Jezus bidt voor ons, Joh. 17: 1 – 13

Jezus bidt voor ons.
Dat hoorden we in het evangelie.
Hij bidt voor zijn leerlingen. Maar dat gebed breidt zich als vanzelf uit, want even later bidt Jezus voor allen die door ‘hun verkondiging in Mij geloven’ (vers 20). Dan komen wij ook in het vizier. Maar dat valt vandaag buiten de evangelielezing. Eigenlijk wel apart dat we zomaar, midden in Jezus’ gebed, de lezing afbreken…

Jezus bidt voor ons.
Dit gedeelte wordt het hogepriesterlijk gebed genoemd. Een benaming die in de tijd van de Reformatie is ontstaan. Jezus is de Middelaar tussen God en mensen, zoals de hogepriester dat is in de tempeldienst. Jezus is de Middelaar. Niet: de kerk, of de paus of de priesters – dat zit er achter. Jezus is degene die voor ons bidt en pleit bij God de Vader.
Vandaar de betiteling ‘hogepriesterlijk gebed’, om die betekenis duidelijk te laten uitkomen. Jezus is onze voorspraak (en dus niet de heiligen, of moeder Maria – nogmaals in de context van de geloofsstrijd van de Reformatie).
Dit titel, Middelaar of Hogepriester, is ook precies wat centraal staat in de Hebreeënbrief die we in deze weken ernaast lezen.

Maar terug naar de kern, Jezus bidt voor ons.
Dat is bijzonder, als er iemand voor jou bidt.
Of als iemand mét je bidt. Dat gebeurt niet zo vaak, maar wat kan dat belangrijk zijn.

Misschien hebben mensen dat ook wel eens tegen jou gezegd. ‘Ik zal voor je bidden’, als er zorgen of problemen waren of anderszins. Dat is bijzonder, toch?
Nou moet ik eerlijk zeggen, dat het wel verschil maakt.
Soms dacht ik, nou dat is makkelijk gezegd.
Soms klinkt het als een vrome stoplap. Om het gesprek af te kappen. Om vooral maar niet te diep op jouw zorgen of problemen in te gaan. Dan kun je het gevoel krijgen dat ze het zeggen om er maar van af te zijn.
Maar soms kan het je ook ineens echt en diep raken. Dan voel je dat het gemeend is. Het ligt er maar aan wie het zegt en hoe het wordt gezegd.

Dat een ander voor je bidt; dat we in de kerk voorbede doen, voor elkaar, niet altijd bij naam, maar wel zo dat een ander zich er in herkennen kan, aangesproken weet, dat is belangrijk en waardevol.
Maar ook dan geldt, die mooie woorden van de voorganger kunnen ook langs je heen glijden, te gemaakt, te voorspelbaar…? Het luistert nauw, het luistert altijd nauw.

Het is natuurlijk ook een kwestie van hoe je er zelf bij zit.

Laat ik een persoonlijk voorbeeld geven.
Bijna iedere zondag wordt er voor mij gebeden. Dat gebeurt in de consistoriekamer, voor de dienst. Dan wordt er een kort gebed uitgesproken. Dankbaar dat we in vrijheid samen kunnen komen. Er wordt gebeden voor ieder die een taak heeft in de dienst. Soms wordt de dominee met name genoemd.
Maar ik moet u eerlijk bekennen, dat het ook vaak, nou ja, zondagse routine is. Het praatje voor de dienst, weertje hè, zit er wat volk in de kerk, zijn er ook kinderen, en zo voort. En o ja, zullen we het gebed nu maar doen, het is bijna tijd…
Dat is allemaal niet erg, het grootste deel van het leven is routine, zo gaat dat overal.
Maar soms, soms kan zo’n gebed je ineens raken, ontroeren – zeg het maar waardoor het komt.
En dan besef je opeens weer, hoe bijzonder en waardevol zoiets is.
Dat er iemand voor jou bidt.

Weet dat er ook voor u gebeden wordt…

Jezus bidt voor ons en Hij bidt voor de wereld.
Ja ik weet wel, in de tekst staat het omgekeerde. Daar zegt Jezus: Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die U Mij hebt gegeven.
Maar wij mogen zo onbeschroomd (vgl. Hebr. 10: 35 – parressia) zijn om de tekst op dit punt tegen te spreken.
Natuurlijk bidt Jezus ook voor de wereld, omdat het zijn verlangen is dat iedereen de boodschap van het Koninkrijk hoort, dat heel de wereld kennismaakt met de liefde van God die geen onderscheid maakt. Zo immers staat het in ditzelfde evangelie, dat ‘God de wereld zo lief had dat Hij zijn enige Zoon gegeven heeft’. De wereld. Niet: de Joden. Niet: de kerk. Niet: ons soort mensen. Nee, de hele wereld is het voorwerp van Gods liefde. ‘opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’ (Joh. 3: 14).

Het gebed van Jezus, zijn pleiten voor ons bij de Vader, zijn hemelse voorspraak, klinkt vandaag op deze zondag in de kerk.
Deze zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren, ook wel Wezenzondag genoemd.
De kerk is als het ware verweesd, als je het liturgische spel wat mee weet te spelen. Deze zondag, tussen Jezus’ afscheid en de komst van de Geest, die ook wel de pleitbezorger wordt genoemd.
Deze zondag tussen de tijden.

Juist dan, in zo’n situatie van verweesdheid en ontheemd zijn, juist dan is het goed te horen dat er voor je gebeden wordt.
Bidden is een vorm van betrokkenheid.
Er wordt aan je gedacht. Je bent niet alleen. Bidden verbindt en alleen dat al te weten, kan je sterk maken, of ietsje sterker.

Zowel het hogepriesterlijk gebed als het gedeelte uit de brief aan de Hebreeën, zijn bedoeld om ons, de gemeente in de wereld van alle tijden, te bemoedigen.
Sterk klinkt dat door in de brief.
We weten de precieze situatie van de geadresseerden niet, maar je kunt er een idee van krijgen, als er gezegd wordt dat ze ‘in een moeizame worsteling met het lijden standgehouden hebben’, dat ze ‘publiekelijk smaad en verdrukking te verduren’ hadden, maar ook dat ze ‘solidair met hen die hetzelfde door moesten maken’ zijn geweest.
Ze zijn taai, volhardend, en daarom worden ze geprezen. ‘Geef die onbeschroomdheid niet op… Mooi woord. Parressia, dat is zoiets als openhartig, vrijmoedig, ook in het spreken. Je niet stil houden, maar zeggen wat gezegd moet worden.
En even verderop: ‘Blijf juist volharden … en ‘deins niet terug…. Een beetje kras vertaald, maar het gaat inderdaad erom dat je je niet terugtrekt, niet in je schulp kruipt. Durf je te laten gelden, op een goede manier, zoiets.

In de krant las ik dat er in Loosdrecht deze week ook andere mensen naar voren stapten. Die hingen een spandoek op met de tekst: Iedereen is van de wereld. Zij willen asielzoekers verwelkomen. Maar stond er in het krantenverslag, ze werden brutaal geïntimideerd door tegenstanders, in hun gezicht uitgescholden, en toen dropen ze maar af. Begrijpelijk. Maar hoe belangrijk is het dat we een tegengeluid laten horen. Dat niet de grootste schreeuwers het gelijk krijgen, of de macht.
Ook dat lijkt me een actuele vorm van standvastigheid. Staan voor waar je in gelooft, voor de waardigheid van ieder mens.

In het katholieke Zuiden heb ik ooit een mooi lied geleerd, we zullen het een volgende keer zingen.
Het is gebaseerd op een woord van Jezus zelf, als Hij in gesprek is met Petrus, tijdens het laatste avondmaal, vlak voor zijn dood (Lc. 22: 32).

Met een fragment daarvan wil ik afsluiten.

Wij hebben voor u gebeden / dat uw geloof niet bezwijkt
en gij op uw beurt tot inkeer gekomen,
versterkt uw broeders, versterkt uw zusters.

Gaat uit over alle landen, tot zover als de wereld reikt,
verkondigt het evangelie, dat het alles wat leeft, bereikt.

Wij hebben voor u gebeden / dat uw geloof niet bezwijkt.

Mogen wij zo voor elkaar bidden en zingen en God loven en prijzen.
Dat ons geloof niet bezwijkt.

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *