Boeken

Rick Benjamins, Boven is onder ons

Geloven in een God die als een soort Opperbaas vanuit een hemelse regiekamer de wereld bestuurt en ons leven bepaalt, almachtig en alleswetend, dat doen de meeste mensen tegenwoordig niet meer. In de filosofie werd in de 19e en in de theologie in de 20e eeuw afscheid genomen van God daarboven, de theïstische God. Het meest spraakmakend gebeurde dat in de God-is-dood theologie van de jaren zestig. God heeft de god-is-dood theologie overleefd maar heeft inmiddels wel een andere gedaante aangenomen. In het zogenaamde post-theïsme wordt geprobeerd op een geloofwaardige en redelijke manier over God te spreken, voor moderne gelovigen, zoekers en twijfelaars.

Rick Benjamins, hoogleraar vrijzinnige theologie, brengt deze tamelijk nieuwe stroming binnen het landschap van de theologie in kaart in zijn knap geschreven boek Boven is onder ons.
De titel verwijst vaag naar het bekende adagium van de spraakmakende theoloog Harry Kuitert, die met zijn stelling ‘alles van boven komt van beneden’ in ons taalgebied de knuppel in het orthodoxe hoenderhok gooide.
Kuitert pelde daarmee de godsvoorstellingen kritisch steeds verder af totdat hij niets anders overhield dan de menselijke verbeelding. Maar wat een mens zich verbeeldt, kan niet echt zijn, laat staan God heten. Tenminste, naar de maatstaven van de klassieke theologie waarin Gods bestaan het eerste geloofsartikel is. Op een wonderlijke manier bleef Kuitert in dat oude denkschema gevangen.
Benjamins laat zien hoe de theologie zich sindsdien ontwikkeld heeft in nieuwe richtingen, met behoud van de winst van het afscheid van de God als grote regisseur. Er is meer dan een God die bestaat.

Benjamins ziet drie verschillende lijnen binnen de post-theïstische theologie die hij een ‘theologie na Kuitert’ noemt. Allereerst zijn er de interpretatietheologen. Zij zien verbeelding niet als een tekort maar als het menselijke tegoed. We doen immers niets anders dan ons oriënteren in de wereld via verbeelding, via gedeelde taal, rituelen en symbolen. Religie is zo’n symboolsysteem dat nuttig en nodig is voor mensen omdat het handvatten biedt om de overweldigende ervaring van het leven te duiden, met name daar waar we de ervaring van transcendentie opdoen, van het leven dat ons overkomt.

De tweede groep theologen schaart Benjamins onder de noemer van de postmoderne deconstructietheologen. Zij vertegenwoordigen een interne kritiek binnen de interpretatieve benadering. Die gaat volgens hen teveel uit van de mens die centraal wordt gesteld, van een beheersingsperspectief waarbij de gedachte dat het christelijk geloofssysteem een overkoepelend antwoord heeft op de grote levensvragen mee blijft spelen. Zij benadrukken juist dat wat in het grote verhaal niet wordt verteld, wat in de antwoorden als vraag overblijft, en ze geloven niet meer in laatste waarheden of een uiteindelijke zin. Anders gezegd, waar de interpretatietheologen op zoek zijn naar betekenis, wantrouwen de deconstructietheologen ieder antwoord dat daarop gegeven wordt.

De derde lijn van post-theïstische theologie wordt vertegenwoordigd door theologen die op een constructieve manier nieuwe inzichten of concepten proberen te ontwikkelen. Ze blijven niet stil staan bij de kritiek, maar zoeken naar andere taal om van en over God te spreken, zonder terug te vallen in het oude jargon van het theïsme.

Het grootste deel van het boek gaat over deze drie parcoursen in het post-theïstische landschap. Zorgvuldig brengt Benjamins de diverse auteurs die hij bespreekt in kaart. Over sommigen van hen heeft hij al eerder gepubliceerd. Het is duidelijk dat hij goed de weg weet in dit relatief nieuwe theologische gebied. Tegelijk houdt hij nauwkeurig steeds de grote lijn van zijn betoog in de gaten. Dat kleurt zijn weergave van de verschillende theologen.

Om die grote lijn meer achtergrond te geven zijn er tamelijk uitgebreide besprekingen van de filosofieën van zowel Hegel als Heidegger opgenomen. Op zich bewonderenswaardig hoe Benjamins erin slaagt deze moeilijke filosofen redelijk begrijpelijk weer te geven. Met name Hegel is van belang omdat deze voor de (Duitse) interpretatietheologen die Benjamins bespreekt, en waar hij persoonlijk nogal geporteerd van lijkt te zijn, belangrijk is. Of we in de theologie verder komen door het Duitse idealisme in een nieuw jasje te steken, waag ik te betwijfelen. Daarvoor is het allemaal veel te speculatief. Maar ja, Hegel blijft nu eenmaal de guilty pleasure van iedere systematicus.

Meer theologisch garen valt er te spinnen bij constructieve theologen als Richard Kearney, John Caputo en Catherine Keller. Van Caputo verscheen eerder een boek in het Nederlands. Over Keller schreef Benjamins zelf een inleidend boekje. Voor het overige is hun werk alleen in het Engels beschikbaar, dus dat maakt de introductie door Benjamins extra welkom.
Zijn betoog krijgt bij de bespreking van deze drie opeens meer schwung. Hoewel zeer verschillend in benadering, verkennen zij nieuwe concepten en woorden die de postmoderne kritiek hebben verwerkt. Ze waken ervoor laatste antwoorden te geven op de vraag naar God. Fundamenteel is het inzicht dat wij in God en met God verweven zijn en dat dit dus ook omgekeerd geldt. God en mens zijn wederzijds van elkaar afhankelijk om te bestaan. In hun wisselwerking verdiepen ze elkaar over en weer, zoals in elke goede relatie gebeurt. Dat maakt het spreken van en over (en tot?) God waardevol en nuttig hoewel niet noodzakelijk, zo vrijzinnig blijven we ook wel weer.

Boven is onder ons is een zeer welkom boek om je in te leiden in een voor velen nog onbekend theologisch landschap. Het vraagt de nodige inspanning, maar steeds weet Benjamins je bij de les te houden door de heldere opbouw van zijn betoog. Dat het boek geschreven is vanuit en voor een academische context is duidelijk, maar ook dat het door zijn helderheid de potentie heeft een breder publiek van theologisch geïnteresseerden te bereiken.

Daarnaast wil het ook een soort persoonlijke bestandsopname zijn, waar de theologische ontwikkelingsgang hem zelf heeft gebracht. Helaas blijft dit persoonlijke aspect wat teveel op de achtergrond, in het laatste deel en dan nog pas tegen het eind, klinkt dat door. Deze terughoudendheid tekent de serieuze aard van de auteur. Hij is vooral bekommerd om binnen de academische theologie op overtuigende gronden ruimte te claimen voor een breder perspectief om geloofwaardig van en over God te blijven spreken. Wat dat betreft, is hij met Boven is onder ons ruimschoots geslaagd.

Rick Benjamins, Boven is onder ons. Denken over God na God, Skandalon Middelburg 2022, 288 pag., €29,99

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply