Naam voor naam (Gedachteniszondag)

Maanden geleden kwam ik het gedicht van Tsead Bruijnja tegen, en wist ik dat ik het voor deze gelegenheid wilde gebruiken.
Er zit zoveel in dat past bij dit moment, bij deze zondag van de gedachtenis der namen.

hoeft een naam iets?                       

elke naam moet ten minste
één keer worden gespeld op het gemeentehuis
vreugdevol door een ouder die met die naam een geloof
een held een vriend of een familielid in leven houdt

elke naam moet minstens vierduizend keer
worden geroepen vanuit een halfopen buitendeur
terwijl de warme lucht van het avondeten zich
door een keukenraam een koude kinderneus in krult

alle namen horen zeker vijfmaal op het puntje van de tong
van een beste vriend te liggen bij de vraag
naar wie zijn of haar beste vriend is
en waarom

geen één naam verdient het ongefluisterd te blijven
en niet via het oor van een geliefde
buitengewoon vaak de buik van die ander
te kriebelen

daar zijn namen voor gemaakt

namen horen een leven lang mee te gaan
en met een heel leven weet u heel goed
wat ik bedoel

namen mogen alleen langzaam verdwijnen uit onze gedachten
en niet voordat ze een afscheidsdansje hebben gemaakt
op onze bevende lippen

er is geen enkele reden om de naam
van een muur te schroeven
als die naam niet een nieuw huis
te wachten staat

Een enkele gedachte hier bij.

Sommige mensen zijn naamziek. Misschien komt het nu minder voor, omdat kinderen niet meer altijd vernoemd worden. Maar ik ken verhalen van mensen op hoge ouderdom die zich herinneren dat oma altijd hun zusje voortrok, omdat zij naar haar was vernoemd.
Dat gebeurt tegenwoordig toch niet meer?

Naamziek is niet fijn.
Maar dat een mens gehecht is aan een naam, dat klinkt normaal. O, niet iedereen. Sommige mensen hebben een hekel aan hun naam, veranderen die soms, zodat ze wél een naam hebben om trots op te zijn. Want een naam, dat is niet zomaar iets. Daar loop je een heel leven mee rond.

Velen van u zijn vandaag gekomen om één naam in het bijzonder.
De naam van je geliefde, vader, moeder, echtgenoot, opa, oma, vriend, vriendin.
De naam die vandaag nog één keer genoemd wordt, plechtig, hier in de kerk.
De naam die je zoveel waard is, waar je aan gehecht blijft.
‘Een naam die met je mee blijft gaan, je hele leven lang’. Dat is een regel uit een doopliedje.

Het is belangrijk om de namen te blijven koesteren en te noemen.

Eerder dit jaar werden in het herinneringscentrum Westerbork (vlak bij mij om de hoek) de 102.000 namen voorgelezen van de Joden, Roma en Sinti die in de oorlog vanuit Westerbork naar de vernietigingskampen zijn gedeporteerd. Dat gebeurt iedere vijf jaar, dit keer voor de vijfde keer.

En later dit jaar werden er op verschillende plaatsen in het land de namen voorgelezen van de slachtoffers van de oorlog in Gaza. In Nijmegen begon men met 800 Israëlische namen, slachtoffers van de aanval van Hamas. Dat duurde twee uur. Daarna werden de namen van de Palestijnse slachtoffers voorgelezen. Daar waren ze, volgens het krantenbericht, nog een paar dagen mee bezig: 108 uur. 64.000 namen.

U kent de cynische uitspraak van Stalin: ‘Eén dode is een tragedie, miljoenen doden is statistiek’. Maar Abel Herzberg leerde ons: ‘Er zijn in de oorlog geen zes miljoen Joden vermoord, maar zes miljoen keer één Jood’.

Iedere naam telt.
Iedere naam, staat op zichzelf, staat voor een heel leven, met alles wat daarbij hoort.
Zo geldt dat precies voor ons, vandaag, hier in de kerk.
Iedere naam telt. Naam voor naam voor naam.

Het is belangrijk om de namen te blijven noemen.
In de bijbel wordt er bijzondere waarde aan de naam gehecht. Daar hebben namen vaak ook een betekenis, die iets zegt over de naamdrager. U kent de voorbeelden.
Het is zelfs zo dat van God wordt gezegd dat Hij ‘de Naam’ is. Ha sjem, zeggen de vrome Joden, want de naam van God is zo heilig dat je die niet zomaar uit mag spreken. Je zou zijn naam eens ijdel gebruiken.

Er is dat verhaal van de profeet Mozes, die God vraagt naar zijn naam en dan als antwoord krijgt: “IK ZAL ER ZIJN … Zo wil Ik voor altijd heten, met die naam wil Ik worden aangeroepen door alle komende generaties” (Ex. 3: 15).

Gods naam is, ik zal er zijn, Ik zal er zijn voor jou, voor jou en voor jou, voor iedereen. God is niet naamziek, maar wel aan onze namen gehecht. Hij heeft ze immers geschreven in de palm van zijn hand.

Dat geloven wij en daar vertrouwen wij op.

Als we dan vandaag de namen noemen, die ene naam, dan is dat in gelovig vertrouwen, soms tastend en aarzelend maar vol verlangen, dan is dat in het geloof dat de gedachtenis van onze namen bij God geborgen is. Hij vergeet de zijnen niet.

Moge het zo zijn dat deze gedachtenis u en ons allen tot troost zal zijn.

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *