Een tijdje geleden moest ik een nieuwe telefoon. De oude was er plotseling mee opgehouden. Ik moest allerlei apps opnieuw installeren. Gedoe. Ook de instellingen van de agenda moest ik aanpassen. Want op de nieuwe telefoon begon de week op maandag. Dat heb ik veranderd naar zondag. Dat is voor mij wel een beetje principieel punt. De week begint op zondag met een rustdag; niet op maandag met werken.
Wat zegt dat eigenlijk dat de standaardinstelling van zo’n apparaat kennelijk is dat je begint met de maandag, de werkweek? We leven toch niet om te werken? Een mens moet ook van ophouden weten. Daarom is er dat heilzame ritme van de regelmatige rustdag.
In oude verhaal van de Bijbel is die wijsheid al geopenbaard. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is een rustdag. De dag die God heeft geheiligd. Dat heeft iets moois. De schepping loopt uit op de sabbat. De sabbat is de kroon der schepping. Dat is dus niet de mens. De mens noemt zichzelf wel de kroon der schepping, maar dat heeft ie zelf verzonnen – dat staat zo niet in de bijbel. De mens heeft zichzelf gekroond, maar God kroont de sabbat – alle scheppingsdagen zijn goed, maar deze dag is geheiligd.
De schepping loopt uit op de rustdag en krijgt daar als het ware haar vervulling in.
Voor ons christenen is de zondag de rustdag geworden, omdat dat de dag van de opstanding van Jezus is; iedere zondag is zo een herinnering aan Pasen. De rustdag is een andere, maar het principe van de heilzame onderbreking is dezelfde. En het heeft ook wel iets moois om de week te beginnen met rust en bezinning en ontspanning – hoe u die rustdag ook in wilt vullen.
Ik weet natuurlijk ook wel dat er in het verleden veel gesteggeld is over die rustdag. Verhalen over wat je allemaal mocht – je mocht naar de kerk – maar vooral wat je allemaal niet mocht. Maar daar gaan we het nu niet over hebben, dat is geweest, toch?
De kern van de rustdag is natuurlijk dat het goed is voor de mens; ja voor heel de schepping. Niet maar door blijven draven, maar rust om te genieten – van het goede leven. Uiteindelijk zijn dat de waardevolle momenten in het leven.
En bedenk dan dat dat voor de meeste generaties voor ons heeft gegolden in een veel harder en veeleisender bestaan, dan voor ons. Zoals dat voor sommigen elders in deze wereld nog zo is. Dan is rust en ontspanning en genieten echt een luxe, een geschenk.
Dat is het voor ons wel, maar dat beseffen we vaak niet, of te laat.
Hoe dan ook, over die rust – in de brede zin van het woord, gaat het vanmorgen. De rust waarover de Hebreeënbrief spreekt, die ons aanspoort om zo te leven en te geloven dat we die rust kennen: “Laten we dus alles op alles zetten om te kunnen binnengaan in die rust…” (4: 11a). Met die rust is het geloof in Jezus bedoeld. Jezus staat centraal in deze brief. Het gaat vanmorgen ook over de rust en de vrede van de Paasdag – de zondag, waar Jezus ons zelf op wijst, in het verhaal uit het evangelie. Het gaat vanmorgen over rust in ons drukke en jachtige bestaan. Waar vind je die en hoe vind je die?
Nu kun je verschillend over rust denken en spreken. Zoals over alles goedbeschouwd.
Iedereen zal er zo zijn of haar eigen associaties bij hebben.
Rust, na gedane arbeid – zoals in de tekst ook met zoveel woorden staat.
Je welverdiende rust na een dag hard werken. Of een leven lang werken – de rust van je pensioen. Drentenieren.
Rust, in de zin van dat je even geen zin hebt in alle gezeur, of dat je afschakelt van het dagelijks nieuws of de kranten – rust dat je het liefst niet teveel bemoeit met anderen – die altijd iets van je willen of waar je iets mee moet.
Rust, als ‘val me niet lastig’.
Of, rust in de portemonnee – ook zoiets.
U merkt het misschien al. Dat lijkt mij zelf toch niet helemaal de bedoeling te zijn, Ook al herken je de neiging en hebben we misschien allemaal wel eens zo’n gevoel – dat is toch geen rust die je echt bevredigen kan, dunkt me.
Dat is een beetje de rust van de oogkleppen op en de kop in het zand.
Wil rust werkelijk een diepgang krijgen, dan is er iets meer nodig. Rust die niet gevonden wordt door je af te sluiten van alle onrust, maar door die onrust en alles wat dat veroorzaakt, aan te gaan, te doorleven, te overwinnen – of als dat teveel gevraagd is, om daar op een goede manier mee om te gaan.
Rust is geen passiviteit, geen quiëtisme; is niet de armen over elkaar en de boel de boel laten.
De rust zoals die in de Bijbel door God wordt beloofd, dat is wat anders, actiever – dat is overwonnen onrust.
De tekst die in het gedeelte uit de Hebreeënbrief wordt aangehaald, gaat terug op een Psalm, die gaat over de tocht van het volk door de woestijn op weg naar het beloofde land. ‘De rust binnengaan’ is dan het beloofde land binnengaan. Het wordt hier gebruikt om iets van het geloof in Jezus te verhelderen. Het is een beeld, de rust, dat staat dan voor zoiets als: je bestemming bereiken. Aankomen. Thuis komen.
De rust is de vervulling van de belofte, zoals Jezus die belichaamt, maar die voor ons nog uitstaat, waar je naar op weg bent. Zoals de woestijn een beeld is van de zoektocht, van de weg door het leven, de levenslange weg om het goede leven te leren.
Nu moet u niet teveel denken aan de geschiedenis – hoe het volk het land innam en de anderen volken verdreef; en al helemaal niet denken aan de actualiteit – de voortgaande oorlog die gevoerd wordt en de claim op het land op zogenaamd bijbelse gronden.
Dan vertroebelt het beeld.
Het is belangrijk om de beeldspraak vast te houden.
Dan kan het volgende helpen.
We gebruiken vaak de uitdrukking ‘het beloofde land’, maar je kunt beter zeggen: het land van de belofte. Dan denk je niet in de eerste plaats aan een geografische gebied, from the river to the sea, of zoiets. Land van de belofte, die uitdrukking bewaart het geheim dat erin doorklinkt. Niet het land dat al bereikt zou zijn, maar het land waarheen we op weg blijven gaan. Zo wordt dat land in tal van bijbelse teksten geschetst – het land vloeiende van melk en honing – het land waarin het leven goed is, omdat er gerechtigheid heerst en daardoor vrede – Niet het land van de verdrukking en de slavernij – daar kwamen ze vandaan. Nee, het land van de belofte, van de bevrijding en de menselijkheid. Waar alles en iedereen opleeft en tot haar en zijn recht komt. Dat is de rust die God belooft.
Als de tien geboden (de tien leefregels) in het boek Deuteronomium wordt herhaald, staat bij het vierde gebod over de sabbat, dat het geldt voor “uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw runderen, uw ezels en al uw andere dieren, en ook voor vreemdelingen die in uw stad wonen’ – heel de schepping ademt op. Want, zo staat er dan: uw slaaf en uw slavin moeten evengoed rusten als u. Bedenk (!) dat u zelf slaaf was in Egypte totdat de Heer, uw God, u met sterke hand en opgeheven arm bevrijdde. Daarom heeft Hij u opgedragen de sabbat te houden” (Deut. 5: 14-15).
Binnengaan in de rust – het land van belofte; dat is niet binnengaan in luilekkerland, waarin je alles zomaar vanzelf in de schoot geworpen wordt, of zoals Luther ooit zei, waarin je de gebraden ganzen zomaar de mond in vliegen.
Nee, het is hard werken, om een echte gemeenschap op te bouwen; om te leven volgens de leefregels van God; om de bevrijding voort te zetten; om te zorgen dat ieder in recht en vrede met elkaar omgaat, inclusief de vreemdeling die in uw midden woont. En de geschiedenis laat dan ook zien, daar gaat een groot deel van het oude testament over, dat het steeds maar niet wil lukken. Het wordt nooit het beloofde land, het blijft altijd het land van de belofte.
Waar vind je dan wel die rust, waar we het vanmorgen over hebben?
Rust voor je eigen ziel – om het zo maar even te zeggen. Rust in de turbulentie van alledag en in de onrust van de geschiedenis.
Waar vind je die rust?
Bij Jezus.
Ja.
Bij Jezus.
Nu zegt u misschien, dat is wel heel stellig. En ook een beetje cliché. Is dat niet te simpel? Jezus als antwoord op al uw vragen…
Nou, simpel is het niet. Het is eenvoudig, en dat is net wat anders.
Als Jezus op de avond van Pasen, de eerste dag van de week, in het midden van de kring van leerlingen verschijnt, dan zijn Zijn eerste woorden: Ik wens jullie vrede. Of: Vrede zij met u. In stille rust laat hij zijn wonden zien, en zegt dan nog eens: Vrede zij met u. Jezus komt bij hen, terwijl zij in angst verkeren – de deur op slot. Meer dan symbolisch. De luiken gesloten.
Maar met zijn vrede doorbreekt Jezus dat in zichzelf gekeerde isolement van de angst.
‘Vrede zij met jullie’.
Hij staat in de kring – tussen de mensen – midden in de wereld zo te zeggen.
Als je het verhaal onbevangen leest, valt op hoeveel rust er van die scène uitgaat. Geen opgewonden reacties, geen heftige emoties, geen grote woorden, in alle eenvoud. Van mens tot mens. De groet van vrede.
Met zijn vredesgroet geeft hij hen en ons de moed om onze angst te overwinnen, om ons te bevrijden uit al die banden van angst en beklemming die een mens dwars kunnen zitten. Opent hij ons leven, opent hij ons het zicht op het land van de belofte. Zo kun je ook leven. Voorbij de angst. Voorbij de dood.
Dat is wat Jezus doet.
Dat is de boodschap van Pasen, de werking van Pasen.
Rust en vrede, we zijn er allemaal naar op zoek.
Ik geloof echt, dat we de diepe rust en vrede alleen bij Hem kunnen vinden.
Dat is niet simpel. Dat is het nooit. Zo is het leven niet.
Maar het is wel eenvoudig. Bij Hem alleen.
Om dat niet te vergeten, beginnen we iedere week opnieuw met de zondag.
Met de Paasdag.
AMEN