Trouw-journalist Emiel Hakkenes heeft onlangs een boek geschreven over zijn familiegeschiedenis. Emiel is geboren en getogen in Gieten, in een gereformeerd gezin. Maar zelf is hij zoals zoveel van zijn generatiegenoten – hij is van 1977 – van kerk en geloof vervreemd geraakt. Zijn eigen kinderen laat hij niet meer dopen. Hoe is dat eigenlijk gekomen? is de drijvende vraag achter zijn boek.
Eén van de ontdekkingen in de religieuze familiegeschiedenis is, dat deze lang niet zo eenduidig is als hij dacht. Hij dacht dat hij voortkwam uit een degelijk gereformeerde traditie, maar in de vorige eeuw bleek een van zijn voorouders hervormd te zijn, die vanwege de liefde stuivertje wisselde. En nog verder terug, in de 18e eeuw blijkt de vroegst traceerbare Hakkenes nota bene een katholieke Duitser te zijn, die naar de Nederlanden kwam als huursoldaat. Zo zie je maar.
Ik weet niet of u uw antecedenten kent. Zelf hoop ik nog eens een levensstaat te bereiken dat ik tijd (en de energie) heb om die van mijn eigen familie uit te zoeken. Maar ik denk dat je er veilig van uit kunt gaan dat wat Emiel in zijn familiegeschiedenis heeft ontdekt, niet zo uniek is. We zijn allemaal een mengelmoesje. In genetisch opzicht, maar ook wat religieuze wortels betreft. We worden gevoed uit verschillende bron. Niemand heeft een achtergrond van maar één kleur. Als je dat maar voldoende beseft, is het dus ook niet goed om jezelf of een ander op één kleur of overtuiging vast te pinnen. Mensen zijn altijd veelkleuriger dan ons beeld doet vermoeden.
We zijn in deze weken van Advent bezig met de familiegeschiedenis van Jezus. We gaan terug naar zijn wortels, we verdiepen ons in zijn achtergrond. Dat doen we met daarbij de geslachtslijst van de evangelist Matteüs als uitgangspunt. Bij alle namen die daar genoemd staan, komen er ook vier vrouwen voor. Vier, omdat er vier Adventszondagen zijn (nee, dat is een grapje). Dat is opmerkelijk en dat is ook de bedoeling. Het is de bedoeling van de evangelist, dat we oog krijgen voor hun specifieke betekenis in de achtergrond van Jezus. Alsof zij hun genetisch materiaal, hun religieuze wortelsappen, doorgeven in de lijn van de generaties naar de Messias toe.
Vandaag valt het licht van onze aandacht op Rachab. Haar verhaal hebben we daarnet gehoord (in Jozua 2). Wat haar bijzondere betekenis is, daar zal ik straks wat over zeggen. Maar eerst nog iets over de geslachtslijst zelf en over hoe je daar naar kunt kijken.
Misschien weet u dat er in de evangeliën twee van zulke lijsten te vinden zijn, bij Matteüs en bij Lucas (3: 23 – 38). Als je die twee vergelijkt, dan zitten er nogal wat verschillen tussen. Ze zijn niet met elkaar te rijmen.
Voor ons, historisch en rationeel ingestelde mensen, is dat een probleem. Want, of de ene lijst is correct, of de andere, of misschien wel beide niet, maar dan is het probleem alleen maar groter. Als je er dan ook nog van uitgaat dat het Woord van God van a tot z waar is, dan heb je helemaal een probleem.
Het punt is, dat wat voor ons een probleem is, dat niet zo is voor de bijbelschrijvers. Waarom? Omdat voor hen waarheid op een ander vlak ligt. Niet zozeer in historische betrouwbaarheid, maar in de overtuigingskracht van het verhaal. De geslachtslijsten vertellen een verhaal. Dat verwacht je niet, dat zoiets dors en saais als een rits namen waar je je tong over breekt, dat zo’n opzegrijtje een verhaal kan vertellen.
De geslachtslijst van Matteüs kun je pas goed begrijpen tegen de achtergrond van zijn evangelie, als je een aantal specifieke kenmerken van zijn benadering erbij betrekt.
De geslachtslijst, waarmee hij nota bene zijn verhaal begint – geen romanschrijver zou het in zijn hoofd halen om zo in te zetten, dan haken je lezers toch meteen al af – de lijst die aan het begin staat, zet meteen de piketpaaltjes uit.
Waar komt Jezus Christus (de Messias, de gezalfde) vandaan? Hij is zoon van David, hij is zoon van Abraham.
Zijn achtergrond is die van het Joodse volk en van de Joodse droom van de messias, van een nieuwe koning, zoals David.
Zijn achtergrond begint bij Abraham, en die is in de bijbel de vader van alle gelovigen. Abraham is de voorbeeldige gelovige, omdat hij als eerste de stem van God heeft gehoord en is gevolgd. Met niets meer dan het Woord in zijn oren.
Jezus komt bij Abraham vandaan, de oergestalte van wat geloven is, vertrouwen, gaan, leven met niets anders dan een belofte voor ogen. Abraham, in wie of door wie alle volken op aarde vrede en zegen zullen vinden (Gen. 12: 3). Abraham, die aan het begin staat van de drie tradities van Jodendom, Christendom en Islam.
Ook dat klinkt allemaal mee. Ik verzin dat niet. Die universalistische trek is een wezenlijk kenmerk van het evangelie van Matteüs. Je kunt dat aan bepaalde details verduidelijken. Denk maar aan het slot van het evangelie, die bekende opdracht die de leerlingen (dat is de kerk) krijgt, om het evangelie bekend te maken “aan alle volken” – en leert hen onderhouden al wat ik u bevolen heb (NBG). Maar let ook op het verhaal van de koningen die straks komen om het kind te aanbidden – ook dat vind je alleen bij Matteüs en het is een motief dat bij dit evangelie past, de hele volkerenwereld die betrokken is bij het goede nieuws, de boodschap van bevrijding.
Tegen deze achtergrond krijgt de figuur van Rachab ook een scherper profiel. Over haar verhaal zo dadelijk wat meer, maar nu gaat het even over haar achtergrond.
Rachab is een Kanaänitische. Ze woont in de stad Jericho, die aan de overkant van de Jordaan ligt, in het land dat de Israëlieten op het punt staan in te nemen. Ze hoort bij een ander volk, maar ze kiest de kant van Israël. Zoals Ruth de Moabitische ook de kant van Israëls God zal kiezen. Hun beider namen worden kort na elkaar in de lijst van Matteüs genoemd.
Wat dat ook allemaal betekent, in ieder geval dit: dat in de familieachtergrond van de Messias ook de andere volken hun plaats hebben. Rachab is de katholieke Duitser in Jezus’ familiekroniek. De geslachtslijst van Matteüs vertelt een verhaal, dat in de Messias de volken al begrepen zijn. Het verhaal van Jezus is geen particulier eigendom, niet van één volk, niet van één kerk, maar het is het verhaal van en voor alle mensen. Alleen al het feit dat Rachab en ook Ruth hier aan het begin van het evangelie genoemd worden, alleen al dat spreekt.
En als je dat tot je door laat dringen, dan werpt dat meteen een dam op tegen alle pogingen om het verhaal van Jezus alleen maar voor je zelf te claimen, voor je eigen kerk of voor je eigen gelijk. Dan helpt zo’n simpel gegeven als de namen van twee buitenlandse vrouwen in de slinger van het leven je om te bedenken dat in het verhaal van God met de mensen niemand op voorhand wordt uitgesloten, maar integendeel erbij betrokken wordt. Zo mag je dan ook proberen zelf met de andere mensen om je heen om te gaan, zou ik denken. Zoek de katholieke Duitser in je eigen omgeving…
Rachab in de levensslinger van Jezus vertelt een verhaal, draagt een boodschap over.
In haar geval komt daar nog bij dat in de bijbel nadrukkelijk haar beroep wordt genoemd: hoer. Rachab is een vrouw van lichte zeden, maar daar tilt de bijbel niet zo zwaar aan. Wat betekent dat gegeven, dat ze een hoer is, of is dat een toevalligheid die er niet werkelijk toe doet? Ze had ook postbezorgster kunnen zijn, of op een callcenter kunnen werken. Eerbare baantjes. Maar ze is hoer. Iets om trots op te zijn?
In Utrecht zijn de hoeren boos dat ze niet meer hun werk kunnen doen, omdat de seksboten niet langer in de Vecht mogen liggen. Sabrina vindt het broodroof. Dat ze gedwongen zou worden tot prostitutie is quatsch. Niemand dwingt haar, schrijft ze in de krant. Voor het raam voelt ze zich juist een superwoman, trots, krachtig en machtig. Iedereen wil jou, legt ze uit (Trouw, 3 december). Vroeger noemden we dit een vals klassenbewustzijn. Of is dat aanmatigend?
Bij alle vier vrouwen in de lijst van Matteüs speelt het seksuele een rol. Het voert te ver om dat in detail na te gaan, maar het is wel opmerkelijk, en het roept allerlei vragen op.
Je zou het kunnen zien alsof de verhalenvertellers bewust een correctie aanbrengen op onze gangbare morele maatstaven. Een traditie van sterke vrouwen, die hun mannetje staan. Vrouwen die zelfbewust en zeker handelen, kiezen. Zoals Rachab, kiest voor Israëls God (“Ik weet dat de Heer dit land aan jullie heeft gegeven” zegt ze tegen de spionnen die ze verborgen houdt, om haar gedrag te rechtvaardigen. Daarom heet ze in de bijbel ook een geloofsgestalte (in Hebr. 11: 31). Rachab kiest de goede kant. Ze is een goede hoer, maar als ik dat zo zeg, kunt u daar ook andere gedachten bij hebben…
Ja, maar zegt een ander: die Rachab is een volkverraadster. Wat haar buren overkomt, zal haar een zorg zijn. Zij redt haar eigen hachie en van dat van haar familie, maar de andere inwoners van haar stad Jericho gaan straks onherroepelijk verloren. Rachab is gewoon een moffenmeid, zei ooit iemand tegen mij, iemand die zoals u kunt horen de oorlog nog heeft meegemaakt.
Tja, wat moet je daar op zeggen?
Als je het verhaal op een bepaalde manier leest, is zo’n beoordeling van Rachabs handelswijze begrijpelijk. Maar dan kom je er ook mee in de knoop.
Het punt is, ook hier, net als bij de geslachtslijst, dat we in deze verhalen uit het boek Jozua niet te maken hebben met een historische reconstructie, maar met een godsdienstig gekleurd verhaal. Jozua is in de Hebreeuwse bijbel het eerste boek van de profetenafdeling. Het vertelt het verhaal van Israëls oorsprong, de levensslinger van Israël zo te zeggen, het vertelt het verhaal vanuit een profetisch perspectief.
Daarin telt dan wie zich met woord en daad bekent tot en bindt aan de God die zijn volk heeft bevrijd. En dat doet Rachab. Als vreemdelinge. Als hoer. Nota bene, terwijl in datzelfde boek Jozua straks wordt verteld over Israëlieten die het tegenovergestelde doen (het verhaal van Rachab staat tegenover het verhaal van Achan – Jozua 8, Jericho tegenover Ai).
Centraal is daarom de geloofsbelijdenis van Rachab, als je dat zo mag zeggen:
“Ik weet dat de Heer dit land aan jullie gegeven heeft …. en …. we hebben gehoord dat de Heer de Rietzee voor jullie heeft drooggelegd toen jullie uit Egypte wegtrokken”.
Je hoort er het ontzag in voor de kracht van Israëls God. Geloof gemengd met angst.
Maar meer nog dan dat, kun je er de hoop in horen dat deze God die zijn volk heeft bevrijd, ook voor haar en haar familie redding betekent: “Red ons van de dood!” (vers 13) is haar roep om leven.
Dat deze vrouw, vreemdelinge, superwoman (?), dat Rachab genoemd wordt in het verhaal van Jezus’ afkomst, mag voor ons een meer dan sprekend teken zijn.
Daar komt hij ook vandaan.
Uit de wereld van de volkeren, uit de met Abraham gezegende mensen. Daar hoort hij ook thuis, bij de vrouwen aan de rand, letterlijk, van de stad, van de samenleving.
Wat Rachab heeft gezien, vermoed, een spoor van bevrijding dat door de geschiedenis getrokken wordt door de God van Israël, de God van Abraham, wordt doorgetrokken in het levensverhaal van Jezus de Messias, de Christus. Hij maakt waar wat zij in hoop en vrees uitroept: Red ons van de dood.
Als het gaat om je eigen levensslinger, waar je vandaan komt, wat je door wilt geven, al die vragen over afkomst en bestemming, als het gaat om je eigen leven, besef dan dat je een verhaal met je mee draagt dat uitzicht biedt op bevrijding. Het verhaal dat iedereen zelf op eigen manier verder mag dragen, door de wereld en door de tijd.
AMEN
Citaat:
“Geloven in de mogelijkheid van verandering en vernieuwing,
is misschien een van de belangrijkste
kenmerken van zowel politiek als religie”
(Nelson Mandela)