Mees

dr fishEen tijdje terug schreef ik over een meesje dat bij ons in de tuin druk met zijn eigen spiegelbeeld in de weer was. Ik veronderstelde dat het een soort narcistische hofmakerij was, maar door de column van bioloog/schrijver Gerbrand Bakker in de Groene van deze week, weet ik nu dat het toch nog wat anders zit.
Overigens hebben we voorlopig de spiegel bedekt met een doek en is het meesje al een tijd niet meer in onze tuin gesignaleerd.
Hiernaast het betreffende fragment.

Het slotlied van de dienst van morgen is Gezang 425 (Ga uit, o mens en zoek uw vreugd, nu in de lente zich verheugt, al wat er leeft op aarde). Ik heb gekozen voor het eerste en vijfde couplet, maar hier is het wellicht passend om de coupletten 2 t/m 4 af te drukken:

De bomen staan in blad gezet,
de aarde dekt haar naaktheid met
een lichte groene wade;
en tulp en narcis evenzo,
veel heerlijker dan Salomo
bekleedt ze Gods genade.

En vogels, waar men hoort of ziet –
de leeuwrik zingt het hoogste lied,
de zwaluw voedt haar jongen.
De bronnen ruisen overal, –
loof Hem, in wie u eens voor al
het leven is ontsprongen.

De akker wordt een gouden woud,
daarin verblijdt zich jong en oud.
Roem dan de gunst en goedheid
van Hem die geeft in overvloed,
Hem, die het menselijk gemoed
verzadigt met zijn goedheid.

(Paul Gerhardt/ vert. Ad den Besten)

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *