De vastentijd, die vanavond op Aswoensdag ingaat, zou je op kunnen vatten als een tijd om je te oefenen in aandacht.
We leven in de kerk en liturgie naar Pasen toe. Vanaf vandaag 40 dagen lang, waarbij de zondagen niet als vastendagen meetellen.
Sommigen vasten letterlijk.
Zoals de moslims. Toevallig valt het begin van de Ramdan dit jaar samen met het begin van onze vastentijd. Wie letterlijk vast, ontzegt zich vlees, alcohol of ander bepaald voedsel. Anderen vast en door de mobiel aan de kant leggen, ze gaan offline, of maken een andere keuze. Weer anderen proberen juist in deze periode bewuster, nóg bewuster, te leven, bijbel te lezen, stille tijd te houden.
Er is niet één manier.
Het is goed om je eigen manier te vinden.
Er is niet één manier, en er zijn ook meerdere motieven waarom je daar aan zou doen. Vasten, Aswoensdag, liturgie in het algemeen.
Maar wellicht is het woord ‘aandacht’ een geschikte categorie om die verschillende manier onder een noemer te vangen.
En dan niet de aandacht, in de zin van aandacht vragen of aandacht trekken.
“Zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat, om door mensen geprezen te worden”, woorden uit de lezing.
Nee, aandacht als een vorm van inkeer, zelfbespiegeling, de stilte in jezelf zoeken – dat wat in het verborgene is, om opnieuw een woord uit de evangelietekst aan te halen. Want zoals Jezus daar zegt, het is God de Vader die in het verborgene ziet.
In een onlangs uitgekomen boekje (Spreken over God) schrijft de Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han over aandacht, naar aanleiding van een andere filosofe, Simone Weil.
Voor Weil was aandacht een kernwoord.
Aandacht heeft voor haar te maken met liefde. Met een liefdevolle blik verwijlen bij de dingen, bij de andere mens, bij jezelf ook. ‘In laatste instantie’, zegt zij, ‘is aandacht hetzelfde als gebed’.
Aandacht is de kunst van het waarnemen.
Maar volgens Han lijden we in de moderne wereld aan een verval van de aandacht. Hij is kritisch op onze maatschappij. Ik citeer: “Waarneming wordt bijna vetgemest met informatie- en communicatierommel, met klank- en kijkrommel. Wij verworden tot consumptievee. Waarneming wordt in toenemende mate door prikkels en verslaving gestuurd. Aangezien ze alleen nog maar bezig is met eten (consumeren), kan ze niet meer kijken (…) De vraatzuchtige waarneming heeft geen aandacht nodig. Ze verslindt alles wat haar wordt voorgezet” en dan schrijft hij: “Alleen de ziel, die vast, kan kijken” (p. 10).
Het is duidelijk dat hij kritisch is op onze huidige infotainment maatschappij.
Nog even: “We zijn vandaag de dag voortdurend afgeleid. We springen, ja tuimelen van de ene informatie in de andere, van de ene prikkel in de andere (…) Waren we niet afgeleid, dan waren we bij God. Als we alleen maar aandachtig zouden toekijken, dan zouden we God ontmoeten, overal” (p. 14).
Overdrijft Han? Is hij te stellig?
Als zijn uitspraken gaan irriteren, is hij misschien wel iets op het spoor.
Want ik herken er veel in, veel van mij zelf…
Het is niet mijn bedoeling te gaan moraliseren, dat wil zeggen, moraliseren op de verkeerde manier. Dat is wanneer je zelf buiten spel blijft.
Dat doen huichelaars, om maar weer een woord uit de tekst op te diepen. Mensen die de fouten bij anderen aanwijzen en aan hun eigen tekortkomingen voorbij gaan.
De vastentijd nodigt je uit, tot aandacht.
Tot zelfreflectie.
Tot bezinning.
Het is een oefening in kijken, naar de wereld, naar de ander, naar het verhaal dat ieder jaar opnieuw ons aanspreekt, uitdaagt, het verhaal van het leven, het verhaal van het lijden. De mens Jezus, vol van aandacht voor God en daarom vol van aandacht voor mensen, de mensen in nood het allermeest en allereerst. Degenen die meestal buiten beeld blijven, die wij over het hoofd zien, of waar wij van weg kijken?
Jezus leert ons kijken.
Het misverstand zou nu zijn, dat dit alleen een kijken naar je zelf is. Vasten als inkeer – wat er zeker bij hoort, maar waar het niet bij moet blijven. Dan wordt het een individuele oefening. Navelstaren in plaats van met open ogen en open oren in de wereld staan.
Juist de verhoogde staat van aandacht, opent ons voor elkaar, voor de ander.
Ik citeer opnieuw:
“De aandacht heeft ook een sociale dimensie. Daarom heeft het verval van de aandacht ernstige gevolgen voor de relaties tussen mensen. Zowel de empathie als het respect berusten op de aandacht voor de ander. Als de aandacht voor de ander afneemt, verruwt de samenleving. Het gebrek aan aandacht voor de ander leidt tot een toename van geweld” (p. 24).
Juist vandaag is er in Amerika een manifest gepubliceerd vanuit een groep geëngageerde evangelische christenen, Een oproep aan christenen in een crisis van geloof en democratie (A Call to Christians in a Crisis of Faith and Democracy).
Er woedt een cultuurstrijd in Amerika, waar rechtse christenen een woord als empathie verketteren. Zelfs zoiets basaals, christelijks, als empathie wordt gepolitiseerd.
Het zijn ontwikkelingen waarbij je je hart vasthoudt. Laten we niet denken dat het hier niet kan gebeuren. We hebben binnenkort immers een wet, die bepaalt dat hulp aan mensen zonder verblijfspapieren een misdrijf is (hoewel niet strafbaar, dat is het magere compromis, maar voor hoe lang?).
Een laatste gedachte.
Simone Weil wijst er op dat aandacht iets is wat wordt geschonken. Dat zit ook in onze taal. Aandacht schenken. Aandacht is een gift, een gave, een zuiver geschenk. In christelijke taal is dat genade. Ze verlangt geen tegenprestatie, geen loon. Ze valt buiten alle categorieën van geld en economie. Aandacht is een vorm van liefde.
In het centrum van onze aandacht in de komende periode van 40dagen, staat Jezus, de mens bij uitstek. Staat de aandacht die Hij schenkt, in alle opzichten, aan de wereld, aan verloren mensen. Het is zijn liefde die alles overwint. Volledige aandacht voor God.
Laten we onze blik in deze veertig dagen en in heel ons leven, op Hem richten.
Jezus’ woord zal ons bevrijden.