Jesus Nikes, Joh. 14, 1 – 7

Er is crisisoverleg.
Uit alle hoeken van het grote kantoorgebouw met de vele afdelingen komen ze naar de directiekamer op de bovenste verdieping.
Financiën heeft om het overleg gevraagd. Want voor de derde keer op rij zijn de kwartaalcijfers in de min.
Als alle twaalf afdelingshoofden binnen zijn, en de nodige mensen van het middenkader, is het wachten op de directeur.
Daar komt -ie aan.
Eerlijk gezegd ziet hij er niet direct als een zakenman uit. Meer een soort hippie. Lange haren, hipsterbaardje, een versleten spijkerbroek en daarboven een verwassen T-shirt – Peace Now – en… blote voeten in twee afgetrapte Jesus-Nikes.

Maar goed, hij is de oprichter van de zaak en iedereen heeft het diepste respect voor hem.
Hij opent de meeting.
– “Wat is het probleem?
Judas van Financiën neemt het woord. “We draaien al drie kwartalen verlies, baas”.
– “Noem me geen ‘baas’, hoe vaak heb ik dat al niet gezegd. Jullie zijn mijn vrienden” en hij maakt een breed armgebaar naar de hele zaal.
– “Nou, hoe dan ook, de business loopt achteruit, er moet iets gebeuren anders gaat de hele onderneming naar de bliksem”.
– “Onderneming? Business? Ik zie ons meer als een ‘beweging’, heb ik altijd gevonden”
– “Wat u wilt, maar ook de beweging moet wel zwarte cijfers schrijven anders is de beweging er snel uit”, en hij glimlacht een beetje geforceerd om deze flauwe grap.

– “Mogen wij even uw aandacht?”, vragen Tom en Peter van Marketing.
– “We zagen dit aankomen en hebben een reclamecampagne bedacht om de ‘beweging’ weer wat goede PR te geven”
En ze laten drie sheets zien.
Op de eerste staat: ‘Ben je het spoor bijster? Wij weten de weg!’
Uhm, klinkt het, nog niet iedereen is overtuigd.
Of wat vindt u van deze?: ‘Geloof niet in sprookjes. Wij vertellen de waarheid!’
En dan hebben we ook nog deze: ‘Voel je je lamlendig en half dood? Wij brengen leven in de brouwerij!’

Er gaat geroezemoes rond in de directiekamer.
– “Jullie hebben misschien wel de goede richting, maar het is te lang. Het is niet catchy genoeg. Dit gaan mensen niet onthouden…” reageert John. Matty valt hem bij.
Ze komen er niet goed uit.

Dan vraagt een jonge vrouw het woord. Ze is stagiaire op de afdeling Marketing, Maria heet ze.
Ze kleurt wat rood van verlegenheid.
– “Mag ik ook iets zeggen?” De directeur kijkt haar liefdevol aan: “Natuurlijk, ga je gang, wat heb je te delen?”

– “Ik zou zeggen, maak het kort en houd het krachtig. En maak het persoonlijk. Dat verkoopt altijd beter.
Gewoon: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Punt. Uit.
En dan posters en flyers en een campagne met uw gezicht erbij”.
– “Moet mijn gezicht erbij? Maar het gaat toch niet om mijn persoon? Het gaat om onze beweging…
– “Ja, maar u bent wel het gezicht van onze beweging.
En dan daarbij”, en nu kleurt ze nog wat roder, “u hebt best wel een goede kop….”

Gemeente van onze Heer,

Het zou zomaar een slogan kunnen zijn.
Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Het klinkt als een reclameleus, ook nog eens volgens de regels van het vak, de retorische drieslag.
Heerlijk, helder, Heineken.
Of, bed, bad en brood.
Als het allitereert bekt het nog beter.
Een zin om te onthouden.
De weg, de waarheid en het leven.
Wie wil daar nu niet bij horen?

Maar wat voor de een aantrekkelijk is, kan de ander juist afstoten.
Deze bekende woorden kunnen ook gemakkelijk het gevoel geven anderen uit te sluiten. Het werd je vroeger misschien wel zo voorgehouden. Er is maar één weg, Jezus. Er is maar één waarheid, en dat is natuurlijk de waarheid die wij, die onze kerk, in pacht heeft. En zo voort.
Het lijkt alsof Jezus zelf dat ook zo uitsluitend bedoelt, want Hij zegt er achter aan ‘Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij’.

Dat maakt het best wel ingewikkeld.
Dan ligt het er maar helemaal aan hoe je deze teksten leest en hoe je die sloganeske weg, waarheid en leven opvat.
Want ja, wat voor het huis van de Vader geldt, dat er vele kamers zijn, geldt ook voor de Bijbel, er zijn vele uitleggingen.

Het wringt als we deze zin zouden opvatten als een zin die uitsluit en mensen buiten sluit. Dat strookt niet met de hele opzet van het evangelie, met de beweging die door Jezus in gang is gezet. Ook het evangelie zelf is geschreven, om mensen te overtuigen, om ze tot geloof en tot navolging te brengen. Het hele evangelie is één grote uitnodiging. Een reclamecampagne voor mijn part. Niet om mensen af te stoten maar mee te nemen.

Vervolgens is het van belang goed te beseffen wat die woorden nu eigenlijk willen zeggen.
Je kunt ze gemakkelijk als een slogan opvatten, maar dat zet op het verkeerde been. Zeker als we de woorden proberen te begrijpen tegen de taal-achtergrond van de bijbel.
Het eerste is dat je deze woorden niet als begrippen moet zien, weg, waarheid, leven, maar meer als werkwoorden.
In onze taal heeft het begripsmatige vaak de overhand. Maar begrippen zijn statisch. Werkwoorden drukken veel meer beweging uit, en nodigen je zelf ook uit om in beweging te komen.
Dat wordt versterkt door het Ik ben. Jezus verbindt zichzelf aan deze woorden, Hij komt er zelf in mee.

Ik ben de WEG.
IK ben de weg.

Jezus wijst ons niet de weg. Dat doen verkeersregelaars en routeplanners. Nee, Jezus ís de weg. Hij is: de weg. Dat is geen streep op een kaart, maar vooral een pad dat je gáát.
Alle licht valt op de weg die je zelf gaat.

Jezus toont zich hierin een typische zoon van het joodse volk en het joodse geloof. Geloven is doen. Is een praktijk, in handel en wandel, is hoofd en hart en handen.

Jezus is deze weg, de vleeswording van de Tora, het goddelijk Woord ten leven in ons mensenbestaan.

Het is weinig vruchtbaar om deze bekende woorden statisch te lezen. Dat gebeurt vaak, dan worden het drie begrippen: de weg, de waarheid en het leven. Dat zit een beetje in onze taal ingebakken, maar in het joodse en bijbelse taalveld zijn het vooral woorden die beweging en dynamiek uitdrukken.

Als de weg iets statisch is, dan is het niet meer dan een streep op een kaart tussen A en B. Op die manier kan zelfs het geloof een soort theoretische waarheid worden – een kaart, waar alles precies op ingetekend en aangegeven staat, alles klopt, maar waar je niks aan hebt, als je met die kaart op schoot in je stoel blijft zitten. Pas als je onderweg bent, krijgt de kaart zijn waarde, helpt het je om koers te houden.

Zo krijgen ook die andere twee woorden in de bekende uitspraak profiel.

Waarheid is niet zozeer een gefixeerd stelsel van ware beweringen, maar heeft in bijbelse zin veel meer te maken met betrouwbaarheid, met iets of iemand waar je op aan kunt. Waarheid heeft in het bijbels beleven veel meer te maken met waarachtigheid. Waarheid krijgt gestalte in de praktijk.

En ook het leven is geen algemeen – dood – begrip, maar een levende werkelijkheid, iets wat in je doen en laten tot uitdrukking komt. De dood in de pot, of leven in de brouwerij? Leven is iets waar je je aan overgeeft. Het leven leven, zoals ze dat zeggen, niet de tijd doden. Leef alsof het je laatste dag is. Dat is de titel van een drinklied, dat is allemaal een beetje plat en ordinair, maar in de kern zou het zomaar een geloofsuitspraak kunnen zijn. Waarom ook niet, denk aan het appelboompje van Luther. Luther zou gezegd hebben: als ik zou weten dat morgen de wereld vergaat, zou ik vandaag nog een appelboom planten.
Trouwens, onderzoek heeft nergens deze uitspraak van Luther terug kunnen vinden. Maar ja, het bekt wel lekker, toch?

Jezus is de weg, de waarheid en het leven in één. Geen statische begrippen, maar levende werkelijkheid, in het doen, in de praktijk van het leven.

Jezus is de weg die God gaat in deze wereld. De weg van de liefde, van de verbinding, de weg die gemeenschap sticht of herstelt waar deze gebroken is (verzoening in de taal van de bijbel), de weg waarop mensen worden geroepen, uitgenodigd, om mee te gaan omdat zijn liefde jou al in het oog heeft, om nieuwe horizonten te verkennen en te ontdekken, meer dan je voor kunt stellen, de weg waarop grenzen worden doorbroken, het onmogelijke mogelijk wordt, de weg die zelfs de grens van de dood weet te overbruggen.

Wij mogen gáán op die weg. Zonder angst. Met vertrouwen. En met de ruimhartigheid van de Heer zelf, zodat de wereld aan ons zal kennen hoe de Vader is, grenzeloos in zijn liefde.

Wij mogen anderen uitnodigen ook die weg te gaan. Omdat het zoveel geeft en zoveel belooft.
Je moet niet zeggen dat al die andere wegen die mensen in het leven gaan, je eigen kinderen misschien, dat die doodlopen. Wat weten wij daarvan? Welke weg God met andere mensen of met onze kinderen gaat.
Nee, hou het bij je zelf. Ik ga deze weg, omdat ik geen andere weg zou willen gaan. In Jezus, en alles waar Hij voor staat, proef ik het ware leven. En ik zou het geweldig vinden als wij weggenoten kunnen zijn, op zoek, samen onderweg, tot onze laatste dag, en wij thuiskomen in het huis van de Vader en zijn vele, vele kamers. AMEN

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *