Schoorvoetend, Joh. 13: 1 – 15 (witte donderdag)

Doe dit tot mijn gedachtenis.

U herkent die woorden. Ze komen uit de liturgie van het avondmaal. Het zijn de woorden die Jezus volgens het evangelie uitsprak, toen Hij op de avond voor zijn sterven met zijn leerlingen voor het laatst de maaltijd hield. Brood en beker, als tekenen van zijn leven en zijn levensgave. ‘Als wij delen van het brood en drinken uit deze beker, verkondigen wij de dood des Heren, totdat Hij komt’.

Doe dit tot mijn gedachtenis.

Geladen woorden. Juist op deze avond, waarop we die laatste avond van Jezus, de laatste dagen van zijn leven gedenken. Op deze avond van wat de witte donderdag is gaan heten, het begin van de drie dagen van Pasen, leven, sterven, opstaan.
En het is in deze drie dagen precies dát wat we doen: tot zijn gedachtenis.

Nu is het opmerkelijke, en ook dat wordt ieder jaar gememoreerd, dat in het evangelie van Johannes die woorden ontbreken. Sterker nog, bij Johannes is er zelfs geen sprake van het laatste avondmaal, zoals bij de andere evangelisten. Nee, Johannes vertelt hetzelfde verhaal op een eigen manier. Ook hier is Jezus met zijn vrienden aan de maaltijd. Maar hier geen sprake van brood en wijn. Hier doet Jezus iets anders. Hij wast de voeten van zijn leerlingen.

Doet dit tot mijn gedachtenis??

Je zou het kunnen denken,
Als Jezus gedaan heeft wat Hij heeft gedaan, na de voetwassing, vraagt hij nadrukkelijk aan zijn leerlingen: ‘Begrijp je het?’. En hij verklaart: ‘Ik heb een voorbeeld gegeven: wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen … elkaars voeten wassen.’

De kerk heeft in haar geschiedenis deze opdracht van de Heer niet zo opgepakt als dat andere ‘doet dit tot mijn gedachtenis’.  We hebben geen sacrament van de voetwassing. Iemand heeft eens verzucht dat de kerkgeschiedenis er dan misschien heel anders had uitgezien, als we dat wel hadden gedaan. Dit teken van nederigheid. Dit voorbeeld van dienstbaarheid.

Hoe het ook zij.
Op witte donderdag vertellen we dit verhaal, en natuurlijk staat dat in hetzelfde teken van de ‘gedachtenis’. Als we Pasen vieren, de doortocht door lijden en dood naar het leven, zoals in de weg van Jezus, dan gedenken we de weg van zijn dienstbaarheid, van zijn volgehouden liefde tot het bittere eind, dan gedenken wij en maken ons eigen, deze manier van dienstbaar leven, van overgave in liefde, van de tedere zorgzaamheid en zorgvuldige omgang, ook lichamelijk – zoals dat in het gebeuren van de voetwassing tot uitdrukking komt.
In een wereld van hardheid, van concurrentie en strijd; in een wereld waarin menselijke lichamen onderworpen zijn aan allerlei soorten van geweld; spreekt dit teken een eigen taal.
In een wereld waarin handen zich ballen tot vuisten, letterlijk en figuurlijk; waarin we vooral onze ellebogen ontwikkelen om daarmee anderen aan de kant te duwen, figuurlijk en letterlijk; in een wereld van verharding en verkramping, uiterlijk en innerlijk, wil dit voorbeeld en teken van onze Heer andere krachten losmaken. Zachte krachten. Tedere krachten. Je kunt ook anders met elkaar omgaan.

Met aandacht.
Met liefde en geduld.
Met zorg voor de ander.
Met welwillendheid.

Zo is onze Heer.

Maar dat blieft de wereld niet.
Daar schrikken wij zelf van terug.
U, mij, de voeten wassen??

Ieder jaar en ook vandaag, geven wij ons over aan dit wonderlijke en tegelijk eeuwig aansprekende verhaal. Zijn overgave in liefde, schenkt ons het leven. Opent het perspectief op een heel andere manier van leven, van bestaan. Voedt de hoop, dat waar wij mensen leren, schoorvoetend, om met welwillende aandacht en tedere zorgzaamheid voor elkaar te bestaan, wonderen mogelijk zijn. Het land van de belofte zich opent.

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *