Preken

over sterfte (Meditatie gedachteniszondag)

In het afgelopen jaar hebben we nieuwe woorden geleerd. Zoals het woord ‘oversterfte’. Niet echt een nieuw woord, maar het komt momenteel regelmatig in nieuwsberichten voorbij. Er is een gemiddeld aantal sterfgevallen per maand in ons land. Oversterfte is als er opvallend meer sterfgevallen zijn, bijvoorbeeld zoals nu als gevolg corona of in geval van een hittegolf.

Vandaag staan er zo’n 30 namen in ons liturgieboekje. Je kunt zeggen, dat is ongeveer het aantal dat er jaarlijks in staan. Je kunt er naar kijken, en dan zeg je: ‘och, de meesten hadden er ook wel de leeftijd voor. Een paar misschien wat jong, te jong, maar over het algemeen … ‘
Maar, dat kan alleen maar iemand zeggen die er buiten staat.

Iedereen die hier vanmorgen is, is niet geïnteresseerd in algemene praatjes. Je kunt dat zelfs beledigend vinden. Nee, u bent hier, jij bent hier, omdat die ene naam er bij staat, die zoveel betekent. Een leven lang aan herinneringen. Een leven aan verhalen, aan liefde, tederheid, verdriet, gemis en zo veel meer. Het leven is geen statistiek en de dood al evenmin, zodra het een naam krijgt, een gezicht, een persoonlijkheid, wordt alles anders.

Iedereen is hier voor die ene naam. En iedereen voor een andere.
Elke naam staat voor een eigen verhaal. Iedereen is hier met zijn of haar eigen gevoelens. Verdriet, weemoed, aanvaarding, dankbaarheid – of iets daar tussen in of van allemaal wat.

En tegelijk zijn wij hier samen. Als direct betrokken nabestaanden, of ook samen met de mensen uit de kerkelijke gemeente en de gemeenschap van ons dorp, op deze zondag waarop in tal van kerken in heel het land de overledenen worden herdacht.

Ook dat is van belang en spreekt mee. De dood en het verdriet is wel persoonlijk, maar niet individueel. Individueel, dat klinkt teveel als ieder voor zich, ieder op zijn eigen eilandje. Maar zo is het leven niet, en ook de dood niet. Daarom is het goed om hier, samen te zijn. Om in de gemeenschap je eigen verdriet en herinnering toch samen te beleven.

Als je als familie een rouwadvertentie hebt geplaatst, verscheen die in de krant op een pagina tussen tal van andere rouwberichten. Je bent de enige niet.
Toen je misschien vader of moeder naar haar laatste rustplaats bracht, in geval van een begrafenis, kwam ze te liggen in een rij met allerlei graven, op een begraafplaats vol met namen en data en teksten en …

Soms hoor ik van mensen terug, dat dit besef hen helpt.
Het verzoent je met wat onvermijdelijk is. Alles heeft zijn tijd, dat is al een Bijbelse levenswijsheid.
Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven (Pred. 3: 2). In die zin hoort dood en sterven bij het leven. En als het komt, na een lang en vruchtbaar en rijk leven, of na een moeizame laatste fase, dan kun je er ook vrede mee hebben. Het is ’s levens loop. De ene generatie maakt plaats voor de volgende.

Maar …. ook dat kan overkomen als een algemeen praatje of een te vrome frase.
Soms zeg je maar wat om niet te zwijgen. Is het soms niet beter te zwijgen, dan zomaar wat te zeggen?
Juist dan kan het eenvoudige ritueel helpen. Gewoon, in alle eenvoud en tederheid de naam noemen. Een kaars aansteken. Een roos ontvangen.

Op zoek naar die eenvoud, lazen we vanmorgen enkele verzen uit de psalm. Psalmen zijn oude liederen, van het volk Israël, waarin alle emoties van het leven voorkomen. Van de lof tot de klacht. Van de vraag en de twijfel, zelfs de opstand, tot geloof en aanvaarding, tot hoop en verwachting.

Psalm 31 is een persoonlijk lied. Niet individueel, maar persoonlijk.
Zo persoonlijk dat door alle tijden heen mensen zich daarin herkennen kunnen. Het is een gebed in nood, zo luidde het opschrift in de oude vertaling.

Bij u, Heer, schuil ik … hoor mij, haast u mij te helpen
Van gebed gaat het naar de uitdrukking van vertrouwen en zekerheid: U bent mijn rots, mijn vesting, u zult mijn gids zijn.
Van vertrouwen gaat het vervolgens over tot de stille overgave: In uw hand leg ik mijn leven, Heer, trouwe God, u verlost mij.

In enkele verzen wordt de hele beweging van het geloof voltrokken. Dat maakt deze oude teksten onverwoestbaar. Oneindig veelzeggend in alle eenvoud. Het kan een bijzondere kracht hebben, als je deze beweging op je eigen manier mee kunt maken.
Maar ook daarvan geldt, dat is heel persoonlijk. Iedereen koestert toch ook zijn eigen verdriet … én zijn eigen hoop.

Hier, in de ruimte van deze kerk, eeuwenoud en tot op de dag van vandaag, leven wij en al die generaties voor ons, van de hoop, dat onze namen gekend zijn bij de Eeuwige. Dat geen naam wordt vergeten. De God die wij aanbidden, onzichtbaar voor onze ogen, heeft zichzelf immers laten kennen als de Naam: Ik ben die ik ben, ik zal er zijn voor jou.

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply