Overdenking

Ingebed gebed, Marcus 1, 29 – 39

Jezus zoekt een eenzame plek om daar te bidden.
Dat kleine detail, is vanmorgen aanleiding voor de overdenking.

In het korte gedeelte dat we lazen komt van alles aan de orde. Jezus die de schoonmoeder van Simon geneest; de menigte van zieken en bezetenen die naar het huis komt om ook genezen te worden, tot ’s avonds laat – geen last van een avondklok -; Simon en de anderen die achter Jezus aankomen als hij zich vroeg in de ochtend terug heeft getrokken en die hem manen weer terug te gaan, – aan het werk te gaan? In die bonte veelheid, dus onze aandacht voor die ene scène, de eenzame plek waar Jezus bidt. In het lawaai van alles wat hier stormachtig wordt verteld, de stilte van een intiem moment, dat maar even duurt. Wat betekent dat?

Je kunt je voorstellen dat Jezus in deze situatie behoefte had aan ‘even een moment voor zichzelf’. Maar dat is precies waar vandaag veel mensen juist tegen op lopen. De sociale eenzaamheid van deze tijd met al zijn beperkingen. De groeiende somberheid onder mensen – ouderen en jongeren – omdat we elkaar niet meer onbekommerd kunnen ontmoeten; omdat het dagelijks leven eentonig wordt, er is niks te doen, contacten achterblijven, het stil wordt om je heen, akelig stil.
Als je helemaal op jezelf terug geworpen wordt, kan dat ook heel confronterend zijn. Het leven kan betekenisloos voor je worden, als allerlei verplichtingen of dagelijkse routines opeens wegvallen. Je ontdekt dat de kring om je heen misschien minder hecht of minder groot is, dan je dacht, of hoopte.

Als Jezus zich even terugtrekt, heeft dat natuurlijk een andere reden dan onze huidige gedwongen sociale beperkingen. Van Jezus staat er bovendien dat hij de eenzame plek opzoekt om te bidden.
Toch zijn er ook overeenkomsten. Want wat is dat bidden precies?
We horen niet wat er wordt gebeden. Zelfs niet of hij er aan toe komt, om te bidden, want meteen stormen als het ware Simon en de anderen bij hem binnen, ‘iedereen is naar u op zoek’, klinkt het met een nauwelijks verscholen verwijt. Zo van, wat doe je hier, we hebben je nodig… Of hoor ik er dan teveel in?

Ik mijmer nog even door. Niets in het evangelie, geen detail, staat er zomaar voor niets. Wat wil deze korte mededeling zeggen?
Het is opvallend dat Jezus in het evangelie een paar keer zich terugtrekt. Hij gaat dan naar een eenzame plaats, zoals hier, of hij gaat een berg op om er te bidden. Telkens gebeurt dat op een cruciaal moment.
Hier is dat aan het begin van het evangelie; aan het einde – u kent dat verhaal allemaal – gaat Jezus de Olijfberg op en bidt hij in de hof van Getsemané, vlak voor zijn kruisdood. Die beide scènes houden verband met elkaar. In beide spelen de leerlingen een eigen rol. In beide is er sprake van een ingrijpende keuze waar Jezus voor staat.
In de hof van Getsemane is dat meteen duidelijk. Maar ook hier speelt dat mee. Dat wordt duidelijk uit de reactie van Jezus als de leerlingen hem opzoeken en hij antwoordt: Laten we van hier gaan, naar de dorpen in de omtrek, om ook daar het goede nieuws – het evangelie – te brengen. Daarvoor ben ik immers op weg gegaan (vers 38). Het is alsof hij met die laatste woorden, ook zichzelf overtuigt. Hij weet nu dat er geen ontkomen aan is. Hij kan niet wegvluchten voor de taak die hem is gegeven, de weg die hij zelf is ingeslagen.

Je kunt dit lezen alsof Jezus hier opnieuw in de verzoeking komt. Hiervoor is verteld hoe Jezus veertig dagen in de woestijn bleef, waar hij door Satan op de proef werd gesteld (1: 13). In het Grieks is woestijn verwant aan de eenzame plaats, hetzelfde woord, als aanduiding van een plaats buiten de bewoonde wereld, een plek waar je op jezelf teruggeworpen bent. Jezus vecht hier niet met de duivel maar met zichzelf, geschrokken misschien van de genezende krachten waar hij over lijkt te beschikken, onder de druk van alle mensen die op hem af blijven komen, iedereen die iets van hem lijkt te willen. Jezus worstelt met zichzelf, met alle verwachtingen die zich nu al om hem heen vormen. Is het te ver gezocht om het zo te lezen?
Als Simon en de anderen hem opzoeken, staan er in de tekst sterke woorden: ze achtervolgen hem, en ze zoeken hem, waarbij dat zoeken een onheilspellende klank heeft (zoals in verzoeking). Indicaties die een dergelijke lezing ondersteunen.

Juist dan ook, krijgt dat bidden – waar we verder niets inhoudelijks over horen – zijn scherpte. Jezus zoekt het gebed, om te weten, te ontdekken, uit te vinden, wat hem te doen staat.
Een mens bidt, komt tot gebed, als er stilte om je heen is, om tot jezelf te komen, om tot de kern te komen. Een mens komt tot gebed, om te weten wat hij of zij moet doen.

Bidden heeft allerlei kanten.
Wat belangrijk is, is dat wij bidden, niet zozeer voor God, maar voor ons zelf.
Bidden verandert God niet, het verandert ons zelf.

Rabbijn Jonathan Sacks, onlangs overleden, legt uit, dat in het Hebreeuws, de taal van de Bijbel, bidden een wederkerend werkwoord is, het beschrijft een handeling die naar zichzelf verwijst. Letterlijk betekent het ‘zichzelf beoordelen’. Dat is, zegt Sacks, ontsnappen aan de gevangenis van het zelf en van buitenaf zicht krijgen op de wereld en onszelf daarin.

Letterlijk citaat:
“Soms is er een grote crisis nodig om ons te laten beseffen hoe zelfgericht we waren. De enige vraag die sterk genoeg is om ons bestaan zin te geven is niet ‘Wat heb ik nodig van het leven?’, maar ‘Wat heeft het leven van mij nodig?’ Dat is de vraag die we horen als we echt bidden. Bidden is meer luisteren dan spreken, luisteren naar wat God hier en nu van ons vraagt. Als we die stilte in de ziel kunnen laten ontstaan, ontdekken we dat we niet alleen zijn. We zijn hier omdat iemand, de Ene, wilde dat we er zijn. Hij heeft ons een taak gegeven die alleen wij kunnen vervullen. Versterkt en veranderd komen we tevoorschijn.” (Uit, Jonathan Sacks, Genesis, boek van het begin, p. 167).

De kracht van het gebed is dat het je openbreekt. In de dialoog van het gebed, dat ook een gesprek met jezelf is, met je diepste zelf, met je ziel, in die dialoog, word je uit je isolement gehaald. De kracht en de werking van het gebed is, dat het je bepaalt bij waartoe jij bestaat.

Op een bepaalde manier is dat wellicht aan de orde, als Jezus in het evangelie op die spannende momenten, bidt. Iedere keer als daar sprake van is, wordt dat gevolgd door een scène waarin Jezus weer volop tussen en met de mensen is en zijn heilswerk voortzet.

Op een vergelijkbare manier mag het voor ons gelden, en voor ons gebed, dat nogmaals gezegd, ook allerlei andere kanten heeft.
Bidden helpt, om beter zicht te krijgen, op je zelf, op wat er van je verlangd wordt, op de weg die jij kunt (moet? mag?) gaan. Om hier en overal ‘het goede nieuws te brengen’ (vers. 38)!

Previous Post Next Post

1 Comment

  • Reply kees verdouw 07/02/2021 at 09:06

    Dank.

  • Leave a Reply