Peter Eijgenhuijsen, De weg van Spinoza

Er gaat nog steeds een grote aantrekkingskracht uit van het denken van Spinoza, ’s Neerlands grootste filosoof, die leefde van 1632 tot 1677. Dat wil zeggen, op bepaalde personen. Je moet er wat gevoel voor hebben, maar als je eenmaal tot Spinoza bent ‘bekeerd’, dan blijkt het een levensveranderende ervaring te zijn. Zoals het een echte bekering betaamt. Mij is dat (on)geluk nooit beschoren, maar heel anders is dat voor Peter Eijgenhuijsen. Niet besmet door een filosofische of andere academische studie, maakte hij kennis met het denken van Spinoza en was meteen verkocht. Inmiddels is hij actief lid van de Vereniging van het Spinozahuis en verspreidt hij met enthousiasme het gedachtengoed van de filosoof, onder andere met zijn onlangs verschenen boekje: De weg van Spinoza. Een kleine inleiding. Het is een handzaam geschrift, fraai uitgegeven en mooi geïllustreerd met tekeningen van Vera Galis.

Van Spinoza is algemeen bekend dat hij verbannen werd uit de Joodse gemeenschap van Amsterdam en zijn kostje bij elkaar moest scharrelen als lenzenslijper. Omdat hij met zijn filosofie, waarin God wordt vereenzelvigd met de Natuur, en met zijn moraal, die niet gestuurd wordt door godsdienstige motieven maar strikt rationeel redeneert, tegen de gevoelige schenen van de toenmalige orthodoxie schopte. Het maakt hem tot held van vele generaties verlichte denkers nadien.

De aantrekkingskracht van Spinoza lijkt te zijn dat hij de volledige werkelijkheid filosofisch weet te bemeesteren. Alles in onze werkelijkheid wordt gedreven door een wil om te leven (conatus essendi) volgens Spinoza. Voor alles is er een logische, ‘geometrische’, verklaring. Zijn filosofisch model of systeem biedt, mits juist toegepast, de sleutel tot het gelukkige leven. Je kunt het zo gek niet bedenken of met Spinoza is er een antwoord te vinden.
Tegelijk zijn de geschriften van Spinoza voor de meeste mensen onleesbaar, want genadeloos abstract. Wat Spinoza niet doet, doet Eijgenhuijsen wel: met voorbeelden uit het dagelijks leven probeert hij diens filosofie te verhelderen. Als enthousiast adept vond hij niet bij iedereen in familie- en kennissenkring gehoor. Of hij het niet eenvoudiger kon uitleggen, werd hem gevraagd. En zo werd dit toegankelijke boekje geboren.

Ik kan niet goed beoordelen of hij daarin is geslaagd. Daarvoor moet je bij een Spinoza-kenner zijn. Als de filosofie van Spinoza je helpt om het ongemak van tijdelijk opgebroken straten te verduren – ‘Alles is voortdurend in wording. Zijn is worden. Je daarop instellen voorkomt veel frustratie’ – of behulpzaam is bij het accepteren van een te vroege dood – ‘Het denken maakt deel uit van het lichaam. Wanneer het lichaam steeds moeilijke functioneert, is het denken onderdeel van dat proces. Door dat inzicht begreep ik dat (X) klaar was voor de dood’ – is dat mooi meegenomen. Maar of je die wijsheid alleen bij Spinoza moet halen, vraag ik mij af.

Eijgenhuijsen laat in ieder geval duidelijk merken dat hij ‘in’ Spinoza is. Zijn toon is aangenaam sympathiek, nuchter en bescheiden, en misschien zelfs wel troostend:
“Veel gelovigen smachten naar een teken van God. Een wonder of een verhoord gebed. Soms hun hele leven lang. De God van Spinoza daarentegen vertoont zich elke dag, op elk moment van de dag. Een aangename vaststelling.”

Peter Eijgenhuijsen, De weg van Spinoza. Een kleine inleiding, UItgeverij Noordboek 2026, 120 pag., €19,90

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *