Opening

In het kerkblad van de GKV-Peelo, dat ik via de mail ontvang, las ik in een verslag van een of andere vergadering dat één van de brs. de bijeenkomst “op christelijke wijze” geopend had. Het is zo’n vaste notulenformulering waar je je van alles (of niets?) bij voor kunt stellen.

Gisteren was ik in een kleine kring met vakgenoten (homiletici) voor onze halfjaarlijkse bijeenkomst. We waren te gast bij collega Kees Bregman in de Oude Dorpskerk te Soest. Als opening had hij een gedicht van Martinus Nijhoff meegenomen. Hoe kan het ook anders? Kees is twee jaar geleden gepromoveerd op een studie naar de betekenis van Nijhoff”s poëzie voor de preek.
Nijhoff is in onze wijkgemeente vooral bekend vanwege zijn lekespelen, die hier, als één van de weinige plekken in ons land, nog steeds met een zekere regelmaat worden gespeeld.  Van zijn poëzie is De moeder de vrouw (“Ik ging naar Bommel om de brug te zien…”) ongetwijfeld het bekendst.

Ik geef onderstaand het gedicht waar we gistermiddag  – op christelijke wijze?- mee openden graag door. De titel verwijst naar de Vlaamse 15e eeuwse schilder Memling (of Memlinc), vooral bekend om zijn bijzondere portretten. Hieronder zie je er één van. Ze worden getypeerd door een merkwaardige sfeer, een mengeling van realisme en geheimzinnigheid; gezichten die je net niet aan kijken en toch je aan lijken te spreken…
Ik weet niet precies of het gedicht bij dit of een ander portret hoort, of meer algemeen bij het werk van Memling.

Iedereen leest en verstaat een gedicht op een eigen manier. Wat mij zelf hierin treft is dat het een sfeer oproept die past bij deze dagen van advent, van verwachting en verstilling, van aarzelend zwijgen en luisteren.
Benieuwd wat het met u doet.

Memlinc

Ernstig en eenzaam staat
Tusschen de holten vanHans Memling
Hemel en aarde de man
Die Gods woorden verstaat,

Antwoord weet, maar nog zwijgt
Zoo lang de vraag nog klinkt,
Wacht tot de wereld verzinkt
En een ster de zon overstijgt.

Hong’rend naar eeuwigheid
Brak hij zijn leven als brood,
Proefde in dit voedsel den dood,
Deed afstand, en houdt zich bereid.

Luisterend, zwijgend, en in
Vroomheid bereid: voorwaar,
Dit is geen einde nog, maar
Een voorgoed begonnen begin.

View Comments (1)
  1. Gert Meijer

    prachtig zeg
    poëzie zoals het hoort
    beeldrijk
    en kloppend qua vorm

    wij openen trouwens nooit christelijk
    wij zijn christelijk 😉

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *