idool of icoon? (Kol. 1: 15)

03-mens-aapAls we iemand zien huilen, raken we zelf vaak ontroerd. En als je iemand ziet lachen, dan ga je niet zelden zelf ook mee lachen. Mensen reageren op de emoties van andere mensen. Zelfs op afstand, als je naar de TV kijkt of een filmpje op Internet bekijkt.
Tegenwoordig zoeken we voor ons menselijk gedrag graag een louter biologische verklaring, en dan wordt gezegd dat dit komt door onze spiegelneuronen. We imiteren automatisch het gedrag dat we onze soortgenoten zien doen. Net als andere dieren overigens.

Dat mag zo zijn, als mensen reageren op de emoties van anderen, heeft dat ook te maken met het vermogen om je in te leven in de ander. En dat kunnen lang niet alle dieren.
Het is menselijk om je voor te kunnen stellen dat jij in de positie van die andere mens bent: wat het is om have en goed te verliezen in een natuurramp; wat het is om je huis kapot geschoten te zien worden in een oorlog; Ook al heb je dat zelf nooit meegemaakt, gelukkig, je kunt je – tot op zekere hoogte – inleven in wat dat moet betekenen.
Zoals we omgekeerd ook mee kunnen lachen met de ander. De mens is wel het lachende dier genoemd. We kunnen elkaar aansteken met ons plezier. We kunnen elkaars vreugde delen.

Mensen spiegelen zich aan elkaar. Wij kunnen ons indenken in de schoenen van een ander te staan. Dat is een menselijk vermogen. Misschien kun je wel zeggen: dat máákt ons menselijk.
Dat is de achtergrond van deze overdenking. Wij spiegelen ons aan elkaar. We kijken bij elkaar de kunst van het leven af. Wie je bent, wat je vindt, hoe je moet leven, het zijn allemaal zaken die we niet uit ons zelf opdiepen, maar die je gaandeweg en met vallen en opstaan eigen maakt, door je te oriënteren aan anderen. Niemand vaart alleen op eigen kompas. We zoeken richting bij elkaar. Hoeveel van ons gedrag wordt niet bepaald door de vraag: wat zou een ander daarvan vinden? Waarbij die ander dan allerlei invullingen kan krijgen: van je buurman tot je moeder, of je vader, ook al leven ze al lang niet meer, tot God nog aan toe…

Voor christenen komt daar iets bij, iets wezenlijks. Want wij zeggen met zoveel woorden: als je nu de kunst van het leven wilt leren, als je ergens de wijsheid kunt vinden om een goed leven te leiden, moet je je spiegelen aan Jezus. Als je wilt weten wat het ware leven is, moet je kijken naar Hem. Als  je je leven meer wil laten zijn dan een stomme aaneenschakeling van dingen die je overkomen, als je bewust, zelf, zoekt naar wat dan de kunst van het leven is, kijk dan naar Jezus. Spiegel je aan hem. Oriënteer je aan zijn levensweg. En je zult in zijn spoor jouw eigen weg vinden.

Dat is heel eenvoudig gezegd waar het in het christelijk geloof om gaat. Het geloof kan je helpen om het geheim van het leven te ontdekken. Het kan je ook geweldig in de weg zitten, dat ook, maar nu gaat het over dat andere, dat het geloof  je kan helpen om het leven te begrijpen, om er wat greep op te krijgen, om je eigen weg te vinden.

Tegen die achtergrond kunnen we vanmorgen de teksten verstaan die we hebben gelezen. Over het Woord met een hoofdletter, dat geladen woord bij de evangelist Johannes, waarvan hij zegt, dat het Woord mens is geworden. “In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.” Een bewuste verwijzing naar het allereerste begin van de schepping.
Het Woord, de logos in het Grieks, waarin meer betekenissen meeklinken: de kennis, de wijsheid, de  bedoeling. “Het woord is mens geworden, … het heeft bij ons gewoond.” Dat is het kerstevangelie van Johannes. Zonder enige romantiek, maar wel tot op de kern: “Wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.” Ook dat zijn geladen woorden geworden, Zoon en Vader, vooral omdat we er een louter biologische verklaring voor zochten, maar dan zit je echt op een verkeerd spoor.
Jezus is de Zoon omdat hij ons het zicht geeft op de Vader. In de bekende woorden van Johannes: “Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon … heeft hem doen kennen.” Wil je weten wie of wat God is, het geheim van het leven, spiegel je dan aan de zoon, die Gods grootheid heeft getoond in zijn menselijkheid, die bij ons heeft gewoond.

Hij is het Beeld van de onzichtbare God, zoals er staat in die andere tekst uit de brief aan de Kolossenzen. Dat ligt in het verlengde van de gedachten van Johannes. Jezus Christus als het beeld van de onzichtbare God. God is onzichtbaar. Niemand heeft ooit God gezien. Maar wil je iets van zijn geheim ontwaren, kijk dan naar de Zoon, het Beeld van God.

Nu wil ik u iets uitleggen over dat woord of begrip Beeld van God. Het heeft te maken met twee verschillende betekenissen van het woord ‘beeld’. Beide betekenissen hebben een eigen woord in het Grieks, de taal van het nieuwe testament. Dat klinkt ingewikkeld, maar die beide woorden kennen wij ook in onze taal: het gaat nl. om de woorden eidoolon en eikoon, idool en icoon. Beide Griekse woorden vertalen wij met: beeld. En toch is er een belangrijk nuanceverschil, zeker in spiritueel opzicht.

Het beeld als idool, dat is het beeld waar onze ogen als het ware naar toe getrokken worden. Dat klinkt ook in ons gebruik van het woord door. Idolen, dat zijn mensen die wij bewonderen. Om wat voor reden dan ook. Omdat ze mooi kunnen zingen, of goed kunnen voetballen, of omdat ze er gewoon goed uitzien. Tieneridolen, filmsterren. Nou u begrijpt het wel, je kunt de lijst met voorbeelden schier eindeloos uitbreiden. Een idool, daar kijken wij tegen op. Zoals een beeld – een idool – onze bewondering kan wekken. Ons oog valt er op, en blijft erop rusten, kan zich er maar moeilijk van losmaken. Het idool is het beeld dat onze aandacht trekt, dat onze blik als het ware gevangen houdt. Fixeert.

Daar staat de icoon tegenover. Ook dat betekent: beeld, maar het is een ander soort beeld, de werking van de icoon is anders. De icoon is geen beeld dat de blik fixeert, maar de blik geleidt, verder leidt. Denk maar aan de functie van de iconen in de oosterse orthodoxie. De icoon is een beeld dat een middel wordt in de liturgie. Bij de icoon gaat het niet om de schoonheid van het beeld, maar om de werking die ervan uitgaat. De icoon is bedoeld om je aandacht te richten, niet om je aandacht vast te houden, maar om je aandacht te richten op een spirituele werkelijkheid die als het ware achter de icoon ligt. De icoon helpt je, om in gebed en meditatie, iets te ervaren van de wereld achter de icoon, van het goddelijke.
U begrijpt het verschil.
Je kunt het ook zo zeggen: het idool is een spiegel, de icoon een venster.
In het idool, dat wij bewonderen, zien we vaak onszelf terug, maar dan in een verbeterde versie of in een gedroomde variant. Zo zouden wij willen zijn, zo goed, zo uitblinken, zo mooi… Het idool werkt als een spiegel.4900
De icoon als een venster gunt ons een blik op een andere werkelijkheid, een nieuw perspectief.
Het idool laat ons staan, de icoon neemt ons mee.

Er is hier nog veel meer over te zeggen, ook vanuit de geschiedenis van de kerk, denk aan de beeldenstrijd, wel of geen heiligenbeelden in de kerk. Maar ook over functie en betekenis van het beeld in onze huidige cultuur. We beperken ons nu tot dit verschil van idool en icoon.

Als Jezus in de brief aan de Kolossenzen ‘beeld van God de onzichtbare’ wordt genoemd, dan staat er in het Grieks het woord eikoon. Dat lijkt mij niet zonder betekenis te zijn.
Jezus is het venster waar wij doorheen moeten kijken om iets van God te kunnen zien.
Niet de spiegel, waarin we uiteindelijk niet meer ontwaren dan onze eigen projecties, maar het venster.
Als het gaat over Jezus, en daar gaat het over in de kerk, van Kerst tot Pasen en zo voort; als het gaat over Jezus, dan over die ene voorbeeldige mens, die ons God heeft doen kennen (vgl. Joh. 1: 18), niet door de aandacht op zichzelf te richten, maar doordat zijn leven en alles wat daarin is, één lange doorverwijzing is naar het geheim van het leven, het koninkrijk wordt dat ook wel genoemd, God zelf.
Wij weten wie en hoe God is, het geheim van het leven, omdat Hij, Jezus, volledig transparant – doorzichtig – geworden is tot op die diepste werkelijkheid. In de beeldtaal van de Kolossenzenbrief heet hij: “de geliefde Zoon, die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van zonden.”

Wij mensen kijken bij elkaar het leven af. We leren hoe te leven door wat we meekrijgen van onze ouders, van onze omgeving, we leren door te imiteren, ons te spiegelen aan illustere voorbeelden. Mens zijn moet je leren. Dat geldt ook voor het geloof. Niemand is van nature christen. Maar als mens leer je steeds meer christen te wórden, aan en door het beeld van Jezus zelf. Een levenslang leerproces.

Hij is het Beeld van de onzichtbare God, maar let wel: de eikoon. Niet toevallig.
Als het gaat over Jezus, en daar gaat het over in de kerk, dan moeten we niet bij hem blijven stil staan, maar als het ware door Hem heen kijken. Dan mogen we zelf als beelddragers van God, een iconische kwaliteit verkrijgen. Dan kunnen mensen in hun beste ogenblikken voor elkaar worden, vensters tot op God, in Jezus’ naam.

AMEN

View Comments (3)
  1. Niet het accent op zónder (zonde), maar mét (mooie eigenschappen, voorbeeldig) .
    Geen krampachtigheid, vanzelfsprekendheden, of stiekem tóch voorgeschreven leefregels en leefstijlen. Prettig om te lezen en te overdenken ! en het daagt uit om eventueel zelf verder te lezen of de invulling terug te zoeken in de Bijbel….vind ik.

  2. Een preek waardoor ik werkelijk aan het denken gezet wordt, Idool of Icoon?
    Moest hierbij ook denken aan Hebreën.11 tot 12:2.
    De geloofsgetuigen passeren de revue, Wat een voorbeelden, en dan 12:2 waar we opgeroepen worden om ons oog te richten op Jezus de voleinder van het geloof! Zonder hem behalen we denk ik niet het doel. Jezus is dan wel iets meer dan al die geweldige voorbeelden uit hoofdstuk 11.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *