Preken

Samen uit, samen thuis, Mat. 25: 1 – 13

Het is mij eens overkomen dat ik als predikant in vol ornaat met een kerk vol bruiloftsgasten stond te wachten op het bruidspaar. Ze hadden voor die dag een mooie oldtimer gehuurd, maar die had het op weg naar de kerk begeven. ’t Is allemaal goed gekomen… toen ze uiteindelijk aankwamen mochten ze uiteraard naar binnen.

In de gelijkenis die Jezus vertelt over de vijf wijze en de vijf dwaze meisjes, gaat het jammerlijk mis. Niet alleen laat de bruidegom op zich wachten. Als hij zich uiteindelijk aandient, zijn vijf van de tien bruidsmeisjes er niet klaar voor. En als ze zich later alsnog bij de bruiloftszaal vervoegen, wordt hen hooghartig de deur gewezen.

Het is zo’n gelijkenis die veel vragen oproept, een ongemakkelijk gevoel. De botte weigering van de heer aan het einde: ‘Ik ken jullie werkelijk niet’. Maar ook al eerder, de vijf verstandige meisjes die even bot weigeren om hun olie te delen. Koop maar lekker zelf je olie. Is dat een christelijke reactie? Het was toch, samen uit, samen thuis?

PRINTVERSIE

Zoals het verhaal veel vragen oproept, zijn er ook veel verklaringen gegeven. Verschillende verklaringen, want het ligt er maar net aan waar je het accent legt.

Als je de nadruk legt op het slot van de gelijkenis, op de weigering om toegelaten te worden en op de waarschuwing die helemaal aan het einde klinkt: Wees dus waakzaam, dan draagt dat bij aan een sfeer van dreiging en angst. Dat lijkt aan te sluiten bij de rest van de gelijkenissen en teksten hierom heen. Tegen het slot van het evangelie, spreekt Jezus uitgebreid over de laatste dingen – met dreigende teksten over oorlogen en geruchten van oorlogen en allerlei ellende die zich over de aarde zal uitstorten. Teksten die bij bepaalde gelovigen in alle tijden tot de verbeelding spreken. Vaak zien ze dat dan bewaarheid worden in hun eigen tijd. En inderdaad, in elke tijd – ook in de onze vandaag – is er veel dat lijkt op wat de Bijbel het einde der tijden noemt.
Vandaar de oproep: Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip hij komt – en dan denken we al gauw aan wat de wederkomst wordt genoemd.
Deze gelijkenis wil ons waarschuwen gereed te staan voor het einde.
Dat is de globale uitleg, als je dus het accent legt op het slot.

Maar is dat wel terecht? In ieder geval lijkt het eenzijdig.
Je kunt met evenveel recht, misschien wel met meer recht, het accent op het begin leggen. Daar staat een zin waarmee heel veel gelijkenissen in het Matteüsevangelie beginnen: Dan zal het met het Koninkrijk van de hemel zijn als … en zo voort.
Jezus vertelt gelijkenissen die gaan over het Koninkrijk van de hemel en dat is wat anders dan de eindtijd. Hij vertelt in beelden en verhalen hoe het er aan toe gaat in het koninkrijk, in de wereld zoals die eruit ziet naar Gods bedoeling. Dat is niet een werkelijkheid voorbij de verre horizon, dat is een mogelijkheid die zich nu al voordoet, een werkelijkheid die nu al kan bestaan, als wij ons daarnaar richten.

Het is zo belangrijk om steeds goed te beseffen wat een gelijkenis is. Een gelijkenis is niet: Er was eens… Het is ook niet: Het zal eens … Een gelijkenis is altijd actueel en in de tegenwoordige tijd. Het gaat om een creatieve mogelijkheid die zich nu aandient, voor jou. Een gelijkenis nodigt uit je te voegen naar hoe God nu handelt, bezig is in de wereld, hoe God werkt en hoe jij daar bij aan kunt sluiten. Een gelijkenis roept altijd op, indirect en via de band van het beeldende verhaal, om nu je leven te veranderen. Dat is Jezus’ prediking van het Koninkrijk. Geen toekomstmuziek, maar actualiteit.

Bij deze gelijkenis heb ik lang het beeld gehad van de tien meisjes die zitten te wachten op de bruidegom en het wachten duurt zo lang en ze vallen tenslotte in slaap, moe van het wachten. Zo stel je je dat dan een beetje voor.
Maar dat is veel te passief, alsof die meisjes niet anders doen dan stil maar wacht maar afwachten. Want merk eens op hoe het begint. De vergelijking met het koninkrijk van de hemel, en dan staat er: het is als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en erop uittrokken, de bruidegom tegemoet. Ja, ze vallen straks in slaap – allemaal trouwens, ook de vijf verstandige, want het wachten duurt zo lang. Maar er zit veel meer activiteit in hun verwachting; ze gaan de bruidegom tegemoet. Het begint er mee dat ze zelf ook op weg zijn, met hun olielampen en met alles wat dat symboliseert.

Natuurlijk gaat het in deze gelijkenis om de oproep om waakzaam te zijn.
Maar dan niet zozeer, bedacht zijn op het einde dat je kan overvallen als een dief in de nacht, of op het oordeel dat je kan verrassen als je juist in de bioscoop zit of in de danszaal, een boodschap waarmee de generatie van mijn ouders werd bang gemaakt. Dat is zo benepen, zo onder de maat van het evangelie.
Jezus vertelt geen gelijkenissen om ons bang te maken. Angst verlamt. Hij wil niet anders dan ons opporren, in beweging brengen, erbij betrekken. Bij die grote beweging van het Koninkrijk die hij zelf in gang heeft gezet, door mensen te bemoedigen, door de armen te feliciteren, de blinden te leren zien waar het op aan komt, de dove oren te openen voor een boodschap van bevrijding en ga zo maar door. In de beroemde gelijkenis die in ditzelfde hoofdstuk wordt verteld, gaat het daarover: over het kleden van de naakten, het herbergen van de vreemdelingen, het bezoeken van de gevangenen en de zieken en zo voort. Daar is het Koninkrijk al bezig zich te vormen – ook vandaag, ook in deze wereld van liefdeloosheid en haat, van angst en wantrouwen en verdeeldheid.

Laat je niet bang maken. Zelfs niet door die lange redevoeringen van Jezus zelf over de tekenen van de tijd. Zegt hij zelf daar niet: “jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten” (24: 6). Ik geef toe, ik citeer het vers maar half en er staat ook van alles nog meer in. Maar het blijft dus zo, waar leg je het accent? Hoe hoor jij Jezus’ gelijkenis vandaag, als het ook een woord wil zijn dat jou raakt?

Ik geloof niet dat we aangesproken worden op onze angst. Angst verlamt, zoals ik al zei. We worden niet geappelleerd aan onze bezorgdheid. Die is er al genoeg, en met reden. Maar bezorgdheid moet tot actie leiden, tot beweging, niet tot lethargie. Dat is gemakkelijk gezegd dan gedaan. Maar daarvoor hebben we juist de gemeenschap nodig, van mensen die samen willen geloven dat een andere wereld mogelijk is, dat het Koninkrijk daar begint waar wij er aan gaan werken. Daarom hebben we elkaar nodig, om het gebed Uw koninkrijk kome, te bidden, als ik dat zelf even niet meer kan opbrengen.

De tien meisjes pakken hun lamp en trekken erop uit. De bruidegom tegemoet. Vol verwachting en vol goede moed. Zo begint het. Toen waren ze nog met zijn tienen. Samen uit, samen thuis?

Previous Post Next Post

1 Comment

  • Reply W.J. Koolstra 01/11/2020 at 12:03

    Beste Bert, Via kerkomroep weer eens de dienst in Vries bijgewoond. Veel dank voor je ptreek, die mij goed heeft gedaan, Beste wensen en hartelijke groeten vanuit Baarn.
    Wout

  • Leave a Reply