De afgelopen weken las ik voor het slapen gaan in Met alle geweld, een omvangrijke filosofische zoektocht naar de bronnen van het geweld, geschreven door Hans Achterhuis. Een zeer boeiend boek, omdat het breed uitwaaiert. Achterhuis betrekt journalistieke reportages, maar ook film en vooral literatuur bij zijn beschouwingen. Daarnaast put hij uit eigen ervaringen, betrokken bij de (kerkelijke) inzet tegen apartheid en voor bevrijdend geweld in de jaren zeventig en tachtig.

Achterhuis diept een aantal bronnen van geweld uit, zoals het wij/zij-denken, de strijd om erkenning, het zondebokmechanisme, de resten van dierlijke agressie. De indruk die vooral achterblijft na lezing van dit boek is dat geweld onuitroeibaar is, en dat we manieren moeten vinden om ermee te leren omgaan. Dat lijkt een mager resultaat na een studie van bijna 800 pagina’s, maar Achterhuis’ boek is niet geschreven om oplossingen aan te dragen maar om het verschijnsel van het geweld beter te leren begrijpen. Een van zijn inzichten is, dat wie gelooft in geweldloosheid (de utopische droom) ongewild vaak juist geweld veroorzaakt.
Gisteren ontving Barack Obama de Nobelprijs voor de Vrede. Hoe enthousiast ik ook ben over Obama (zeker na zoveel jaar Bush) en hoeveel waardering ik ook voor zijn ideeën heb (zie De herovering van de Amerikaanse droom), het is toch wel wat raar dat de vredesprijs naar een president gaat die onlangs weer 30.000 nieuwe militairen een oorlog heeft ingestuurd.
Met dat je dat bij jezelf overdenkt, komt Obama met een speech, waarin hij precies de juiste toon raakt, door zich nederig en bescheiden op te stellen, en tegelijk inhoudelijk krachtig te argumenteren waarom het soms nodig is om geweld met tegengeweld te lijf te gaan. Hij ziet de toekenning van deze prestigieuze prijs vooral als een aanmoediging. Het doel van een oorlog is uiteindelijk een vrede.
Of in het geval van Afghanistan terecht oorlog wordt gevoerd en of die oorlog kans van slagen heeft, betwijfel ik. Dat er in Obama’s speech ook wat opportunistische retoriek zit, betwijfel ik niet.
Toch is het allemaal niet zo eenvoudig om het in een zwart/wit-schema te vatten of om met een louter idealistische instelling tegemoet te treden. Wie daar nog eens goed van onder de indruk wil raken, beveel ik het boek van Achterhuis van harte aan.