Artikelen

Kerk als onderneming – een nieuwe weg met Samuel Wells

Een van de voorbeelden van een kerk die zowel een economisch bedrijf is als een organisatie die sociale projecten ontwikkelt, is St. Martin in-the-Fields in Londen. Bert Altena schrijft over de visie van predikant Samuel Wells: de Britse variant.

Geschreven voor Woord & Dienst, april 2021

Als de Britten zo voortvarend door-vaccineren als ze tot nu doen, dan is er redelijke kans dat deze zomer toeristen het eiland weer kunnen bezoeken. Dat zal een uitkomst zijn voor de fameuze kerk van St. Martin-in-the-Fields in hartje Londen. Een groot deel van de jaarlijkse inkomsten van deze kerk is afkomstig uit het geld dat de toeristen daar achterlaten. Het vormt mede de basis voor een aantal ondernemingen die vanuit de kerk zijn opgezet.

Jaarlijks ontvangen ze ongeveer een miljoen (!) bezoekers op het kerkterrein die iets eten of drinken in het café, een van de concerten van het beroemde gelijknamige kamerorkest bezoeken of iets kopen in de winkel met christelijke boeken en religieuze artikelen. Dat alles natuurlijk pre corona. De huidige reisbeperkingen zullen waarschijnlijk een flinke aderlating zijn voor het kerkelijk bedrijf.

Dankzij de opbrengsten draait er in St. Martin-in-the-Fields ook een aantal sociale projecten. Het is een ontwikkeling die eind jaren tachtig in gang is gezet. De kerk heeft zichzelf opnieuw uitgevonden toen ze aan de rand van een financiële crisis stond. Men heeft de slag naar de commercialisering gemaakt en daaruit is een onderneming ontstaan met tweehonderd stafmedewerkers en driehonderd vrijwilligers die oorspronkelijk afkomstig zijn uit 25 landen. Een multiculturele samenleving in het klein.

Hart en rand

In zijn boek De toekomst die groter is dan het verleden schetst Samuel Wells, als predikant verbonden aan St. Martin, de theologie achter deze ontwikkeling. Hij wijst daarmee ‘een nieuwe weg voor de kerk’, zoals de ondertitel in de Nederlandse vertaling luidt die vorig jaar uitkwam. De combinatie van kerk en commercie kan vruchtbaar zijn als ze gebaseerd is op een aantal heldere uitgangspunten. Zo is de HeartEdge-beweging ontstaan, die Wells na zijn komst in 2012 met zijn team in Londen verder heeft uitgewerkt.

HeartEdge betekent de dubbele beweging van ‘hart’ en ‘rand’, zowel in letterlijke als figuurlijke theologische zin. Letterlijk verwijst het naar de bijzondere locatie. St. Martin ligt immers op een A-locatie, in het hart van Londen, in het hart van de gevestigde orde. Maar de kerk staat tegelijk aan de rand van Trafalgar Square, ‘uitkijkend over pracht en problemen, praal en protest’. De problemen van de stad en haar randbewoners liggen letterlijk op de stoep.

De theologische betekenis van HeartEdge pendelt ook tussen de twee woorden ‘hart’ en ‘rand’. Wells:

Vanuit theologisch perspectief bezien bestaat St. Martin om te vieren, te genieten en te belichamen dat God met ons is – hier is ons hart vol van. Het gaat (…) om de overtuiging dat God het kloppende hart is en dat wij met God willen zijn. Ondertussen verwijst het woord ‘hart’ naar gevoel, menselijkheid, hartstocht, emotie. Het staat voor de kunsten, de creativiteit en de vreugde die ons voorbij onszelf naar een hoger plan van hoop, verlangen en glorie brengen. (…) Theologisch bezien spreekt het woord ‘rand’ van de overtuiging dat Gods hart uitgaat naar de rand van de samenleving, naar hen die worden buitengesloten, afgewezen of genegeerd. Bij St. Martin (…) gaat het erom dat wij uitspreken dat wij daar willen zijn waar God is. God is aan de rand, dus daar willen wij ook zijn. (pp. 30–31)

Leven in overvloed

Wells maakt in zijn inspirerende boek duidelijk dat de dubbele beweging geworteld is in een hoopvolle benadering. Wat hem betreft heeft de kerk in het verleden te veel gegokt op een strategie waarin het geloof als een soort ontsnappingsroute voor de harde werkelijkheid werd gepresenteerd, terwijl het er juist om gaat de werkelijkheid te omarmen, te vieren als Gods schepping, als plek waar de liefde tot bloei wil komen in een nieuw soort overvloed.

“Christenen zijn geroepen om zo te leven dat ze dankbaar de overvloed die God geeft ontvangen, de beweging van schaarste naar overvloed waartoe God hen roept aan de dag leggen, met God in dat overvloedige leven verkeren en van die overvloed wijd en zijd delen.” (p. 14)

De kerk belichaamt dit overvloedige leven in een wereld die, volgens de visie van Wells, in zichzelf waarde heeft, omdat ze het voorwerp is van Gods bedoeling om in relatie met ons te leven en door onze relatie met elkaar de schepping te bevorderen.

‘De overvloedig-leven benadering, probeert gemeenschappen te vormen wier gewoonten en praktijken het leven van Gods koninkrijk anticiperen en uitdrukken,’ schrijft Wells (p. 19), waarmee hij meteen het perspectief schetst waarin de diverse zakelijke activiteiten van St. Martin zijn ontstaan. Door de kerk als een commerciële onderneming te organiseren is er ruimte ontstaan om een aantal sociale activiteiten te ontwikkelen.

Dat moet niet verward worden met liefdadigheid. Liefdadigheid creëert afhankelijkheidsrelaties terwijl het juist van belang is om de zwakken en kwetsbaren ‘aan de rand’ in hun kracht te zetten. Dat kan het beste in een gezonde economische context waarbij er oog is voor de menselijke maat. Het gaat om een goed evenwicht te creëren tussen financiële opbrengst en sociale impact. Opbrengst is meer dan wat in geld kan worden uitgedrukt. Winst zit soms ook in niet-materiële zaken. Sociaal ondernemerschap zoekt naar het juiste midden.

Het lijkt mij een bij de kerk passend businessmodel te zijn.

De economie van relaties

Belangrijk voor Wells’ visie op deze alternatieve economische benadering is een exegese van de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester uit Lucas 16:1–9 van de Amerikaanse politiek theoloog Ched Myers. Wells komt er in zijn boek uitvoerig op terug.

Het verhaal is bekend. Een rentmeester die de eigendommen van zijn rijke baas verkwist, krijgt zijn congé. Voordat hij definitief de laan uit wordt gestuurd, zorgt hij ervoor dat de schuldbrieven van een aantal schuldenaars in hun voordeel worden aangepast. Hij doet dat om zijn relaties voor de toekomst veilig te stellen. Natuurlijk komt dit bedrog uit, maar verrassend is dat de heer hem prijst omdat hij slim te werk is gegaan. Waarop Jezus adviseert: maak vrienden met behulp van de valse mammon.

Volgens Wells toont Jezus in deze gelijkenis een alternatieve manier van economie. De beste investering die je kunt doen, is vrijgevigheid. Dat is de les die de rentmeester leert.

“Economie betekent je huis op orde brengen. Maar wat als je jouw huis, jouw baan, jouw kleding verloren hebt in deze spijkerharde economie? De rentmeester zegt bij zichzelf: ‘Ik heb besloten om zó te handelen dat mensen mij bij hen thuis zullen ontvangen wanneer ik ontslagen ben als rentmeester.’ Dezelfde gedachte wordt herhaald aan het einde van het verhaal. Mij bij hen thuis ontvangen.
Met andere woorden: wanneer mijn economie een puinhoop is, zou het wel eens tijd kunnen zijn om te investeren in die van een ander. Wanneer mijn huishouden failliet is, zou het wel eens tijd kunnen zijn om aan de huishoudens van anderen te denken. Het is tijd om economieën te veranderen.” (p. 25)

De paradigmawisseling is die van een schuldeneconomie naar een economie gebaseerd op relaties. Dan maak je vrienden en dat verrijkt pas echt je leven. Daarom prijst de heer zijn rentmeester. Hij zegt met zoveel woorden: ik zie dat jouw economie rijker is dan die van mij.

‘Jij bent degene die in de grote economie leeft. Ik moet bij jou in de leer gaan.’ De economie van vriendschap van de rentmeester is simpelweg groter dan de schuldeneconomie van de rijke man. De rentmeester heeft de economie van de rijke man verlaten en de investeringen die hij gedaan heeft, maken hem rijk op een manier die de rijke man zich nauwelijks kan voorstellen. (p. 26)

Bij deze lezing is meteen duidelijk dat de titel waarmee deze gelijkenis van Jezus bekendstaat, waarin de nadruk ligt op de vermeende onrechtvaardigheid van de rentmeester, er helemaal naast zit. In ieder geval: deze andere kijk op wat een écht rijke economie is, is voor Wells de stimulerende basis geworden en de drijvende kracht achter de HeartEdge-benadering.

Economie gaat ten diepste over de kwaliteit van onze relaties en het is daar dat Gods overvloed zichtbaar wil worden, in bloeiende relaties en rechtvaardige verhoudingen, waarin kwetsbare mensen tot hun recht komen. De kerk kan vanwege haar roeping van betekenis zijn om de economie te verrijken en de gemeenschap te ontwikkelen.

Beroepsprofiel

Misschien moet ik zelf maar eens de oversteek wagen en mijn licht in Londen op gaan steken. Wat ik van HeartEdge en Wells weet, lees ik in zijn boek. Het maakt nieuwsgierig. Overigens is er op de website van de organisatie veel informatie te vinden. In mijn eigen praktijk als stadspredikant in Assen en dorpspredikant in Vries, probeer ik, net als veel collega’s, mijn eigen vormen van kerkelijk ondernemerschap uit. Gedekt door de zekerheid van de maandelijkse storting van een vast traktement is dat in financieel opzicht niet zo spannend.

Inhoudelijk vind ik de benadering van Wells stimulerend. Een economie van relaties is vele malen rijker en bevredigender, in allerlei opzichten, dan onze harde economie van schuld en afhankelijkheidsverhoudingen. De predikant m/v als sociaal ondernemer lijkt mij geen verkeerd beroepsprofiel.

Previous Post Next Post

2 Comments

  • Reply Han Wilmink 23/04/2021 at 19:21

    Dag Bert, kijk ff bij ‘Leave a reply’ onder jouw boekbespreking van ‘De toekomst is groter dan het verleden. Een nieuwe weg voor de kerk’ Ik gebruik wat stukjes hieruit voor ons mededelingenblad/kerkblad van de Kruiskerk(PKN) in Wezep. aan de rand van de Biblebelt zijn wij een (ver)lichte club van gelovigen die van menig zijn dat kerk en kroeg in deze tijd elkaar van dienst kunnen zijn, vandaar onze pioniersplek ‘Maal met een Verhaal’ rond het prachtige kookeiland in onze kerk (zeg maar een modern altaar waar het spirituele en het culinaire elkaar ontmoeten) warme groet kookdominee Han Wilmink

  • Reply Han Wilmink 23/04/2021 at 20:40

    anders gaan we samen wel naar Engelenland…. lijkt mij ook wel wat, Han Wilmink

  • Leave a Reply