Overdenking

Het gewone leven, Ruth 3

Meir Shalev is een hedendaagse Joodse schrijver. Verschillende van zijn romans zijn ook in het Nederlands vertaald. Shalev is, zoals zoveel hedendaagse Joden, niet religieus. Maar als schrijver koestert hij de rijke erfenis van de Hebreeuwse Bijbelverhalen.

In het boek De Bijbel nu, behandelt hij op een eigen manier die verhalen. Daarin staat ook een prachtig hoofdstuk over het boekje Ruth, met de titel: Romantiek op de dorsvloer. En dan zijn we precies bij het gedeelte dat we zojuist gehoord hebben, het derde hoofdstuk uit dat kleine Bijbelboekje, de nachtelijke ontmoeting tussen Ruth en Boaz.

Romantiek op de dorsvloer?
Het is niet zo vreemd als een romanschrijver als Shalev dat aspect als eerste naar voren haalt. En hij heeft gelijk. Het is een liefdesverhaal. De bijbel is zo’n wonderlijk boek dat niet te heilig is voor een gewoon menselijk liefdesverhaal. Maar tegelijk is er meer aan de hand. Verhalen in de bijbel hebben altijd meerdere lagen, zoals we zullen zien.

Maar eerst nog even, voor wie het misschien kwijt was, het verhaal in grote lijnen.
Het begint met het gezin van Elimelech en zijn vrouw Naomi. Omdat er hongersnood is in hun stad Betlehem, trekken ze naar buurland Moab. Economische vluchtelingen. Daar trouwen hun beide zonen met Moabitische vrouwen. Het onheil houdt niet op. Elimelech, de man van Naomi, sterft, en ook haar beide zonen. Ze heeft alleen nog haar schoondochters, Orpa en Ruth. De laatste, Ruth, keert met Naomi, terug naar Betlehem. Berooid komen ze daar aan, moeder Naomi en schoondochter Ruth. Beide weduwen, ze staan onderaan de maatschappelijke ladder. Om wat brood bij elkaar te scharrelen gaat Ruth aren lezen. Dat wat blijft liggen bij de oogst, mag geraapt worden door de armen, zo bepaalt de wet van Israël, de Tora.
Ze komt op het land van Boaz terecht, een rijke boer. Die heeft meteen een oogje op die mooie, vreemde, mysterieuze vrouw uit Moab. Boaz trekt haar een beetje voor – hij weet al van haar achtergrond en dat ze goed is en zorgzaam voor haar schoonmoeder, hoewel ze een vreemdelinge is.
Als Ruth ’s avonds aan Naomi vertelt wat haar is overkomen, weet deze wijze vrouw hoe de vlag erbij hangt.
Boaz is in de verte verwant aan Naomi. Dat biedt mogelijkheden. Naomi is er op uit om Boaz en Ruth aan elkaar te koppelen. Dat zou hun beider toekomst veilig stellen. En om dat te bereiken, bedenkt ze een plan, dat pas uitgevoerd kan worden op het geschikte moment. Tot die tijd, tot het einde van de gerste- en tarweoogst, blijft Ruth op het land van Boaz werken.

Op dat moment vallen wij in het verhaal. De dag van oogsten is daar…
Naomi weet dat Boaz vannacht op de dorsvloer gerst gaat wannen. Tegen Ruth zegt ze: ‘Baad je, wrijf je in met olie, kleed je aan en ga naar de dorsvloer en verstop je daar. Als hij dan gegeten en gedronken heeft en gaat slapen op de dorsvloer – want dan doen de boeren om te voorkomen dat hun oogst gestolen wordt – ga dan stilletjes aan zijn voeteneind liggen.
En wat er dan moet gebeuren, dat weet je zelf wel, of anders geeft de natuur het je wel in te doen…’

Het is vermakelijk om bij Meir Shalev te lezen hoe de vrome rabbijnen in hun maag zitten met deze nachtelijke scene op de dorsvloer. Volgens de ene rabbi was Boaz op de dorsvloer gaan zitten om de Tora te bestuderen (jaja); volgens een andere commentator heeft Boaz de hele nacht plat op zijn buik liggen bidden: ‘Heer der wereld, U ziet en weet dat ik haar niet heb aangeraakt’; alles om maar te benadrukken dat er niets onbetamelijks heeft plaatsgevonden.
Maar Shalev gelooft daar niets van. Hij schrijft: “De bijbelcommentatoren mogen ervan denken wat ze willen, net als iedere andere bijbellezer … (maar) Ruth en Boaz waren een van de tallozen paren die op de dorsvloer de liefde bedreven. Pas vele eeuwen later heeft de uitvinding van de maaidorsmachine aan dit mooie gebruik een einde gemaakt” (p. 139).

Hoe dat ook zij.
De tekst zelf is subtiel genoeg om het in het midden te laten.
Het zou natuurlijk heel goed kunnen en het ligt ook wel voor de hand. Moeder Naomi heeft niet voor niets zorg besteed aan de voorbereiding, schoon gewassen, fris geparfumeerd, ligt daar zomaar die vrouw in zijn bed, waar hij, Boaz al lang een oogje op heeft.
Zowel Ruth als weduwe, als Boaz als wat oudere man (vgl. vers 10), zijn niet groen op het vlak van de liefde. Beiden hebben er belang bij dat er iets moois ontstaat, dat er een relatie wordt gesmeed. Het gaat niet om een spannend avontuurtje, geen one-night-stand. Het doel van het hele plan is, dat er een verbond tot stand komt dat toekomst garandeert, voor het huis van Elimelech/Naomi, voor Ruth de vreemdelinge en voor Boaz zelf. Ruth is naar de dorsvloer gekomen om te schuilen onder de vleugels van Boaz, onder de vleugels van de Heer, de God van Israël, zoals Boaz het zelf eerder tegenover haar heeft verwoord (2:12).

Alles gebeurt daarom met tact en met zorg.
Want Ruth brengt zichzelf in een kwetsbare positie, waar zomaar misbruik van gemaakt had kunnen worden.
Maar Boaz is oprecht bezorgd om haar en haar goede naam.
Blijf hier maar liggen, tot de morgen.
En voordat het licht wordt, voordat iemand hen samen zou kunnen zien, nemen ze afscheid.
Boaz laat haar omslagdoek open doen en vult deze met zes maten gerst. Hij helpt haar zelfs met tillen, staat er. Zo’n klein detail waar je gemakkelijk overheen leest, maar waarin zijn bijzondere zorgzaamheid blijkt. Want welke man in het oude oosten doet dat?
En als Ruth dat kostbare voedsel bij Naomi brengt, maakt zij het ook wat mooier, door te zeggen dat Boaz heeft gezegd dat ze niet met lege handen bij haar schoonmoeder aan mag komen, ook al hoorden wij dat Boaz nergens zeggen. Zo betrekt Ruth ook haar schoonmoeder, haar familie erbij, en daar gaat het ook om.
Naomi, deze wijze ervaren vrouw, weet genoeg: “… deze man zal niet rusten voordat hij de zaak geregeld heeft”.

In het laatste hoofdstuk, wordt inderdaad de zaak beklonken. Boaz treedt als losser op, zoals dat heet, naar de wetten van Israël. Hij huwt met Ruth en er wordt een kind geboren, dat pontificaal op de schoot van oma Naomi wordt gezet. Dat kind, Obed, zal de grootvader zijn van David, de messiaanse koning. Met die naam eindigt het verhaal. En daarom staat de naam van Ruth met ere vermeld in het geslachtsregister van Jezus, waarmee het Nieuwe Testament begint, Matteüs 1. Maar dat is voor later…

Het is een mooi verhaal, vindt u ook niet. Een eenvoudig, menselijk, verhaal. Het heeft de nodige romantiek, omdat er liefde in het spel is. Het heeft iets teders, in de zorgzaamheid waarop de mensen hier met elkaar omgaan, door liefde gedreven.
Boaz die zich ontfermt over Ruth. Ruth die moedig handelt, zij is krachtig in haar kwetsbaarheid, aangedreven door de slimme Naomi, om de geschiedenis een duwtje te geven in de goede richting.

Tegelijk is onder en achter de oppervlakte meer aan de hand. Is er een verbinding met de grote geschiedenis, worden de lijnen geschetst die het eenvoudige volksverhaal tot een verkondiging maken. Want het goede leven is pas mogelijk, door de wetten van Israël, door de bijzondere zorg van de Heer van Israël.

Nu is het opmerkelijk, anderen hebben erop gewezen, dat dit in de tekst als zodanig nauwelijks wordt benoemd. Ruth is een Bijbelboek, waarin geen profeet optreedt, die namens de Heer spreekt. Het is een verhaal, waarin niet de stem van God wordt vernomen, of waarin de Heer rechtstreeks in de loop der gebeurtenissen ingrijpt. Professor Miskotte gaf zijn boek over Ruth de titel Het gewone leven. Dat boek is meer dan 80 jaar oud; ik las het deze weken weer met veel belangstelling. Het schetst de gewoonheid van het menselijke tafereel en tegelijk de diepgang die in het gewone leven schuilgaat, als je er oog voor hebt. God is hier niet in het wonder, maar in het gewone leven. En ons gewone leven wordt wonderlijk, als je dat herkennen kunt.

Ruth is een boek dat je doet glimlachen. Iemand anders zei, de zon schijnt er de hele tijd. Het gaat over mensen – lang geleden – maar we herkennen hun hartstochten, hun zoektocht, hun verdriet om wat je kan overkomen, honger, nood, dood; maar ook hun optimisme, hun moed misschien beter, hun verlangen naar het goede eenvoudige leven, in liefde en in gemeenschap.
Het boek Ruth is nooddruft en het is overvloed, als u dat nog herkent…

En voor beide zegt de gelovige dank! Want daarin ontmoeten wij de liefde van God en zijn bijzondere zorg.
Ook die diepte, de diepte van het geleefde leven, in goede en in kwade dagen, maakt het boek menselijk, herkenbaar en uiteindelijk aansprekend.

De liefde wint het. Niet de lust, maar de zorgzame, tactvolle, liefde voor elkaar. Mensen als Boaz en Ruth en Naomi, ze doen het goede voor elkaar. Hebben het goede met elkaar voor. En zie wat er dan kan gebeuren.

Schuilend onder de vleugels van Israëls God, vindt zij, Ruth, bescherming. De wees, de weduwe en de vreemdeling. God sluit geen mensen buiten, maar neemt ze op in zijn verbond. En dat gebeurt daar waar mensen instaan voor elkaar. Als Ruth onder Boaz’ vleugels schuilen mag.
Dat gebeurt, daar waar de liefde regeert, de zorg voor de ander, waar mensen het goede leven gestalte geven, door voor elkaar zo goed te zijn als god.
Dat, maakt het gewone leven zo bijzonder.

AMEN

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply