Bijna een halve eeuw geleden gaf Willem Barnard een bundel essays uit met de titel Huis, tuin en keuken. Ik heb het niet (meer) in de kast staan, van de hand gedaan in een periode dat ik wat Barnard-beu was, maar als ik me goed herinner had die titel ook iets programmatisch: volgens Barnard mocht het in de kerk wel wat minder over vader-zoon-geest gaan en wat meer over huis-tuin-keuken.
Zaterdag konden we in de krant het verslag van de confererende GoedGerucht-dominees lezen en toen moest ik daar aan denken. Want het lijkt maar niet te lukken met de ‘dubbele bediening, van het Woord en de woorden’ (de ondertitel van Barnard’s bundel). De taal van de kerk/dominees is onverstaanbaar geworden. Als gewraakt voorbeeld werd de zin ‘de preek is een kattenluikje naar de eeuwigheid‘ aangewezen.
Nu ken ik het verband niet waarin dat werd gezegd, en ook niet van wie die uitspraak is, maar ik vind het eigenlijk wel een aardige zin. Ook ik weet niet direct wat daarmee bedoeld wordt, maar is dat een probleem?
Het kan niet aan het kattenluikje liggen, want dat is zo huistuinkeukelijk als wat. Juist het verrassend gebruik in verband met preek en eeuwigheid maakt nieuwsgierig. Taal mag ook iets uitdagends of beter: uitnodigends hebben, zeker religieuze taal. Er is een verschil tussen geheimtaal en de taal van het geheim. Voor dat laatste kun je overigens prima bij Barnard terecht…