Ruimte voor betere gedachten (over twijfel) Mat. 28: 16 – 20

Het is een korte mededeling, drie woordjes in onze vertaling, maar het zijn woorden die me altijd weer verwonderen. En nu ze deel uitmaken van de lezing van de zondag grijp ik de gelegenheid graag aan.
Aan het slot van het evangelie van Matteüs wordt verteld hoe Jezus zijn leerlingen ontmoet op de berg in Galilea. Als ze Hem daar zien, knielen ze in aanbidding neer … en dan staat er in een tussenzinnetje: al twijfelden sommigen.

Er is een vreemd contrast tussen de aanbidding en de twijfel. Het zijn maar een paar woorden, een korte opmerking. Je bent geneigd er overheen te lezen. Ze vallen wat weg tegen het machtige tafereel en de sterke woorden die hier vooral klinken.
Het is niet voor niets de afsluiting van het evangelie. Een machtig slotakkoord, zou je kunnen denken.
Jezus ontbiedt zijn leerlingen op de berg.
En de berg, dat weet u, is in de Bijbel altijd een bijzondere plaats. Waar iets van goddelijke openbaring geschiedt.
Jezus verschijnt hier aan de leerlingen als de Opgestane. Hij heeft hier iets van koninklijke allure. Hij zegt: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde’, en Hij geeft hen de opdracht om de wereld in te trekken en het evangelie te verspreiden. Het zogenaamde zendingsbevel. En Hij verzekert dat Hij met hen zal zijn, ‘tot aan de voltooiing van deze wereld’. De laatste woorden van het evangelie.

Toch dus die paar woorden. Al twijfelden sommigen.
Ze staan er niet voor niets, alles in de Bijbel heeft een betekenis en een bedoeling. Wat zou dat dan zijn?
Het is alsof ze een kleine opening bieden op een ander perspectief. Iets anders dan het machtswoord en de koninklijke allure en het triomfalistische. Misschien zijn deze drie woorden wel het ontluchtingsventiel dat nodig is. Om als het ware Jezus’ woorden te aarden, geloofwaardig te maken.

Vanmorgen wil ik met u die twijfel wat verder onderzoeken.
Want wat is die twijfel precies? Waar twijfelen ze aan?
Toen ze Hem zagen knielden ze voor Hem neer, al twijfelden sommigen.
Betekent dat dat de twijfelaars niet mee doen met dat knielen, of, dat ze wel knielden, maar toch twijfelden? Zoals een mens mee kan doen, zonder er helemaal achter te staan. Zo kun je ook in de kerk zitten, toch?
Je mag er naar raden.
Opvallend is verder dat de twijfel niet nader wordt uitgelegd. Waarom twijfelen ze? Of het Jezus wel is? De laatste keer dat ze hem gezien hadden was immers aan het kruis…?
Het wordt allemaal niet genoemd, geen reden of argument voor hun twijfel.

Een tijdje geleden was ik op bezoek bij een ouder echtpaar.
We hadden het overal over gehad. Ik dacht dat het tijd was om weer verder te gaan en maakte aanstalten. Toen zei de man: ‘dominee, mijn vrouw heeft het tegenwoordig moeilijk met het geloof’. U begrijpt, het gesprek ging nog even door. Over haar moeite. De twijfel, bij alles wat er in de wereld gebeurt, al dat geweld tegen kinderen en het misbruik en… ‘dan denk ik, waar is onze God?’ Misschien kunt u er zich iets bij voorstellen.

Ik heb die mensen natuurlijk verbluft met prachtige zinnen en al hun geloofstwijfel weggenomen…, dat begrijpt u wel.

Twijfel?
Of het allemaal wel waar is. ‘Mij is gegeven alle macht in de hemel en de aarde’?
Twijfel?
Met je verstand kun je allerlei dingen opnoemen en ook zovele dingen weer wegredeneren. Maar er is ook nog zoiets als gevoel. Als daar de twijfel toeslaat is het misschien wel ernstiger.
“Ik ben met jullie, alle dagen…”? Als je daaraan twijfelt? Dat kan ook. Dat je er niets bij voelt. Dat God god mag weten waar is, maar jij ervaart er niets van.

We weten het niet wat die twijfel van die leerlingen toen is geweest. Het woord zelf betekent letterlijk zoiets als: twee gedachten, misschien zoiets als dubbelzinnigheid. Twijfel laat zien dat er ook altijd een andere kant van het verhaal is.
In hun twijfel, die niet wordt weggepoetst of overschreeuwd, in hun twijfel mogen we onze eigen menselijke twijfels en aarzelingen herkennen en érkennen.
Die paar woordjes, dat ene tussenzinnetje, brengt lucht in dit verhaal, en zorgt er voor dat het allemaal menselijk blijft, en herkenbaar.

Het wordt genoemd, maar even opmerkelijk is dat Jezus daar verder niet op ingaat. Heeft Hij er iets van gemerkt? In ieder geval doet Hij geen poging om hun twijfel te beantwoorden met argumenten of met vrome dooddoeners, zoals dominees ze nog wel eens kunnen hanteren op huisbezoek.
Niets van dat alles.
Er staat alleen dat Hij dichterbij komt en hen aanspreekt.
In dat dichterbij komen, kun je ook weer van alles lezen. Niets staat er zomaar. Is het in dat woordeloze gebaar, die stap in hun richting, dat Hij als het ware de gegroeide of gevoelde afstand, de afstand van de twijfel, overbrugt?

In ieder geval spreekt Hij machtige woorden. Hij geeft hun de opdracht het evangelie in de wereld te verspreiden en de mensen te dopen, in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. De liturgische formulering uit de vroege kerk, die vandaag past op deze zondag Trinitatis, vandaar het verband.
Maar ons interesseert vooral hoe die ingeweven twijfel een cruciale rol speelt. Als het ware mee blijft klinken in het slotakkoord van het evangelie en alles wat daar wordt gezegd.

Het slot van het evangelie is een constructie van Matteüs.
De evangelisten zijn geen reporters, zoals u weet, maar literatoren. Ze máken er een verhaal van, gebruiken bij alle overeenkomsten, eigen motieven, vooral aan het begin en aan het slot van hun respectievelijke verhalen. Ze zetten eigen accenten.

Matteüs maakt met dit slot de cirkel van zijn evangelie rond. Dat is de achtergrondbetekenis van de berg, die in het evangelie op verschillende momenten een belangrijke rol vervult. Denk aan de Bergrede en aan de berg van de verheerlijking.
Het eigen accent is ook dat de leerlingen volgens de weergave van Matteüs terug naar Galilea moeten, waar het ooit allemaal begon. De gebruikte taal, met name de doopformule, laat zien dat deze tekst ontstaan is in de praktijk van de vroege christelijke kerk. Juist deze achtergrondinformatie maakt het nog wonderlijker dat die vermelding over de twijfel is opgenomen. Als die twijfel ongeoorloofd zou zijn, zou je verwachten dat in de reconstructie achteraf zulke ‘oneffenheden’ zouden zijn weggepoetst. Maar dat is dus niet gebeurd. Wat alleen maar kan betekenen dat die twijfel geen ‘foutje’ is of verkeerd, maar belangrijk en van betekenis. De twijfel is niet weggeretoucheerd. Omdat die twijfel geen smet op het verhaal is, maar er wezenlijk bij hoort.

Twijfel is geen vijand van het geloof. Is ook niet iets wat eigenlijk niet mag of bestreden zou moeten worden. Twijfel hoort erbij, ja, is zelfs onmisbaar.

Zonder twijfel geen echt geloof. Twijfel is het bewijs van een levend geloof.
Dat is volgens mij een belangrijk inzicht. Zelf leerde ik dat ooit uit een boek van de theoloog Paul Tillich. Twijfel is niet het tegengestelde van geloof. Tegenover geloof staat volgens hem onverschilligheid. Twijfel is juist een kenmerk van waar geloof, want het laat volgens Tillich zien dat je een levend geloof hebt. Twijfel is onderdeel van de dynamiek van geloven.
Geloven is nooit een vast bezit, dat je rustig bewaren kunt, ergens op zolder bij wijze van spreken. Echt geloven is levend, is een voortdurende wisselwerking tussen overgave en twijfel, tussen vertrouwen en wanhopen. Het geloven is steeds iets wat je op je eigen twijfel en weerstand veroveren moet. Het is niet: geloven is het antwoord en de twijfel zijn de vragen. Nee: geloof is het vragen en het antwoord en de vragen, in één. ‘Ja uit ja en nee’, zoals die mooie regel van Barnard (in het lied Samen op de aarde, 993).
Hoed je voor de gelovigen die geen vragen hebben, of geen vragen toelaten. Die het zo zeker weten, bij wijze van spreken nog zekerder dan God zelf.

Je kunt dit inzicht ook breder trekken. Ik kwam daarop door een artikel van Ernst Hirsch Ballin, oud-minister van Justitie, over mededogen. Dat is het vermogen om op een genuanceerde manier naar de ander te kijken en over anderen te spreken.
In onze tijd heerst er een hardheid, in ons oordelen over en weer. In de manier waarop er over mensen wordt gesproken, hoe we elkaar etiketteren. Woorden die anderen afstoten en uitsluiten of wegzetten. Dat is de eenduidigheid. Dat vinden we soms wel comfortabel. Lekker makkelijk, maar dat is te gemakkelijk, te gemakzuchtig.
Tegenover de eenduidigheid staat de ambiguïteit, moeilijk woord, de meerduidigheid. Daarin zit de twijfel of de relativering al ingebakken. Er zit altijd een andere kant aan. Dat geldt voor situaties, voor mensen, dat geldt ook voor je zelf.
Hirsch Ballin schrijft: ‘Verbindend taalgebruik erkent dat verschillende facetten van een situatie plaats krijgen in het gesprek. Dit is de manier waarop in recht en ook in teksten met diep religieuze betekenis wordt geschreven: ambiguïteit die ruimte biedt voor betere gedachten’. Een cultuur van ambiguïteit is geen verlies van identiteit, maar een noodzakelijke voorwaarde voor het leggen van verbindingen. (in: Groene Amsterdammer, 14-5-2026).

Daarom, die korte mededeling, die drie woordjes over twijfel, zowel in onze vertaling als in het origineel, die drie woordjes zijn vandaag voor mij een alternatieve drie-eenheid. Een ambiguïteit die ruimte biedt voor betere gedachten.
Ze geven mijn geloven lucht en maken het menselijk. Juist de twijfel, die er mag zijn en niet word weggepoetst, de twijfel overtuigt me van de levensechtheid van wat hier verteld wordt. En dan kan ik ook vertrouwen op Zijn eigen woord: Ik ben met jullie, alle dagen…
‘Nog een leven zal ik reizen
Nooit meer zonder reisgenoot’ (Lied 812)

AMEN

View Comments (1)
  1. Mirjam de Boer

    Als vanouds genoten van de overdenking van u in de Jozerkerk. Zoals ik me dat van u herinner en fijn omweer eens naar u te mogen luisteren. Dank!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *