Kiezen of delen, Luc. 14, 25 – 33

Vorige week was er het bericht dat de Abdij van Zundert gaat sluiten.
Nu is het sluiten van kerkgebouwen of kloosters eigenlijk geen nieuws meer in deze tijden. Maar in deze Abdij wordt het zogenaamde Trappistenbier gebrouwen, dus daarom wellicht dachten ze bij de media dat dit nieuws voor een bredere bevolkingsgroep van belang is. De abdij sluit, maar gelukkig blijven andere brouwerijen wel open…?!

Tja, wie wil er vandaag de dag nog het klooster in? Voor een retraite of een weekendje weg, hebben ze wachtlijsten, maar om in te treden als kloosterling, om alles achter je te laten, te ‘breken met vader en moeder, broers en zussen, om af te zien van vrouw en kinderen’ – om de opsomming uit het evangelie te volgen – daar zijn steeds minder mensen toe bereid.

Vandaag gaat het over het volgen van Jezus.
Hij spreekt er zelf over. En het moet gezegd: Hij maakt het er niet makkelijker op. Jezus is niet iemand die uitblinkt in klantvriendelijkheid. Hij schrikt eerder af dan dat hij het aantrekkelijk maakt. Immers, wie kan dat, wie wil dat: breken met vader en moeder en alle andere bloedverwanten, ‘ja zelfs met zijn eigen leven’. Jezus zegt dat als je dat niet wilt, je niet mijn leerling kan zijn.
“Wie zijn kruis niet draagt en achter Mij aan komt, kan niet mijn leerling zijn”.

Nou, dan maar niet?!

Het mag duidelijk zijn dat het volgen van Jezus een keuze is met consequenties. Dat klinkt in deze woorden van Jezus allereerst door. Ze klinken streng en dat zijn ze ook. In de oude vertaling stond er dat je je vader en moeder moet haten, dat klinkt nog akeliger. Maar de betekenis is inderdaad die van breken, of de voorkeur geven.
Kiezen om Jezus te volgen, maakt alle andere keuzes relatief. Het is niet zo dat het een voorwaarde is dat je breekt met je ouders en verwanten. Het kan een consequentie zijn, in het uiterste geval.
De uitspraken van Jezus hebben vaak iets hyperbolisch. Hij gebruikt de overdrijving om zijn punt duidelijk te maken. Als je dat te letterlijk neemt, kom je in de knoop. Net zoals wanneer Jezus spreekt over het afhakken van je hand of het uitrukken van je oog, als dat je tot zonde verleidt. Of als Hij het heeft over de kameel door de oog van de naald, ik noem maar wat, dan zijn dat overdrijvingen om de boodschap des te scherper over te brengen.
Jezus volgen is een radicale keuze.
Dat dreigen wij nog wel eens te vergeten, gewoonte christenen als we zijn. Maar Jezus volgen is een keuze met consequenties en je moet bereid zijn die consequenties te aanvaarden, als het nodig is.

Zo zegt Jezus even verder dat ‘wie geen afstand doet van zijn bezittingen, mijn leerling niet kan zijn’. Zullen we dat ook maar niet al te letterlijk opvatten?

Aan de ene kant is er die radicaliteit, overdreven of niet, maar blijft dat kiezen voor Jezus gevolgen heeft. Hij waarschuwt daarvoor. Misschien ook wel om er, zoals er staat, inmiddels een grote mensenmenigte met hem mee trekt. Als Jezus te populair dreigt te worden, zet Hij er zelf steeds een rem op. Weet je wel wat je doet?! zegt Hij als het ware tegen al die mensen, de schare, de meelopers – zegt Hij het tegen mij?

Maar dan is er ook de andere kant. In dezelfde tekst nota bene, dat maakt het zo verwarrend, zeker als je het logisch probeert te begrijpen.
Want dan spreekt Jezus in een korte gelijkenis over iemand die een toren wil bouwen, en de berekening niet op orde heeft. Een afgang, dat wil je toch niet?
Dus, zouden we vandaag zeggen: bezint eer ge begint; weet wat je doet. Jezus volgen is dus kennelijk ook een zaak van koele berekening? Je kunt je niet doldwaas in een enthousiast project storten. Je moet niet jezelf voorbij lopen. Weet waar je aan begint. Maak eerst een zorgvuldige berekening. Zet de plussen en de minnen op een rijtje – wees bedachtzaam, en zo voort, al die goede raad die je van je vader en je moeder krijgt – tenminste als je nog niet met ze gebroken had…

En dan volgt er nog een tweede gelijkenis met dezelfde strekking. Een koning die oorlog voert en ontdekt dat zijn strijdkrachten de helft uitmaken van die van de tegenstander, zo’n koning zal toch proberen om over vrede te gaan onderhandelen en zich niet roekeloos in de strijd werpen?

Tegen over de radicaliteit staat de bedachtzaamheid.
Het voelt als een tegenstelling.
Kiezen om Jezus te volgen, het heeft iets van een overgave – je zou haast zeggen blinde overgave. Denk aan die verhalen hoe de eerste leerlingen worden geroepen, “om zomaar zonder praten, hun netten te verlaten (…) om alles op te geven en trouw Hem na te leven” (Lied 531).
En daar dan naast die andere kant, van de weloverwogen keuze, de heldere berekening, weten wat je doet.
Maar is het allemaal wel te berekenen? Kun je zo wel leven, alles van te voren op een briefje…?

Het is opmerkelijk dat die beide dingen die zo verschillend van elkaar zijn en als levenshouding tegengesteld aan elkaar lijken te zijn, hier in het evangelie, bij het onderwijs van Jezus in één adem genoemd worden.

Beide wijsheden heb je nodig.  De wijsheid van de bedachtzaamheid, van de berekening, van het weten van je grenzen, de beperktheid van je mogelijkheden. De wijsheid van de torenbouwer. Maar je hebt ook dat andere nodig. De durf om het te wagen, de keuze die je uiteindelijk maakt zonder dat je alles van te voren kunt overzien, want wie kan dat. Bij de Prediker staat dat ‘Wie altijd op de wind let, nooit aan zaaien toe komt, en wie altijd naar de wolken kijkt, nooit aan maaien’ (Pred. 11: 4).
Als je alleen maar berekenend leeft, ben je op een gegeven moment uitgeteld. De som van je leven krijg je nooit helemaal kloppend.

Daarom blijft dat het uiteindelijk gaat om een keuze die jij zelf moet maken. Maar ook, een keuze die je kúnt maken.

De grote profeet Mozes houdt het volk de keuze voor. Ze staan op de drempel van het beloofde land. Ze staan voor de uitdaging om daar een nieuw leven op te bouwen, een samen-leven, heel anders dan de slavernij in Egypte waaruit ze immers bevrijd zijn.
Alle wetten en verordeningen die de Heer geeft zijn bedoeld voor het goede leven, voor het goede samenleven. Daar gaat het boek Deuteronomium over, waarin als in één lange toespraak van Mozes al die regels nog eens worden herhaald en ingeprent. En dan, tegen het einde, die hartstochtelijke oproep, als Mozes zegt:
“Ik roep vandaag hemel en aarde als getuigen op: u staat voor de keuze tussen leven en dood, tussen zegen en vloek. Kies voor het leven, voor uw eigen toekomst en die van uw nakomelingen”.

Kies dan het leven.
Leven of dood, vloek of zegen. Het lijkt even zwart wit als in Jezus’ oproep.

Rabbijn Jonathan Sacks benadrukt in zijn uitleg van Deuteronomium dat “het jodendom een religie van vrijheid en verantwoordelijkheid” is. “We zijn niet geprogrammeerd of voorbestemd. We kunnen kiezen. Dat is een fundamenteel beginsel van het joodse geloof”.

Wij staan in die traditie.
We kunnen kiezen – dat is onze vrijheid.
Maar we moeten ook kiezen – dat is onze verantwoordelijkheid.

Jezus volgen is een keuze met consequenties en je moet bereid zijn die consequenties te aanvaarden, als het nodig is, zeiden we eerder.
Wat zijn dan die consequenties vandaag?

Daar wil ik ten slotte iets over zeggen, in alle bescheidenheid, want als het erop aankomt is dat een vraag die ieder van u en ik zelf allereerst voor zichzelf moet beantwoorden. Maar het is ook belangrijk om het daar samen over te hebben, misschien wel nodig.

Als het gaat om leven en dood, vloek en zegen, dan is het de keuze voor alles wat het leven dient, het leven laat floreren, voor alles wat ruimte geeft aan bloei en vruchtbaarheid, voor alles waardoor mensen tot bloei kunnen komen, de wereld leefbaarder wordt, de vrijheid wordt gediend, de vrede wordt geleerd en noem het maar op. Het is kiezen voor het leven, tegen de dood in en tegen alles wat doodt (met een t), tegen de cultuur van vernietiging en vernieling.

Het is vandaag je stem verheffen tegen de cultuur van de dood.

Ik las over “de theorie die de spiraal van stilte wordt genoemd. Vrijwel ieder mens is bang om buiten de groep te vallen, om door een afwijkende mening alleen te komen te staan. Dus zal iemand die denkt dat haar mening overeenkomt met die van de meerderheid sneller geneigd zijn die mening te uiten, terwijl wie denkt dat ze tot een minderheid behoort haar mening juist eerder voor zich zal houden. Het probleem is natuurlijk dat dit effect zichzelf versterkt (…) Voordat je het weet heb je een samenleving waarin alleen nog de Megafoonman voortdurend aan het woord is.
De keerzijde van deze theorie is dat jouw stem ertoe doet, er des te meer toe doet wanneer je denkt dat je alleen staat en dat bijna niemand het met je eens is. Allen door in kwetsbaarheid je eigen stem te laten horen, stel je ook anderen in staat om te spreken” (Wytske Versteeg, Waar. Over de kunst van het (niet) weten, p. 189v).

Jezus volgen is je laten horen. De spiraal van stilte doorbreken. Het is, zoutend zout zijn.

‘En lokt ook nog zoveel ons aan / tot wie zouden wij anders gaan?
Hij heeft en zal ons geven / alles, – het eeuwig leven’
(Lied 531).

AMEN

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *