Overdenking

Lijdenstijd, Joh. 12: 20-36

De veertigdagentijd noemden we vroeger: de lijdenstijd. In sommige kringen wordt dat woord nog steeds gebruikt. Het lijkt bij de huidige toestand in de wereld wel net zo toepasselijk te zijn. Lijdenstijd. We hebben de coronacrisis achter de rug, al zijn er nog steeds veel besmettingen. Maar nu worden we in beslag genomen door een oorlog relatief dichtbij. We zien de hartverscheurende beelden van mensen op de vlucht, van wanhoop, van vernietiging, van beschietingen van ziekenhuizen en scholen, burgerdoelen. Het lijden is alom aanwezig.

Het lijden in de wereld verbindt zich met het lijden van Jezus.
Dat is de spirituele betekenis van de lijdenstijd in de kerk en daar gaat het vanmorgen met name over. We zullen zien dat het lijden van Jezus – hoe vreemd dat ook klinkt – een bevrijdend perspectief opent voor iedereen die vandaag in de wereld lijdt. Jezus’ lijden, is een bron van troost en hoop.

Als je er op een bepaalde manier naar kijkt, dan is het hele evangelie – het verhaal van Jezus – gestempeld door het lijden. We hebben vanmorgen een gedeelte gelezen waarin Jezus spreekt over zijn dood. Dat staat er als opschrift boven en dat dekt aardig de lading. We zijn in hoofdstuk 12. Het evangelie van Johannes heeft 21 hoofdstukken. Dus, we zitten iets over de helft van het verhaal. Vorige week hoorden we dat het ‘zes dagen voor Pesach’ is, op dit moment in het verhaal. Vlak voor het gedeelte van vanmorgen, vertelt Johannes over de intocht in Jeruzalem – Palmpasen. Met andere woorden, bijna de helft van het evangelie wordt besteed aan de gebeurtenissen in de laatste week van Jezus’ leven.

Er is een uitspraak van een Duitse bijbelgeleerde, dat het evangelie eigenlijk niet anders is dan het lijdensverhaal met een wat lang uitgevallen inleiding. Dat geldt ook voor het evangelie van Johannes. Het lijdensverhaal wordt uitgebreid verteld. Bij Johannes wordt dat ook nog eens voorafgegaan door lange redevoeringen van Jezus, die hij afsteekt tegen de leerlingen, over zijn lijden en zijn missen. Het is duidelijk: lijden speelt een prominente rol in het verhaal.

Nou kun je zeggen, al die nadruk op het lijden. Daar word je niet echt vrolijk van.
Misschien word je wel herinnerd aan de zwaarmoedige sfeer waarin vroeger deze periode was gedompeld. Het woord ‘lijdenstijd’ of ‘lijdenszondagen’ kan dat oproepen. Je zou er haast depressief van worden. En dan nog al dat lijden in de wereld dat zomaar je huiskamer binnenkomt… Moet dat lijden wel zoveel nadruk krijgen? We zijn toch op weg naar Pasen? Mag dat niet de boventoon voeren?

Toen ik theologie studeerde, zo’n veertig jaar geleden, was er in Kampen een kleine gemeenschap van zwarte Zuid-Afrikaanse studenten. Het was nog in de tijd van de apartheid. Ze waren hier om te promoveren en om daarna terug in eigen land hun eigen gemeenschap te gaan dienen. In die tijd leerde ik, dat voor de onderdrukte, zwarte, gelovigen in Zuid-Afrika Goede Vrijdag – de dag van Jezus’ lijden – een grotere feestdag was dan Pasen. Dat vond ik raar. Als je in verdrukking leeft, dan is Pasen – het feest van de overwinning, van het leven, toch veel meer inspirerend dan stilstaan bij dood en lijden? Ik was nog jong.

Later leerde ik dat dit niet alleen voor zwarte Zuid-Afrikanen onder apartheid geldt, maar ook voor de armen in Latijns-Amerika, op andere plaatsen in de wereld. Dat het ook geldt voor de Palestijnse christenen vandaag, een kleine minderheid die vandaag leeft onder apartheid – gevangen in hun eigen land. Het geldt misschien wel voor iedereen die ervaring heeft met het lijden.
Met Jezus als overwinnaar, kun je dan veel moeilijker een verbinding maken. Dat is zo ver weg. Dat staat zo ver weg van de eigen werkelijkheid en dagelijkse ervaring. Maar de Jezus die lijdt, Jezus die het kruis moet dragen – dat is een figuur met wie je je kunt identificeren. De lijdende Christus spreekt aan, omdat deze lijdende gestalte je eigen werkelijkheid deelt.

Dat Jezus het lijden van ons mensen deelt, dat hij solidair is met iedereen die lijdt in deze wereld, dat is een nog grotere bron van hoop en troost, dan dat hij uiteindelijk de overwinning behaalt. Natuurlijk geldt dat ook – Pasen – maar de kracht die er uit gaat van de lijdende Christus is zo mogelijk nog groter en echter. En dat leer je van onderdrukte mensen vandaag.

Ik moet eerlijk zeggen, dat ik dat soms nog moeilijk vind om echt te geloven. Daarom is het altijd weer opnieuw die spirituele lessen die ik / die wij moeten leren juist in deze tijd, in de lijdenstijd. Het is misschien ook omdat wij in het algemeen zo gedompeld zijn in welvaart, vrede en voorspoed, zeker vergeleken met het lot van anderen in de wereld, dat deze boodschap van het lijden ons intuïtief tegen de borst stuit.
Maar het is echt een wijsheid die uit heel de bijbel naar voren komt, die in de leer van Jezus is vervat.

Luister maar:
“Wie zich aan zijn leven vastklampt, verliest het; maar wie in deze wereld zijn leven loslaat, behoudt het voor het eeuwige leven”
of even daarvoor, in de taal van beeld en gelijkenis:
“Werkelijk, ik verzeker u, als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft brengt hij veel vrucht voort”.

De onderliggende boodschap is dat het lijden veel creatiever en productiever is. Veel meer dan een oppervlakkig geloof dat het allemaal wel goed komt, of dat Jezus voor ons de overwinning heeft behaald. Dat is welvaartsgeloof. Daarin is God in het succes, in de voorspoed, is rijkdom een bewijs van Gods zegen, is de macht en het gelijk altijd aan jouw eigen kant.
Maar de Jezus van het evangelie, van het lijdensverhaal, is daar juist niet te vinden. Hij is solidair in het lijden, Hij is de minste der mensen, hij is God-met-ons in onze angst en pijn.

Dat is belangrijk. Jezus deelt onze angst en ons lijden.
En dan niet zozeer met de verzekering: het komt wel goed. Dat ook wel, maar daar kun je lang niet altijd bij. Hij deelt onze situatie, vooral door ons daarin te laten ervaren: Ik ben er bij, ik ga met je mee.
Dat is misschien het cruciale verschil.

Als je verdriet hebt, heb je meer aan iemand die er voor je is, dan aan iemand die je met allerlei mooie woorden probeert te troosten. Want hoe goedbedoeld ook, dat leidt je weg van je situatie. Maar een arm om je schouder, iemand die de stilte en het verdriet met je uithoudt … iemand die het ook niet weet: dat geeft hoop, dat maakt sterk.

We gaan nog een keer terug naar de tekst.
Als je deze zorgvuldig leest, dan zit er van alles in, dat merkten we deze week wel bij een kleine oefening na de vesper woensdagavond.

Jezus zegt: “Nu slaat de angst mij om het hart. Wat moet ik zeggen? Vader, laat dit ogenblik aan mij voorbijgaan? Maar hiervoor ben ik juist gekomen”.
Wat bij de andere evangelisten de worsteling in Getsemane is, is hier bij Johannes samengebald in deze twee regels. Johannes die toch al eigen kenmerkende accenten zet. Eén daarvan is dat Jezus minder onder het lijden gebukt lijkt te gaan. Bij Johannes is er steeds sprake van dat ‘de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven’ – een glorieuze gestalte. Hier spreekt Jezus over de ‘grootheid van de Vader’ (de heerlijkheid – met herinnering aan het oude testament). De worsteling van Getsemane lijkt teruggebracht tot een kort moment van aarzeling, maar toch moeten we daar niet makkelijk over heen lezen.

Zijn angst is niet een kort moment van zwakte.
Nee, het is bij uitstek de uitdrukking van zijn menselijkheid. En menselijkheid is hier, het vermogen om te lijden, om het leven te ondergaan, om het daarin uit te houden.

Lijden brengt je verder.
Dat is de tegendraadse les van de lijdenstijd. Misschien tegen ons gevoel in. Iets waar je steeds weer naar terug moet.

En het luistert ook nauw. Want het is een groot misverstand als je dan zou denken, dat het lijden goed is. Of dat het vast wel ergens goed voor is.
Dat is het niet.
Lijden is niet goed. Ook het lijden van Jezus niet.
Maar lijden kan wel vruchtbaar worden. Dat is precies wat in het beeld van de graankorrel doorklinkt. En dat is, de ervaring die heel veel mensen herkennen, u misschien ook wel. Juist het lijden brengt je verder, als mens.
Dat wat je mee moest maken, was niet goed, het was niet fijn, integendeel. Het was een worsteling, je zit er misschien nog wel midden in, het doet pijn, het is rouw met au, van au!
Maar juist die periode in je leven heeft je ook veel gegeven, veel geleerd, het heeft ook iets opgeleverd dat je niet had willen missen. De Prediker wist al: “Het is beter dat je naar een huis vol rouw gaat dan naar een huis vol feestrumoer…” (Pred. 7: 2), want op die eerste plaats leer je veel meer van het leven. Het echte leven.

Ik zeg het in algemene bewoordingen, en met de nodige voorzichtigheid. Maar ik hoop dat ook voor jou, voor u, in dit soort ervaringen de kostbare waarde oplicht, die er in het lijden kan liggen.

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply