Overdenking

Ik wil die gast niet zijn, Johannes 5: 1 – 18

In het evangelieverhaal van vandaag staat een van de akeligste zinnen uit de Bijbel. Tenminste als u het mij vraagt. Ik bedoel het antwoord van de verlamde man bij het bad Betzata (of Bethesda) als hij tegen Jezus zegt: Ik heb niemand om mij te helpen.

Het schijnt een geneeskrachtige bron te zijn. Als het water in beweging komt, als er vanuit de diepte heilzame krachten loskomen, dan moet je er bij zijn. Maar de verlamde man is altijd te laat. Al 38 jaar lang.
Als je dat even op je in laat werken, voel je het verdriet dat daarachter zit. Hij is niet alleen. Er is daar bij het badcomplex een hele gemeenschap van allerlei zieken en patiënten. Hij is niet alleen, maar wel eenzaam. Er is niemand om hem te helpen. Als het erop aankomt, staat hij er helemaal alleen voor.

Vandaag de dag wordt er veel gesproken over eenzaamheid. Volgens allerlei deskundigen is dat een groot probleem in onze maatschappij. Veel mensen, en niet alleen ouderen, geven aan zich eenzaam te voelen. Steeds meer mensen leven in wat genoemd wordt een sociaal isolement
We leven in een tijd waarin allerlei gemeenschapsverbanden van vroeger weg zijn gevallen. Het percentage eenpersoonshuishoudens stijgt. De coronaperiode heeft sommige ontwikkelingen versterkt. En zo kun je nog wel even doorgaan.

Maar achter de cijfers en de percentages, gaat de werkelijkheid schuil in de ervaringsverhalen van wie het betreft. Verhalen die ook steeds weer anders zijn, want niet iedereen beleeft het op dezelfde manier. Je hebt eenzaamheid in soorten en maten.

Marinus van den Berg, die vele jaren gewerkt heeft als pastor in een verpleeghuis, onderscheidt in zijn boekje Ode aan de eenzaamheid een aantal soorten eenzaamheid.
Je hebt de gezochte, zelfgekozen eenzaamheid. Mensen die kiezen voor het alleen zijn.
Je hebt de ongewenste, niet zelfgekozen eenzaamheid. Soms van mensen die een man of vrouw verloren hebben.
Je kunt je eenzaam voelen doordat je wordt buitengesloten. Pestgedrag. Het komt voor op het schoolplein, maar ook in de recreatiezaal van het verzorgingshuis, of in het klooster, of op je werk.
Er zijn mensen die eenzaam zijn door een psychische stoornis, mensen die lijden aan angsten of psychoses. Zeg maar het type ‘verwarde man’.
En zo kun je doorgaan.
Je kunt alleen leven en toch niet eenzaam zijn. Je kunt, zelfs in een huwelijk of relatie, of met een druk sociaal leven, je diep ongelukkig en alleen voelen.

Voor de meeste mensen is eenzaamheid een probleem. Zelfs als je zelf gekozen hebt om alleen te zijn, dan nog heb je andere mensen nodig. Niemand kan leven in volstrekt isolement. Niemand is zelfverzorgend. We zijn sociale wezens, we hebben elkaar nodig, we hebben het nodig, nodig te zijn.

Daarom, als je er even goed over nadenkt, is dat zo’n akelige zin uit dat verhaal: ik heb niemand…
En tegelijk, is dat de werkelijkheid en de ervaring van heel veel mensen.

Uit het boekje van Van den Berg, die altijd gevoelig en fijnzinnig schrijft, leer ik dat het een valkuil is om te snel eenzaamheid te willen oplossen, of om met goede raad aan te komen, hoe goed bedoeld ook. Het allerbelangrijkste is luisteren, aandacht voor de ander, ruimte en respect voor zijn of haar verhaal. De ander zien in zijn eigenheid. De ander laten in haar waardigheid.

Dat is natuurlijk zo. Het klinkt eenvoudig en toch valt het niet mee, want veel mensen zijn nu eenmaal oplossingsgericht. Dat hoeft op zich niet verkeerd te zijn, maar wel als jij de oplossing voor de ander gaat invullen.

In dat verband wil ik toch nog even terug naar het verhaal uit het evangelie.
Omdat ik vermoed dat daar iets inzit, wat ons kan helpen.

Wat gebeurt er precies tussen Jezus en die verlamde man?

Het begint ermee dat Jezus de man ziet.
Waar anderen al 38 jaar aan hem voorbij lopen, misschien wel over hem heen stappen als hij hinderlijk in de weg ligt, ziet Jezus hem.
En hij spreekt hem aan.
Hij vraagt: ‘wil je gezond worden?’
Dat lijkt eerlijk gezegd een beetje onnozele vraag. Hoezo, welke zieke wil dat niet? Is dat niet vragen naar de bekende weg…
Het antwoord van de zieke is echter ook verrassend. Hij bevestigt de vraag van Jezus niet. Hij zegt niet: natuurlijk wil ik gezond worden, zeg me wat ik moet doen; of: ja, ik wil gezond worden, kunt u mij helpen.
Dat zou allemaal voorstelbaar zijn. Maar in plaats daarvan begint hij als reactie op Jezus’ vraag meteen zijn beklag te doen, ‘ik heb niemand om mij in het water te brengen; telkens als het moment daar is, ben ik te laat’.
Het lijkt alsof het antwoord niet past bij de vraag. Het lijkt alsof het antwoord het antwoord is of de klacht, die hij al 38 jaar lang afsteekt.
Waarom vermoed ik dat? Omdat het vervolg van Jezus ook weer verrassend is.
Jezus zegt niet: ‘Och man, dat is ook wat. Zal ik je het water in helpen’. Hij slaat geen arm om zijn schouder, of knikt bedachtzaam alsof hij de klacht van de man begrijpt en zijn pijn meevoelt.
Nee, Jezus zegt, tamelijk bruusk: ‘Sta op, pak uw mat op en loop!’

Dat zeg je toch niet, tegen iemand die verlamd is?
Of, is dat het woord, de aansporing, de stimulans die iemand nodig heeft, die niet alleen uiterlijk verlamd is maar ook innerlijk geblokkeerd? Is dit misschien de aanpak die de man nodig heeft, die zich helemaal in zijn ziekte en zijn klacht heeft ingegraven, dat hij niet anders meer kan dan zijn riedeltje opzeggen, welke vraag hem ook gesteld wordt? Is Jezus’ aansporing, bevel lijkt het haast, misschien wel zoiets als de shocktherapie die nodig is, om hem – letterlijk – op eigen benen te leren laten staan?

De man klaagde over zijn eenzaamheid. Ik heb niemand. Niemand om hem te helpen. Nee, maar ook niemand om hem op zijn benen te zetten, om hem aan te spreken, om hem op een positieve manier te stimuleren, om hem te helpen zijn eigen innerlijke kracht aan te boren.
En nu is daar Jezus, die dat wel doet. Even verderop staat, dat als Jezus de genezen man later tegenkomt in de tempel, tegen hem zegt: ‘u bent nu gezond, zondig daarom niet meer…’ Ook zoiets aparts. Alsof zijn leven daarvoor iets zondigs had? Alsof hij zelf een aandeel had in zijn jarenlange verlamming?
Jezus helpt door hem een nieuw perspectief voor te houden. Sta op! Hij gaat niet mee in zijn klacht, maar zet hem op zijn plaats. Daardoor krijgt zijn leven een nieuw perspectief.

Zo kun je dit verhaal ook uitleggen, misschien wat psychologisch. Of het overtuigend is? Misschien zegt u wel: is dat niet de boel omdraaien. Geef je op die manier niet het slachtoffer alsnog een trap na. Alsof zijn verlamming eigen schuld was, of gevolg van zijn eventuele zondigheid. Blaming the victim. Alsof eenzaamheid iets is waar je zelf verantwoordelijk voor bent. En alsof de mensen die daarover klagen, eigenlijk te slap zijn of te bang om er zelf iets aan te doen.

Nou, nee. Dat zou onbarmhartig zijn. Ieders ervaringsverhaal van wie zich eenzaam voelt, verdient het op zijn eigen merites beoordeeld te worden. En dat oordeel is niet in de eerste plaats aan een ander. Het begint bij je zelf. Waar het mij om gaat is, dat je ook andere mogelijkheden krijgt aangereikt, als je je daarvoor openstelt.

Toen ik de lijn van deze overdenking al had, las ik een interview met Edson da Graça, presentator en stand-up comedien. Ik kende hem niet, maar hij blijkt. de presentator van het programma Willem Wever te zijn (daar keken we naar toen de kinderen nog thuis waren…).

Hij vertelt in het interview over een moeilijke tijd toen hij vol rancune en negativiteit zat. Hij werkte als docent op het ROC en hield de schijn op, totdat een collega er doorheen prikte:
“Ze geloofde me niet en voelde dat er iets mis was. Ik barstte. Het kwam er, bam, allemaal uit. Toen ik kort daarna bij de psycholoog zat, hoorde ik mezelf praten en dacht ik: gadverdamme. In die stoel zat een negatieve, sombere dude die werkelijk niets met zijn leven deed. Ik weet nog dat ik dacht: dit ben ik niet, ik wil die gast ook niet zijn. Dat was een openbaring. Ik ben cold turkey gestopt met blowen” (Trouw, 26 juni)

Ik las dit als een bevestiging van wat we hebben gezegd over het evangelieverhaal.
Misschien kan zo’n uitleg je attent maken op andere mogelijkheden, die er, dat geloof ik, in iedere situatie zijn. Dat kan de ontmoeting met Jezus losmaken, de confrontatie met jezelf.
Altijd als Jezus de mens in nood tegenkomt, begint het met aandacht voor deze specifieke mens. Zien en aanspreken. En vervolgens zegt of doet hij iets, waardoor een vastgelopen situatie vlot wordt getrokken, waardoor een uitzichtloze situatie nieuw perspectief krijgt.

In ieder mens, kan die helende kracht van Jezus werkzaam worden.

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply