Overdenking

Het beloofde land, Deut. 4, 32 – 40

Deze week kreeg ik een oud krantenknipsel uit het Reformatorisch Dagblad van 21 jaar geleden toegespeeld. Dat is een verhaal op zich, maar daar gaat het nu even niet om.
Naast het artikel waarom het ooit is bewaard, viel mijn oog op een ander artikel uit de actualiteit van dat moment. De kop: SoW-kerken: We staan onveranderd achter Israël.

Het is een kort verslag van de synodevergadering van de kerken die toen nog Samen op Weg waren. Er waren geruchten dat de SoW-kerken de actie ‘Stop de bezetting’ van Gretta Duisenberg zouden steunen. Maar niets van dat alles, bezweert de preses dr. Plaisier.
“De SoW-kerken erkennen onveranderd dat het Joodse volk recht heeft op een eigen zelfstandig volksbestaan in het land Israël (….) Het vervult ons met zorg dat er bij demonstraties en acties gericht tegen de Israëlische overheidspolitiek soms sprake is geweest van (…) een duidelijk anti-Joods sentiment (…) Kerk en Israël blijft beleidsprioriteit houden, de kerk ondersteunt niet de ‘als eenzijdig beschouwde actie ‘Stop de bezetting’”

21 Jaar geleden, het zou vandaag zo weer in de krant kunnen.
Niet alleen omdat het conflict daar nog steeds woedt, sinds 7 oktober in alle hevigheid.
Maar ook vanwege de positie van de kerk, nu PKN. Vorige week was er ook weer een synodevergadering waar gesproken werd over een nota over dit thema: Onderweg met Joden en Palestijnse christenen. Dat laatste is dan wel nieuw, aandacht voor de Palestijnse christenen, een kleine verschuiving misschien, maar in grote lijnen steunt de kerk nog steeds Israël, onopgeefbaar verbonden zoals dat heet. Anderen eisen meer aandacht voor de Palestijnse kant. Moeizaam wordt gebalanceerd in een kerk die daarover sterk verdeeld is. Zoals dat ook in de samenleving het geval is.

We gaan dat vandaag natuurlijk niet oplossen.
En ik wil u ook niet teveel belasten met wat ik daar van vind, want u bent niet gekomen om de politieke meningen van de dominee te horen – hoe interessant die ook zijn?!.
Ik zou er misschien niet eens over begonnen zijn, als niet de lezing van Deuteronomium vandaag op het rooster had gestaan. Daar immers horen we dat Mozes het volk in herinnering roept dat ‘de Heer uw voorouders heeft liefgehad en hun nageslacht uitgekozen, en Hij zelf heeft u met zijn grote macht uit Egypte bevrijd en ter wille van u volken verdreven die groter en machtiger waren dan u, om u hun land binnen te leiden en het u in eigendom te geven’ (Dt. 4: 37-38).
Toen dacht ik: daar moet ik iets mee.
Het is misschien niet het meest gezellige onderwerp, maar het moet er vanmorgen wel over gaan. Ik kan er keurig omheen lezen. We kunnen ons veilig beperken tot de lezing uit het evangelie, Ik ben de ware wijnstok, altijd goed – maar nee, vandaag moeten we het hebben over de zogenaamde landbelofte. Deze en andere vergelijkbare teksten, waarin door de Heer aan Israël het land wordt beloofd, het beloofde land

Hoe moet je dit soort teksten verstaan?
Wat zouden ze ons te zeggen kunnen hebben, in de discussies die er vandaag worden gevoerd?
Tegen de achtergrond van het geweld en in het licht van de actualiteit. Die we niet op gaan lossen, nogmaals, maar waarvan wel geldt dat de manier waarop je deze teksten gebruikt van invloed kan zijn op ons spreken en handelen nu, ook als kerk.

Een eerste positie die ik zou willen noemen is meteen de radicaalste. Dat is: koppel het helemaal los. Die bijbelse teksten, leuk en aardig. Laat de theologen en de dominees en andere liefhebbers zich daarmee vermaken, maar ga geen Bijbelteksten gebruiken in actuele politieke discussies. Want voor ieder standpunt is wel een tekst te vinden; je komt er geen steek verder mee. Bovendien, op zo’n manier worden teksten misbruikt, als ze alleen bedoeld zijn om je eigen standpunt te verdedigen. Laat de Bijbel erbuiten.
Daar zit heel wat in. In de politiek moeten andere argumenten een rol spelen. Dat geldt ook op andere thema’s. Bijbelteksten vertroebelen de discussie. Hou het zakelijk.

Daar zit heel wat in, en toch is het dat volgens mij ook niet helemaal. Het is veel belangrijker, niet om de Bijbel niet te gebruiken maar om de Bijbel op een goede manier te gebruiken. Maar ja, dan is natuurlijk de grote vraag: wat is een goede manier.
Dat is vanzelfsprekend mijn manier, dat begrijpt u. Maar dat vindt de ander ook, en zo blijft het heen en weer gaan.

Zonder gekheid, zorgvuldig Bijbel lezen, betekent a. er van uitgaan dat jij niet de waarheid in pacht hebt, dat je van een ander leren kunt, een breder begrip, een andere invalshoek; het betekent b. dat de definitieve betekenis van een tekst of verhaal nergens vastligt, dat niemand de waarheid in pacht heeft, dat je alleen maar de waarheid benaderen kunt en c. betekent zorgvuldig bijbel lezen dat je teksten altijd in een breder verband beschouwt, nooit geïsoleerd, nooit als slogan, maar wel als inspiratie; niet als afsluiting van een discussie maar als ontsluiting van een gesprek.

Het bredere verband van de tekst van vandaag is het geheel van het boek Deuteronomium, dat zelf weer de afsluiting vormt van Thora, de eerste vijf boeken, het hart van de Joodse Schrift.

Deuteronomium (letterlijk: de tweede wet) is eigenlijk één lange redevoering van de profeet Mozes als het volk op het punt staat het beloofde land binnen te trekken. U kent het verhaal, veertig jaar hebben ze door de woestijn gezworven. Daar hebben ze op de berg Sinaï de geboden (thora) van God ontvangen, de Tien Geboden en alle andere voorschriften en regels en bepalingen en zo voort. Ze hebben veertig jaar lang in de woestijn geleefd, geleerd, zich voorbereid. De generatie die uit Egypte is getrokken is voorbij, een nieuwe generatie is nu klaar om het land in te gaan. Mozes heeft ze tot hier geleid, maar mag zelf niet meegaan – een nieuwe situatie heeft straks ook een nieuwe vorm van leiderschap nodig – maar dat laten we allemaal maar rusten.

Mozes brengt alle voorschriften weer in herinnering. Hij bindt het volk op het hart om zich daaraan te houden – dat is een terugkerend refrein. Als je leeft naar Gods geboden, Gods aanwijzingen voor het goede leven en het goede samen-leven, dan zal het je goed gaan. Dan zul je voorspoed kennen. Dan zal het land je goedgunstig zijn, en zo voort.

De ironie is dat dat vaak in de geschiedenis niet zo is geweest. Dan kwam de klad erin. De koning en de leiders dachten alleen aan eigen belang. Ze hielden zich niet aan Gods geboden. Ze eerden andere goden, van macht en prestige en geld. Er heerste sociaal onrecht, de wees, de weduw en de vreemdeling – ook zo’n refrein – werden onderdrukt.
En die kennis was er al toen dit allemaal op schrift werd gesteld. Het is alsof Mozes hier spreekt met de kennis van achteraf. Ook dat moet je erbij bedenken, waardoor deze woorden nog meer scherpte krijgen.

In verband met de landbelofte, betekent dat een paar dingen.
Allereerst dat die landbelofte niet onvoorwaardelijk is. Ze is gekoppeld aan de opdracht om je te houden aan de juiste regels. Ook hier horen we dat: ‘Houd u altijd aan zijn wetten en geboden …. Dan zal het u en uw kinderen goed gaan en zult u lang leven in het land dat de Heer uw God u geven zal’ (vers 40).

Het land of de aarde is van God, volgens Bijbels besef. De aarde en haar volheid zijn des Heren, om het met de psalm te zeggen. Het is nooit het bezit van een bepaald volk of van een bepaalde groep, laat staan exclusief bezit. Wij mensen mogen op de aarde wonen, haar bewerken, haar tot bloei brengen, hoe je het ook noemen wilt. Wij worden geroepen om op Gods aarde en onder zijn hemel samen te leven, een goede samenleving op te bouwen. De aarde, het land, het is niet ons bezit, het is ons gegeven.

Er staat dan wel dat de Heer het ‘u in eigendom geeft’, in de vertaling. Maar eigendom betekent in dit verband gebruiksrecht en het schept bepaalde verplichtingen. Je kunt het eigendomsrecht ook verspelen, er zijn tal van profetische teksten die daar op wijzen, als het land niet goed wordt beheerd. Als men zich niet houdt aan de wetten en geboden voor het goede samen leven.

De Britse opperrabbijn Jonathan Sacks, hij overleed in 2020, heeft prachtige essays geschreven als uitleg bij de vijf boeken van Tora. Ze zijn inmiddels allemaal in vertaling verschenen, het laatste deel Deuteronomium begin dit jaar.
De ondertitel luidt veelbetekenend: boek van de samenleving.
In Deuteronomium is dat het centrale thema. Op de achterflap van het boek lezen we: ‘Mozes zet daarin de verbondspolitiek uiteen. Samenleven in het beloofde vrije land, moet gebaseerd zijn op rechtvaardigheid. Wetten zijn er om ieders vrijheid en welzijn te beschermen. Samenleven betekent: niemand mag vergeten worden en niemand staat boven de wet. Iedereen plukt de vruchten van de welvaart, en iedereen draagt zorg voor zijn naaste en voor de samenleving’ (einde citaat).

Als je dat op je in laat werken, kost het niet veel moeite om de spanning te voelen tussen dit – bijbelse – ideaal en de huidige situatie in het ‘beloofde land’.
Wat je daar ook verder van vindt, het rechtvaardigt in ieder geval stevige kritiek op de politiek van de huidige staat Israël. Dat is geen antisemitisme, maar zakelijke kritiek omwille van recht en gerechtigheid, juist voor de slachtoffers. Niet een beroep op bijbelse teksten over landbelofte moet leidend zijn, maar de kaders van het internationale recht. En juist dat is misschien wel meer in lijn met wat in Deuteronomium het joodse volk en de hele mensheid wordt voorgehouden: geen vrede, geen welzijn, geen echte samenleving zonder gerechtigheid.

Er zijn in het brede spectrum binnen het levende Jodendom ook groepen die tegen de staat Israël zijn omdat ze dat een eigenmachtige greep vinden van mensen, om een staat te vormen, terwijl zij de belofte van de komst van de Messias levend willen houden. Als de Messias komt, zo redeneren deze vrome Joden, dan pas zal het beloofde land hun ten deel vallen. Ze houden als het ware de belofte in de uitdrukking ‘het beloofde land’ levend. Oftewel, zolang er nog geen volledige vrede en rechtvaardigheid is, zo lang staat de belofte uit.

We lossen het vandaag niet op en je kunt er soms moedeloos van worden, van al dat dagelijkse nieuws over geweld en slachtoffers en honger en massagraven en wat niet meer.
Wat kunnen wij er aan doen?
In ieder geval, blijven geloven dat vrede mogelijk is, hoe ver weg het ook lijkt. Want oorlog en strijd worden door mensen gevoerd, net zoals vrede alleen door mensen kan worden gesloten.
In ieder geval, je laten blijven inspireren om te bouwen aan een betere samenleving, aan internationaal recht, om je uit te spreken, om het gesprek aan te gaan, in de politiek maar ook in onze eigen kerk, waar nogal eens oude sentimenten over het volk Israël een eerlijke benadering in de weg zitten.
In ieder geval, om je niet neer te leggen bij onrecht of discriminatie. Nooit. Nergens.

Tot slot,
Bij het vooroverleg via de mail werd mij de presentatie opgestuurd.
De maakster schreef erbij: ik heb er een plaatje van de wijngaard bijgedaan, want ik vermoed dat de preek daar over zal gaan.
Ik mailde terug, dat ik een andere invalshoek zou kiezen, maar laat het plaatje maar staan.

De wijngaard is immers een krachtig bijbels symbool van vruchtbaar leven, van overvloed, van voorspoed en zegen.
Israël, het beloofde land, is Gods wijngaard.

Moge het vrucht dragen, de vrucht van vrede, gerechtigheid en heelheid, voor alle volkeren op aarde.

AMEN

Previous Post Next Post

1 Comment

  • Reply Jetta Niemeijer Kamps 03/05/2024 at 15:23

    Bedankt dat we ook artikelen van u mogen gebruiken .
    Ik hoop dat het geplaatst gaat worden in ons kerkblad van juni 2024 van de Protestantse Gemeente Valthe en Valthermond.
    Hartelijk Dank

  • Leave a Reply