u dat deze woorden, over zwaarden omsmeden tot ploegijzers, in een beeld is uitgehouwen dat staat bij het hoofdgebouw van de Verenigde Naties in New York?
Dat gebouw ligt overigens niet ver van de Trump Tower, het beeld is uit 1959. Het is een geschenk van de Russische regering, gemaakt door een Oekraïense kunstenaar. Dat is toch bijzonder, dat een toen nog communistisch en atheïstisch regime een dergelijk beeld met nota bene een bijbelse oproep, schenkt.

Het visioen van de vrede, de gedroomde tijd dat niemand meer weet wat oorlog is, de oproep om van een zwaard een ploegijzer te maken, van oorlogstuig een werktuig – het heeft mensen altijd geïnspireerd, ook buiten de joodse en christelijke traditie om. Vrede is een verwachtingswoord dat telkens weer mensen aanspreekt.

Maar nu wil ik nog een derde aspect belichten.
We hadden het over 1) dat het gaat om je eigen beweging, je eigen houding; dat het 2) van belang is om het in de actualiteit toe te passen, niet ooit eens, maar hier en nu en tenslotte is het 3) belangrijk om te benadrukken dat het over een andere manier van kijken gaat.
Het is een visioen. Het gaat over wat je ziet. Wij blijven vaak in woorden steken, maar het gaat fundamenteel om een andere manier van kijken.

Wat zie je? Wat wil je zien? Wat kun je zien?

Jezus zegt: ‘Leer van de vijgenboom deze les’. Woorden, ja maar Hij leert ons op een andere manier kijken. Als zijn takken uitlopen, komt de zomer er aan. Zo moeten wij letten op de tekenen van de tijd. ‘Als jullie deze dingen ZIEN’, zegt Jezus.
En als Hij verder gaat, dan herinnert Hij aan de tijd van Noach.
Noach die een ark bouwde, maar zijn tijdgenoten merkten het niet op. Zij aten en dronken, trouwden en huwelijkten uit. Ze leefden als het ware blind voor wat er gebeuren ging.

Nu is het zo dat dat allemaal niet in het verhaal van Noach in de Bijbel wordt vermeld. Dat stond wel in de kinderbijbel waaruit ik vroeger werd voorgelezen, dat de mensen Noach voor gek verklaarden, maar misschien komt dat eerder hier vandaan. In ieder geval, het punt is dat mensen niet zien wat er werkelijk gaande is.
En dat is van alle tijden.

Jezus’ uitspraken versta ik als een oproep om waakzaam, opmerkzaam te zijn. Om anders te leren kijken. Om te zien wat er werkelijk gaande is. ‘Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden verdwijnen nooit’. De boodschap van vrede, eens komt de dag, dat woord blijft staan.

Zijn wij als de slaapwandelaars, die als het ware ons willoos laten meevoeren een volgende oorlog in?
Of durven we ons toe te vertrouwen aan het eeuwig actuele visioen van vrede?

Als wij werkelijk verlangen naar vrede, dan zullen we zelf aan vrede moeten werken.
Daar ben ik van overtuigd. Als wij bidden om vrede, verplichten we ons zelf om vredestichters te zijn. Hoe dat moet? Dat is de uitdaging. Maar dat begint altijd bij je zelf en in je eigen situatie en met je eigen mogelijkheden (en dus beperkingen).

Wie vrede wil, zal zich op vrede moeten voorbereiden. Op vrede richten, in alle concrete situaties waarin we met en onder de mensen verkeren. Ga er maar aan staan…

En als je dat doet, mag je er op vertrouwen dat de Vorst van de Vrede onze inspanningen zal zegenen en zal bekronen.
Eens komt de dag…

Gods toekomst begint vandaag.

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *