Ontmoeting in bezet gebied, Joh. 4

‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’

Het is de verbaasde uitroep van de Samaritaanse vrouw. Zij nodigt haar stadsgenoten uit om met haar mee te gaan. Terug naar die wonderlijke man, die ze heeft ontmoet bij de waterput en met wie ze een bijzonder gesprek heeft gehad. Ze is daar zo door geraakt, ze moet het aan iedereen vertellen. De kruik die ze mee had genomen om water te putten, die heeft ze achtergelaten. Dat is nu niet meer belangrijk? Ze heeft het levende water gevonden. En ze moet het kwijt, delen met anderen. Wat me nu is overkomen? ‘Er is iemand die alles van mij weet’. Ze krijgt haar stadsgenoten zo ver om met haar mee te gaan. Terug naar Jezus. Zou hij de messias zijn?

Vanmorgen gaat het over dit mooie maar bijzondere bijbelverhaal. Een lang verhaal, we hebben het in twee lezingen geknipt. Een verhaal waarin veel gebeurt. Verschillende motieven spelen door elkaar heen. Ze krijgen betekenis tegen de achtergrond van het evangelie.

Vandaag gaan wij als het ware met haar mee, terug, net als de stadsgenoten toen. De Samaritanen, waarvan wordt gezegd dat veel van hen tot geloof in Hem komen. Dat gebeurt door het getuigenis van de vrouw – Hij weet alles van mij – maar als ze hem zelf ontmoet hebben, komen er nog meer tot geloof. En ze zeggen tegen de vrouw: ‘Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben Hem zelf gehoord en we weten dat Hij werkelijk de redder van de wereld is.’
Vandaag gaan wij met die stadsgenoten uit Sichar mee, achter de vrouw zonder naam aan. Kunnen wij dat straks ook zeggen, dat we hier de redder van de wereld ontmoeten. En wat betekent dat dan?

De vrouw heeft geen naam, maar wel een identiteit.
Met enige nadruk wordt gezegd dat het om een Samaritaanse vrouw gaat. We zijn in de buurt van de Samaritaanse stad Sichar. Aan het eind staat er dat er veel Samaritanen tot geloof kwamen. Dat Samaritaanse karakter is dus van belang.

Verderop in het zelfde evangelie, als Jezus in debat is met de Joden, zoals dat in dit evangelie vaak het geval is, dan roepen zij tegen hem: ‘Zeggen we soms ten onrechte dat U een Samaritaan bent en dat U bezeten bent?’ (Joh. 8: 48) Jezus krijgt het verwijt dat Hij een Samaritaan zou zijn, en bovendien van de duivel bezeten. Hoe komen ze erbij?
Nu is het opmerkelijk dat Jezus het laatste met kracht ontkent – dat hij bezeten zou zijn – maar dat hij het eerste onweersproken laat. Dat hij een Samaritaan zou zijn. Hij ontkent het niet. Hij laat het in het midden. Hij komt er niet op terug. Waarom is dat?

Het is duidelijk dat er spanningen bestaan tussen de Joden en de Samaritanen. Dat hebt u ook wel vaker gehoord, en het staat ook nog eens uitgelegd in de tekst zelf, tussen haakjes: Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om – vers 9). De beide volken zijn aan elkaar verwant, maar hebben toch verschillende opvattingen, met name verschillende geloofsopvattingen. Zo aanbidden de Samaritanen God op hun heilige berg Gerizim, dat doen ze trouwens nog steeds; terwijl de Joden naar Jeruzalem gaan. Dat verschil wordt ook in het gesprek tussen Jezus en de vrouw benoemd.
Joden kijken op Samaritanen neer.
Vandaar dat het zo schokkend is als Jezus een Samaritaan tot voorbeeld van barmhartigheid stelt in zijn beroemdste gelijkenis.
Hier lijkt Jezus ook enigszins op de Samaritanen neer te kijken. ‘Jullie vereren wat je niet kent, wij vereren wat we kennen; de redding komt immers van de Joden’, zegt hij (vers 22). Maar hij voegt er in dezelfde zin aan toe, dat dit onderscheid opgeheven wordt, als mensen de Vader in geest en in waarheid aanbidden. Dat betekent, oprecht en met heel hun hart, zuiver, zonder enige bijbedoeling of eigenbelang. Dan daarbij, Hij is hier toch maar in gesprek met een Samaritaanse vrouw. Dus zou ik zeggen, wat vooral naar voren springt is dat Jezus op voet van gelijkwaardigheid met deze vrouw, deze Samaritaanse, omgaat. Hij neemt haar volstrekt serieus en in haar waarde. Haar waardigheid.

Er zit een fijngevoeligheid in en onder het gesprek.
De vrouw noemt hem, profeet en heer. Ze is onder de indruk dat Jezus meer van haar weet. Over haar verleden met vijf mannen en haar huidige man die niet haar man is.
Veel wordt er niet over gezegd, maar wat hebben uitleggers – mannelijke uitleggers – hier hun fantasie op botgevierd. Het zou een vrouw van lichte zeden zijn. Een vrouw met een verleden, zoals dat dan heet. Het zou ook verklaren waarom ze op het middaguur en in haar eentje naar de bron komt. Want de andere vrouwen, die aan het begin van de dag water putten voor de hele dag, willen haar er niet bij hebben. Ze is een outcast, wordt met de vinger nagewezen, en zo voort. Ja, door al die wijze uitleggers.
Jezus serveert haar niet af.
Hij oordeelt niet.
Als ze zelf begint over de messias, dan reageert hij subtiel. ‘Ik ben het, degene die met je spreekt.’ (vers 26)

Op datzelfde moment zijn de leerlingen er opeens weer bij. Ze verbazen zich dat hun meester met een vrouw praat. Hoewel niemand iets zegt, lijkt de suggestie dat ze er van alles van vinden. De niet gestelde vragen, die toch in het verhaal zijn overgeleverd: ‘Waar bent u op uit? Waarom spreekt u met haar?’

Voor Jezus is er geen enkel bezwaar om met deze vrouw, deze Samaritaanse, in gesprek te zijn.
Zoals het voor hem ook geen bezwaar is om nog enkele dagen in hun stad Sichar te zijn, onder de Samaritanen, gebruik makend van hun gastvrijheid. Dat lezen we aan het einde. En nog veel meer mensen kwamen tot geloof door wat Hij zei. Jezus vindt geloof bij de Samaritanen. Is dat waarom de Joden later hem een Samaritaan noemen?

Zoals gezegd, het Samaritaanse karakter van dit uitgebreide verhaal is van belang.
Het krijgt nog meer gewicht en betekenis, als we dat aspect vertalen naar vandaag en naar de actualiteit.
Want we zijn hier, in Sichar, in de buurt van de berg Gerizim, we zijn op de Westbank, de Westelijke Jordaanoever. Het gebied dat sinds 1967 illegaal wordt bezet door de huidige staat Israël. Het gebied waarin door de jaren heen steeds meer illegale nederzettingen zijn gebouwd. De Westelijke Jordaanoever waar de oorspronkelijke inwoners, de Palestijnen, al jarenlang worden onderdrukt, waar hun land wordt afgepakt, hun oogsten worden vernield, waar ze minder rechten hebben, hun bewegingsvrijheid wordt ingeperkt, en ga zo maar door. Dat is de pijnlijke actualiteit van nu.

Is het raar om de Samaritanen van toen te vereenzelvigen met de Palestijnen van nu?
Het is in ieder geval wat ongemakkelijk.
Ben ik dan bezig op een oneigenlijke manier de actuele politiek in een oud bijbelverhaal in te lezen, er met de haren bij te trekken? Of mag je deze vergelijking trekken, die natuurlijk altijd enigszins mank gaat, anders zou het geen vergelijking zijn.

Hoe dan ook, deze associatie komt ook weer niet uit de lucht vallen.
Samaritanen werden toen als minderwaardig, als tweederangs gezien. Zoals Palestijnen vandaag. Als het even kon, vermeden vrome Joden om door hun gebied te reizen. Je kon er ook prima omheen, via de Jordaanvallei. Zoals de Israëli’s nu eigen wegen hebben, dwars door het Palestijnse gebied, waar de Palestijnen zelf geen gebruik van mogen maken.

Van Jezus staat er aan het begin dat hij, op weg van Judea naar Galilea, door Samaria heen moest. Daar klinkt iets in door van dat Hij bewust daar heen wil. Een soort heilig ‘moeten’.
Jezus gaat de ontmoeting niet uit de weg. Hij luistert en Hij vindt daardoor gehoor. Hij neemt deze vrouw zoals ze is. Hij neemt haar serieus en wijst niet af of veroordeelt. Jezus diskwalificeert de Samaritanen niet. Integendeel, hij maakt dankbaar gebruik van hun gastvrijheid. De vrouw en haar Samaritaanse stadsgenoten, behoren tot de eerste gelovigen in Jezus als messias/Christus.

Waarom? Omdat zij wellicht juist dát herkennen. Daarin het messiaanse herkennen. Dat Jezus oog en oor voor hen heeft, zoals voor die vrouw bij de bron. Omdat Jezus weet heeft van hun situatie, voor het onrecht dat hen wordt aangedaan. ‘Hij weet alles van mij’, wat zit daar niet allemaal in besloten?
Jezus is solidair met haar en met haar volk, vandaar wellicht dat de Joden hem als zodanig kwalificeren, als Samaritaan.
Jezus neemt niet de veilige omweg, de omtrekkende beweging, maar trekt bewust door het Samaritaanse land, omdat Hij ook daar de mensen mee wil nemen in het aanbidden van God in geest en in waarheid.

Je kunt dit verhaal daarom ook lezen als een politiek statement in de actualiteit van nu. In de huidige Westbank is een kleine gemeenschap van Palestijnse christenen. Zij staan in de lange traditie van Christusgelovigen in dit gebied. Een van hun predikanten, Munther Isaac, heeft zich kritisch over de PKN uitgelaten. In januari is een delegatie van onze kerk daar op bezoek geweest. Maar de kerk houdt zich veilig op de vlakte, als het gaat om het veroordelen van de genocide in Gaza en de etnische zuivering zoals die op de Westelijke Jordaanoever gaande is. De kerk wil beide partijen te vriend houden, maar weigert daarmee partij te kiezen voor de slachtoffers en het structurele onrecht van de bezetting te veroordelen. Heeft het nog wel zin kerkelijke delegaties uit het Westen te ontvangen, als ze niet werkelijk naar ons luisteren, vraagt Isaac zich vertwijfeld af.

In het verhaal van vanmorgen ontmoeten we de Messias, de bevrijder zoals Hij wordt genoemd, de redder van de wereld (vers 42). Hij die de mensen ziet, hun lijden en verdriet, niet wegkijkt van het onrecht. Wat het hem ook uiteindelijk mag kosten.

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *