Artikelen

Motivatie en veerkracht

De woorden ‘motivatie’ en ‘veerkracht’ zijn begrippen die behoren tot het hulpverleningsjargon. Voor wie het even niet ziet zitten, voor wie vastgelopen is in zijn of haar werk of met een burn-out worstelt, staan motivatiecoaches klaar om je weer op de been te helpen. Ze bieden ondersteuning om je motivatie, je innerlijke ‘drive’ terug te vinden. Ze laten je nadenken over wat jou ten diepste beweegt en waar jij de kracht vandaan haalt om weer door te gaan. Het andere begrip ‘veerkracht’ is momenteel zelfs een modewoord geworden. Als je erop gaat letten, kom je het overal tegen. Ook hier vaak in de Engelse variant, resilience. Veerkracht is de capaciteit om na een crisis weer terug te keren op het oude niveau. Het heeft te maken met emotionele buigzaamheid, een soort geestelijke souplesse.

Artikel geschreven voor brochure Dorpskerkenbeweging PKN

Motivatie en veerkracht in onze tijd
In corona-tijden zijn deze begrippen alleen maar belangrijker geworden. Iedereen in onze samenleving ervaart de gevolgen van de coronacrisis. Voor iedereen uiteraard weer verschillend. Maar een gedeelde ervaring is, dat vanzelfsprekendheden moesten worden losgelaten. Vertrouwde routines werden doorbroken. Dat geldt op het individuele niveau, in thuis- of werksituatie. Het speelt ook in gemeenschappen en organisaties, en natuurlijk ook in de kerkelijke context, waartoe we ons in dit artikel beperken.

De begrippen ‘motivatie’ en ‘veerkracht’ kunnen helpen om in een kerkelijke context van een geloofsgemeenschap met de corona-crisis om te gaan. Beide begrippen kunnen meer diepgang krijgen, als we ze theologisch inkleuren. Op die manier wordt duidelijk dat motivatie en veerkracht, hoewel moderne begrippen, teruggrijpen op oude spirituele waarden die wortelen in het oerverhaal van de christelijke traditie.

Een bijbels perspectief
In het hart van het christelijk geloof staat de Paaservaring. Ieder jaar vieren we het feest van het Leven, of beter gezegd: van de Levende. Het liturgisch jaar plooit zich om het Paasfeest. Iedere zondag is een herinnering aan de dag van de opstanding.

Met Pasen houden we een geestelijke ervaring levend. Het geloof dat het leven sterker is dan de dood. Daar gaat een sterke motiverende kracht van uit. En opstanding, leven uit de dood, zou je hét voorbeeld bij uitstek van veerkracht kunnen noemen.

In de evangeliën, die ons over het leven, sterven en verrijzen van Jezus berichten, is het opvallend dat het Paasgebeuren nergens als een historisch feit wordt verteld. Wat we horen zijn diverse verhalen over de ervaringen van de vrouwen bij het graf en van de leerlingen die de verrezen Jezus bij verschillende gelegenheden ontmoeten.
Het is de moeite waard om die verhalen wat nader te bestuderen. Ze leveren bouwstenen op voor wat motivatie en veerkracht kunnen betekenen in onze context.

Verschijningsverhalen in de evangeliën
Zoals bekend zijn er vier evangeliën met ieder een eigen kleur en klank. De eerste drie, in de volgorde zoals ze in de Bijbel zijn terecht gekomen, Matteüs, Marcus en Lucas, hebben een groot aantal verhalen gezamenlijk, soms met kleine verschillen. Johannes heeft veel meer eigen materiaal. Alle vier vertellen ze tamelijk uitvoerig het lijdensverhaal van Jezus’ arrestatie, veroordeling en kruisiging. Ook verhalen ze alle vier – uiteraard – over het lege graf op Paasmorgen. Hoewel er ook hier allerlei onderlinge verschillen zijn, is de grote lijn bij alle vier dezelfde.
Opvallend is dat waar het gaat over het leven van Jezus de overeenkomsten in het oog springen, maar bij de verhalen over Jezus na Pasen de verschillen domineren. Geen van de zogenaamde verschijningsverhalen is dezelfde. We slaan de vier evangeliën er op na.

Marcus
Het oudste evangelie, dat van Marcus, stopt abrupt met de vrouwen die in angst en beven wegvluchten van het lege graf. “Ze waren zo geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden”, is de laatste – wat dubbelzinnige – zin in het evangelie (Mc. 16: 8). Dubbelzinnig, want ondertussen staat het allemaal wel geboekstaafd en spreekt de boodschap daardoor des te luider.
In de meeste bijbels gaat de tekst nog even door, maar dit gedeelte (Mc 16: 9 – 20) ontbreekt in de oudste handschriften en wordt algemeen gezien als een latere toevoeging, samengesteld op basis van fragmenten ontleend aan de andere evangeliën. Dat betekent dat in het oudste evangelie geen verschijningsverhaal voorkomt.
Misschien is dat de verklaring voor het feit dat de twee andere synoptische evangeliën hier eigen materiaal hebben. Ze konden niet teruggrijpen op het voorbeeld van Marcus. In ieder geval, het is opvallend dat ze onafhankelijk van elkaar eigen verhalen overleveren.

Matteüs
Bij Matteüs ontbiedt Jezus zijn leerlingen op de berg. De berg speelt in dit evangelie op cruciale momenten een belangrijke rol. Hier gaat het om de berg ‘waarop Jezus hen had onderricht’, dezelfde locatie als van de Bergrede aan het begin van het evangelie. Zo ontstaat er een mooie inclusie (insluiting) die het evangelie structuur geeft.
Op deze berg zendt Jezus zijn leerlingen de wereld in – het zogenaamde zendingsbevel – en zegt Hij hen zijn blijvende aanwezigheid toe. Zo eindigt Matteüs met de bemoedigende woorden: “Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld” (Mt. 28: 20).
In de beide andere evangeliën, die van Lucas en van Johannes, vinden we meer verschijningsverhalen, die op verschillende locaties spelen.

Lucas
Lucas vertelt van de twee Emmaüsgangers, die teleurgesteld terugkeren uit Jeruzalem als zich een derde bij hen voegt. Dit blijkt de opgestane Jezus te zijn, die ze pas herkennen als ze hem bij hen thuis hebben uitgenodigd voor de avondmaaltijd. Bij het breken van het brood, is er de herkenning, maar op hetzelfde moment is de mysterieuze gast ook weer verdwenen (Lc. 24: 13 – 35)
De twee leerlingen uit Emmaüs – hun namen horen we niet – keren terug naar de anderen in Jeruzalem.
Daarna vertelt Lucas hoe Jezus zich bij hen voegt en zijn leerlingen groet met vrede en uitnodigt om hem goed te bekijken. Hij eet met hen een stuk geroosterde vis. Allemaal bedoeld om ze ervan te overtuigen dat hij waarlijk is opgestaan (Lc. 24: 36 e.v.).
Vervolgens neemt Jezus de leerlingen mee de stad uit naar Betanië, waar hij hen zegent (Lc. 24: 51).

Johannes

Ook bij Johannes zijn er meerdere verschijningsverhalen te vinden. En opnieuw geldt dat het andere verhalen zijn dan die bij de overige evangelisten te vinden zijn.

De eerste verschijning van de levende Heer is al op Paasmorgen zelf, aan Maria uit Magdala, die naar het graf is gekomen maar dit rotsgraf open en leeg aantreft. Door haar tranen heen denkt ze de tuinman te zien, maar het blijkt Jezus zelf te zijn, die de bekende woorden spreekt: “Houd me niet vast” (Joh. 20: 17).
Daarna verschijnt Jezus aan de andere leerlingen, die in een huis verblijven waarvan ze de deuren en luiken angstvallig gesloten houden. Jezus komt desondanks binnen, groet hen met vrede en toont hen zijn wonden. Datzelfde wordt een week later herhaald, maar nu is Tomas erbij, die de eerste keer ontbrak en had verklaard pas te kunnen geloven als hij het met eigen ogen had gezien. Het bekende verhaal van de ‘ongelovige’ Tomas – al kun je over die kwalificatie twisten – vinden we alleen in het evangelie van Johannes (Joh. 20: 24 – 29). Dat geldt ook voor het derde verschijningsverhaal, als Jezus de leerlingen tegemoet komt langs de oever van het meer, waarop de leerlingen een nacht lang tevergeefs hebben gevist. Hij eet met hen een vis, dat op een kolenvuurtje is gerookt.
Waarna het gesprek met Petrus volgt, die tot drie keer aan toe wordt gevraagd of hij Jezus liefheeft. Drie keer wordt zo de drievoudige verloochening van Petrus rechtgezet. Petrus krijgt de opdracht om de schapen te hoeden, met andere woorden: hij krijgt de leiding van de gemeente opgedragen (Joh. 21: 15 – 19).


Motivatie en veerkracht door verruimende ervaringen
Elk van deze verschijningsverhalen bevat veel meer aspecten dan hier kunnen worden genoemd. Het zijn stuk voor stuk rijke verhalen die, zoals alle Bijbelverhalen, op verschillende manier aan kunnen spreken.
Waar het hier om gaat is, dat in deze verschillende verschijningsverhalen, verschillende aspecten aan de orde zijn, die een verdieping geven aan de begrippen motivatie en veerkracht. Het is inspirerend om te zien, hoe de leerlingen na de dramatische dood van hun Meester, niet opgeven. Vanuit de diepst denkbare crisis, ontwikkelen ze een tegenbeweging. Ze trekken zich aan elkaar op en hervinden de motivatie om door te gaan, met wat Jezus is begonnen. Die motivatie en veerkracht ontvangen ze, in nieuwe, verruimende ervaringen – dat is de betekenis dat Jezus aan hén verschijnt; maar je kunt met evenveel recht ook zeggen: het zijn ervaringen die ze máken. Dat is de wisselwerking, die essentieel is. Je kunt alleen maar motivatie en veerkracht ontwikkelen, als je er voor openstaat en er zelf aan bijdraagt. De parallel in de verschijningsverhalen is, dat Jezus alleen verschijnt aan wie al in hem geloven. Hij verschijnt aan Maria, aan de leerlingen, niet aan de machthebbers van tempel en staat, die hem hebben veroordeeld.
Zo resoneren de verschijningen met de eerder opgedane ervaringen van de leerlingen. Zij herkennen Jezus, omdat zij hem al kennen. We zien hoe Tomas (Mijn Heer, mijn God, Johannes 20:28) en de Emmaüsgangers (Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze hem, Lucas 24: 31a) pas weer in beweging komen, wanneer zij hun Heer herkennen. Door deze resonantie doen de leerlingen motivatie en veerkracht op.

Elementen die de motivatie en veerkracht verder versterken
We kunnen op basis van de verschijningsverhalen een aantal elementen noemen, die motivatie en veerkracht verder invullen:

Bemoediging

Op de berg bemoedigt Jezus zijn leerlingen. Hij verzekert ons, dat Hij met ons is. In die toezegging klinkt de godsnaam door, Ik ben er voor jou.
We staan er niet alleen voor. Dat is de kracht van de (kerkelijke) gemeenschap, verbonden in en door de Levende. Het is opvallend dat de leerlingen samen zijn gekomen. Ze vallen in aanbidding neer, al staat er ook bij dat sommigen twijfelen. Dat laatste maakt het menselijk.

Het bemoedigende zit ook in de keren dat Jezus in de kring van de leerlingen verschijnt met de vredeswens. Hij zegent de leerlingen. Vrede en zegen, zijn geladen woorden. Ze klinken in de gemeenschap, in de liturgie. Het zijn woorden die je op kunnen tillen en op een bijzondere manier kracht kunnen geven.

Gemeenschap en liturgie

De eigen kracht van de gemeenschap en de liturgie, is een element dat naar voren springt in het rijke verhaal van de Emmaüsgangers. Onderweg wordt Jezus niet herkend. Hij geeft dan als het ware catechisatie. De hele Schrift wordt doorlopen, maar het kwartje van de herkenning valt nog niet. Dat is pas aan de orde bij het breken van het brood. Het symbool van het ritueel is kennelijk krachtiger dan het Woord. Dat zou protestanten te denken mogen geven…
Opvallend in dit verhaal is dat de bijzondere gast op een even mysterieuze manier verdwijnt als hij gekomen is. Het lijkt een echo van dat andere verhaal, bij het graf in de tuin: ‘houd me niet vast…’.

Een verbindend element in alle verschijningsverhalen is het belang van de gemeenschap.  Ontmoeting haalt je uit je isolement. De leerlingen uit Emmaüs keren snel weer terug naar de anderen. Steeds wordt verteld dat de leerlingen bij elkaar zijn gekomen. In het verhaal van Tomas is het belangrijk om te onderstrepen dat hij er aanvankelijk niet bij was, maar de tweede keer wel. Dat roept de gedachte op, dat de anderen kennelijk voldoende overtuigingskracht hadden om hem weer in de kring uit te nodigen. In ieder geval, ze hebben hem niet aan zijn lot overgelaten, maar moeite gedaan om hem er weer bij te betrekken.

Herstel van relaties

Hetzelfde zou je van Jezus zelf kunnen zeggen, in het verhaal waarin hij Petrus vraagt naar zijn liefde voor hem. De drievoudige verloochening wordt rechtgezet. Petrus krijgt vergeving, al valt dat woord niet, maar de relatie wordt hersteld. Door de vragen van Jezus maakt Petrus een innerlijk genezingsproces door, dat hem bevrijdt van zijn lethargie. Aan het begin van deze scène (Joh. 21: 3) zegt hij nog, enigszins gelaten: Ik ga vissen. Met andere woorden, ik pak mijn oude leven weer op. Aan het einde zegt Jezus slechts: Volg mij (Joh. 21: 19).

Samengevat
Het is duidelijk dat er veel spirituele rijkdommen in deze verschijningsverhalen zitten. Veel meer dan hier kan worden aangeduid.
We vatten samen.
In de diepste crisis, ontspringt het christelijk geloof aan de ervaring, dat het leven en de liefde altijd sterker zijn. Pasen is daar de uitdrukking van. Het gebeuren waar alles om draait.
In de zogenaamde verschijningsverhalen komen we als het ware de innerlijke dynamiek van Pasen op het spoor, hoe Pasen ‘werkt’, en mensen aangespoord worden.

Ten eerste: de gemeenschap is essentieel. Motivatie en veerkracht, de moed en de kracht om door te gaan, vind je alleen in gedeelde ervaringen. Ook als in deze verhalen individuen naar voren springen, zoals Maria en Petrus, dan zijn er altijd de anderen op de achtergrond aanwezig. Het eerste wat Maria doet als ze Jezus heeft herkend is, naar de leerlingen gaan om haar ervaring te delen (Joh. 20: 18).

Wanneer de christelijke gemeenschap een levende gemeenschap wil blijven, is het van groot belang dat deze verhalen en persoonlijke geloofservaringen gedeeld blijven worden. Wie niet bekend is met deze verhalen, of nooit hoort wat het geloof voor mensen betekent in hun dagelijkse leven, mist ook de mogelijkheid om een verbinding met deze verhalen en ervaringen aan te gaan. Om resonantie mogelijk te maken tussen de Bijbelse verhalen, de geloofservaringen en het geleefde leven, zullen we aan al deze drie elementen aandacht moeten schenken.

Tweede element is de bemoediging, die ons toegezegd wordt. De Opgestane is telkens sprekend in hun midden. Door het noemen van de naam, door de vredeswens, door de belofte van nabijheid tot aan het einde.

Als derde element wijzen we op de eigen kracht van liturgie en ritueel. Ze hebben een zeggingskracht voorbij de woorden. Het zijn manieren van doen, waarbij de vorige twee elementen van gemeenschap en bemoediging, een belangrijke rol spelen.

Het is wel van belang te onderkennen dat het in alle verschijningsverhalen gaat over de ontmoeting met de gekruisigde Christus. Hij is herkenbaar aan de tekenen van zijn lijden en sterven (de stigmata). Dat betekent theologisch, dat ervaringen van lijden, verdriet, gemis en van twijfel en wanhoop op een bepaalde manier meegenomen worden. We hebben dat niet achter ons, het gaat met ons mee. Zoals de negatieve en problematische ervaringen van de corona-periode ook met ons meegaan. Dat maakt de motivatie en veerkracht die we ontwikkelen, geloofwaardig. Het behoedt ons voor al te gemakkelijk en oppervlakkig triomfalisme.

Motivatie en veerkracht vinden we bij elkaar.

Hoe pakken we als kerken de draad weer op na ruim een jaar corona? Willen we weer terug naar het oude, of is er inmiddels iets nieuw begonnen? Waar ligt nu ons verlangen en wat hebben we in de afgelopen tijd niet gemist?

Moderne leefstijlcoaches helpen je om dat in je zelf te vinden, zoals de mantra’s luiden. Dat is geen onzin. Alles wat er aan bijdraagt, dat je een gezond zelfbewustzijn opbouwt en in balans bent met jezelf, is welkom. Maar als het dat alleen is, is het teveel gevraagd.

Het kan nodig zijn relaties te herstellen. Niet iedereen dacht in deze tijd hetzelfde over de crisis en de maatregelen. Die spanningen zullen benoemd en verwerkt moeten worden om samen weer een weg te vinden om verder te gaan.

Wanneer er straks weer mogelijkheden zijn om samen te komen, is het daarom ook goed om na te gaan, wie we uit onze plaatselijke gemeenschap missen. Wat is er met hen gebeurt in de verwarrende tijd die steeds meer achter ons ligt. Wat hebben zij nodig om weer mee te kunnen doen? Hoe kan de gemeenschap wonden helen?

Juist de kracht van de (kerkelijke) gemeenschap kan zijn, dat je elkaars motivatie en veerkracht in stand houdt. Als jij even niet mee kunt komen, houden anderen het vuurtje brandende (vgl. Tomas). Als jij even niet meer bidden kunt, gaat het gebed in kerk en liturgie wel door, en bidden anderen voor jou. 

In zo’n gemeenschap is de Levende aanwezig, wordt hij zelf levend gehouden.

Bert Altena, Predikant in Vries en Assen en lid van de meewerkgroep van de Dorpskerkenbeweging

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply