Overlevingsschuld (Mat. 2: 13 – 18)

Een vriend van mij, ook predikant, kreeg eens grote moeilijkheden met zijn gemeente, toen hij op Kerst Paasliederen had laten zingen.
Ja, dat moet je ook niet doen.
Met Kerst willen de mensen Kerstliedjes zingen, geef ze eens ongelijk.
Zelfs op zondag na Kerst willen ze dat nog graag. Geen Paasliedjes.

Terwijl, dat weet u ook allemaal, het toch met elkaar te maken heeft. Zonder Kerst geen Pasen. En omgekeerd geldt het ook: zonder Pasen geen Kerst.

Daarnaast, en dat realiseert u zich misschien niet direct: is het wel eens opgevallen hoeveel Paasmotieven er eigenlijk in veel van onze Kerstliederen zitten? Ja, ook in de bekende, juist in de bekendste.
Stille nacht, heilige nacht / Davids Zoon, lang verwacht / die miljoenen eens zaligen zal, en
Vrede en heil, wordt gebracht / aan een wereld verloren in schuld

Of denk aan een van de oudste (en mooiste) Nederlandse kerstliederen, Komt verwondert u hier mensen:

Sterk mij door uw tere handen / maak mij door uw kleinheid groot, en
maak mij blijde door uw lijden / maak mij leven door uw dood.

Misschien dat we straks met Pasen wel Kerstliedjes gaan zingen?

Vandaag horen we het akelige verhaal van de kindermoord in Betlehem.
We zijn nog niet bekomen van alle kerstromantiek, of meteen zitten we midden in een verhaal van geweld en doodslag. Een razende koning Herodes, die door de wijzen uit het Oosten om de tuin is geleid, geeft opdracht om in Betlehem en wijde omgeving alle jongens van twee jaar en jonger om te brengen. Met de bedoeling uiteraard om te voorkomen dat die zogenaamde koning der Joden, waarnaar de wijze magiërs waren komen informeren, zodat Herodes de schrik om het hart sloeg – bang om van de troon gestoten te worden, met de bedoeling om te voorkomen dat dit kind van de belofte opgroeit. Alles om zijn macht te behouden.
Tenminste, dat is de suggestie die van dit verhaal uitgaat.

Jozef en Maria zijn op tijd weggevlucht. U kent het verhaal. Jozef is in een droom gewaarschuwd om met moeder en kind te vluchten naar Egypte. Uit de greep van de koning.

Als je er wat onbevangen naar probeert te kijken, dan is het eigenlijk een wat wonderlijk verhaal.
Dat van die magiërs is al wonderlijk, maar daar gaat het een andere keer over.
Dat Herodes zo angstig is voor een pasgeboren kind, waarvan een paar vreemdelingen met een vreemd en ongeloofwaardig verhaal aan komen zetten, dat hij zo’n grootschalige moordoperatie op touw zet, is ook opmerkelijk.
Als Herodes het zo gevaarlijk vond, waarom had hij dan niet meteen soldaten meegestuurd met de wijzen? Nu vraagt hij of ze onderzoek willen doen en hem later rapporteren ‘zodat ik er ook heen kan gaan om het te aanbidden’. Beetje onlogisch.
Wat verder vreemd is, is dat de engel wel naar Jozef gaat om hen te waarschuwen, zodat moeder en kind in veiligheid worden gebracht. Maar dezelfde engel vliegt niet even door naar de andere huizen in Betlehem, om ook daar andere ouders te waarschuwen. Dan had een zinloos bloedbad voorkomen kunnen worden, niet waar.

Ik weet wel, dat zijn onmogelijk vragen. Zo werkt het niet in Bijbelverhalen. Daar gelden andere wetten. Maar toch.

Er is een roman van de Portugees José Saramago, Het Evangelie van Jezus Christus, waarin Jezus met een permanent schuldgevoel rondloopt omdat om hem te redden, al die onschuldige (onnozele) kinderen in Betlehem het slachtoffer zijn geworden. Jezus met overlevingsschuld, zoals Joden die als enige van hun familie de Holocaust hebben overleefd.

De gangbare uitleg van dit wonderlijke verhaal is, dat Matteüs in zijn evangelie Jezus wil portretteren als een tweede Mozes. Mozes is de grote profeet van het Jodendom. Onder zijn leiding is het volk uit Egypte bevrijd. Via Mozes krijgt het volk de Wet (Tora) van God.
Jezus is een tweede Mozes.
Als kind wordt hij al bedreigd, net als in de tijd van Mozes.
Toen was er de farao, die de opdracht had gegeven om alle joodse jongetje na de geboorte om te brengen.
Nu is het koning Herodes, met zijn vreselijke bevel tot kindermoord.
Het kindje Jezus ontsnapt aan de dood, net als ooit Mozes, in het biezen mandje.
De vlucht naar Egypte van het gezin is er om Jezus later weer ‘uit Egypte’ uit te laten trekken.
De vergelijking gaat verder. Zoals Mozes de wet vanaf de Sinaï aan het volk dicteerde, zo gaat Jezus in dit evangelie van Matteüs de berg op, en houdt hij de zogenaamde Bergrede. Jullie hebben gehoord dat gezegd werd …. Dit zeg ik daarover.

Met andere woorden, Matteüs gebruikt oude verhaalmotieven om zijn boodschap over te brengen.
Van meet af aan staat het leven van Jezus onder de dreiging van machten en krachten die het willen onderdrukken en uit de weg ruimen.

Misschien vertel ik u niets nieuws. Dat hoop ik eigenlijk.
Maar dan blijft nog de prangende vraag, wat de zeggingskracht van dergelijke verhalen voor ons vandaag is.
En dan krijgt dat verhaal van de kindermoord – we hoeven niet in te zoomen op de details – maar dat verhaal van moord en doodslag, van angstige machthebbers en kwade machten, het verhaal van lijden en onderdrukking, opeens een hele actuele lading.

Want zo gaat het er nog steeds in onze wereld aan toe.
Duizenden kinderen zijn in het afgelopen jaar gedood, in de oorlog in Gaza. Gezinnen uiteen gereten. Wonden en littekens voor een leven lang geslagen. Overlevingsschaamte?
En er is nu een bestand, de media hebben hun aandacht verlegd. Maar sinds het zogenaamde bestand is het geweld doorgegaan. Zijn er meer dan 380 Palestijnen omgekomen. Komt er van de beloofde voedselhulp nauwelijks iets terecht.

Zo gaat het nog steeds in deze wereld.
Kinderen die hun leven niet veilig zijn.
Kinderarbeid. Kinderuitbuiting.

“In Nederland slapen steeds meer kinderen op straat. Dakloze moeders die nergens terechtkunnen worden samen met hun kinderen weggestuurd bij de daklozenopvang. Ook wordt er gedreigd met het inschakelen van Veilig Thuis en zelfs het afnemen van hun kinderen, als zij zelf geen onderdak vinden. Bijna altijd gaat het om vrouwen van kleur”(bron: Investico).

Ik heb eigenlijk helemaal geen zin om dat allemaal op te noemen en uit te spinnen. Maar als we het bij dít verhaal niet doen, wanneer dan wel?

Want dat is toch, hoe je het ook wendt of keert, de actualiteit van dit verhaal. Juist nu, in de Kerstkring, in de kerstdagen.
Dat het kind van Betlehem, het licht van de wereld, dat dit kind solidair is met al die andere vluchtelingenkinderen. Dat het kind aan de kant staat van al die andere vluchtelingen in deze wereld, door heel de geschiedenis tot op vandaag. Dat het kind het lot deelt van al die andere kinderen, ooit, toen en nu, die worden onderdrukt, gedwongen om uit te wijken, die worden opgejaagd, die in detentie- of uitzetcentra verblijven, die zogenaamd ‘illegaal’ worden verklaard en nu zelfs strafbaar, en ga zo maar door.

‘Rachel beweent haar kinderen en weigert getroost te worden’, staat er in de tekst.
Dat herinnert aan het verdriet van de moeders van Israël (Rachel staat als stammoeder model) die treuren om de weggevoerde kinderen, het volk in ballingschap. Het is alsof je ze er niet meer zijn, dood, en iedere troost zou nu ongepast zijn.
Maar ook het zwijgen, het doodzwijgen, zou ongepast zijn. Daarom verheft Rachel haar stem.
Daarom komen mensen in verzet. In rouw en in protest. Wie dat niet doet, wie zwijgt, of wie het verhaal en de werkelijkheid vergeestelijkt, loskoppelt van de actualiteit, die is daardoor medeplichtig.

Jezus is een vluchtelingenkind.
Hij weet, ook later, wat het betekent ‘geen plaats te hebben om zijn hoofd neer te leggen’ (Mat. 8: 20).
Hij weet wat het betekent, altijd onderweg te zijn, zonder vaste woon- of verblijfplaats. Altijd op de hoede voor de machten die hem willen doden. Het zal zijn leven stempelen. Het zal hem zijn leven kosten.

Daar gaan die Paasliedjes over.
Maar dat begint dus al bij Kerst, en dan zijn we terug waar we vanmorgen begonnen.

Als wij die vrolijke liedjes zingen, en begrijp me goed, ik doe dat van harte mee, maar als wij die liederen zingen, belijden we dat we dit kind, dit vluchtelingenkind, aanbidden en volgen willen?
Als wij Jezus volgen, ons leven gelijkvormig willen maken aan het zijne, dan betekent dat ook die ervaring delen.

Ik ben zelf ook een vluchteling, een balling, een gast, een zwerver. Iemand die zomaar in dit leven en op deze aarde terecht is gekomen. Jij bent ook zelf een mens, die geen blijvend verblijfsrecht kan laten gelden, die alleen maar kan bestaan, door de zorg en de aandacht van anderen. Geen mens kan zichzelf in stand houden, wij hebben elkaar nodig – jij mij en ik jou.

Je bent zelf ook een mens, afhankelijk van de aanspraak van die ander. Die jouw verhaal wil horen, jou erkent in je eigenheid en in je zelfstandigheid. Het recht om gehoord te worden en erkend te worden in je menselijkheid.

De vluchteling is in ons midden om mij aan mijn eigen vluchtelingenstatus te herinneren. Ook ik ben te gast. Net als ieder ander. Daarom is de vluchteling in ons midden een geschenk van God, waarin dat wat God is zich tonen kan. Wij ontdekken onze menselijkheid in het gelaat van de ander en daarin wordt onze relatie met Jezus geloofwaardig. Want ‘ik was een vreemdeling en jullie namen mij op’ (Mat. 25: 35).

Al wie dit Kind van Kerst in al die kwetsbare kinderen en mensen vandaag onderdak geeft, maakt iets van het geheim van het Koninkrijk zichtbaar en tastbaar.

AMEN

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *