Kwijt

Als je het van tevoren bedacht had, zou het een slechte grap zijn geweest. Nu gebeurde het onbedoeld en had het iets ironisch.

Zondag preekte ik in Nieuwolda over Jezus’ gelijkenissen over het verlorene dat teruggevonden wordt: een schaap dat verdwaald is, een muntje dat is kwijtgeraakt.
Na de dienst moest ik door naar de Evangelisch Lutherse gemeente in Winschoten. Daar aangekomen, ontdekte ik dat ik de preek en alle andere teksten in Nieuwolda had laten liggen. Het zat niet meer in mijn koffer. Ik was het kwijtgeraakt.

Gelukkig had ik de preek kort daarvoor gehouden, dus het zat nog wel aardig in mijn hoofd. Maar ook de gebedsteksten en de aanwijzingen voor de liturgie, die bij de luthersen net even wat anders is, had ik laten liggen.
Zo werd het een wat geïmproviseerde viering.
Bij de psalm waar ik de antifoon zou zingen, begrepen de organiste en ik elkaar niet goed, dus dat ging ook mis. Zelf vergat ik het lied na de evangelielezing te laten zingen. Bij het Credo (de Luthersen zijn gewend om in elke viering een geloofsbelijdenis te lezen of te zingen) had ik een mooie tekst voorbereid, maar nu moest ik terugvallen op de Apostolische Geloofsbelijdenis, die ik wel uit het hoofd ken, maar waarbij ik tijdens het opzeggen ontdekte dat ik een regel oversloeg. Ik weet niet of de kerkgangers het gemerkt hebben, want niemand sprak mij erop aan? Ik vergat te zeggen: … nedergedaald ter helle.

Misschien was dat freudiaans, want ik voelde me gaandeweg als op die plaats. Dat lag niet aan de lutherse gemeenteleden, die zeer vriendelijk zijn. Ze zeiden na afloop troostend tegen mij, dat het bij hun nooit mis gaat, maar soms wel eens anders.
Nou, deze zondag kwam dat onbedoeld zo uit.

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *