Overdenking

Heilig voor één dag?

Een paar weken geleden was er de heilig verklaring van Titus Brandsma.
Op het Sint Pietersplein te Rome, voor het Vaticaan, had zich die ochtend al vroeg een groep Friese pelgrims verzameld, met uiteraard een Friese vlag. Later voegden zich er gelovigen uit allerlei andere landen bij, die voor hún heilige waren gekomen, want Titus was de enige niet, die die zondag heilig werd verklaard. Ieder zwaaide met zijn eigen vlag. Het leek wel een stadion vol voetbalsupporters, volgens een commentator.

Overdenking in de oecumenische viering tijdens het Bonifatiusfestival, Pinksteren

Als protestantse dominee probeer ik daar met de grootst mogelijke welwillendheid naar te kijken. Maar tegelijk met enige gemengde gevoelens.
Met grote bewondering voor de levensinzet van Titus Brandsma, die moedig genoeg was om zich in de oorlog te verzetten. Maar toch ook met de vraagtekens bij deze heiligverklaring. Om echt een heilige te worden, moet er een wonder bewezen worden. Dat had in het geval van de nuchter Fries Titus wat voeten in de aarde. Maar een paar jaar geleden gebeurde het toch. Een Amerikaanse pater en ordegenoot, karmeliet Michael Driscoll, is genezen van huidkanker, nadat hij tot Titus bad terwijl hij een stukje van diens habijt tegen zijn lichaam hield op de plek van de kwaadaardige cellen. Hij verklaarde in Trouw:

“Wij katholieken geloven dat zo’n reliek ons verbindt met iemand die dicht bij God is. In dit geval Titus. Niet de reliek of het aanraken daarvan zorgt voor genezing – dat zou bijgeloof zijn – maar het geloof in degene tot wie je bidt.”

Columnist Bert Keizer van het zelfde dagblad, reageerde hierop door degene die het verschil tussen geloof en bijgeloof uit kan leggen, een volledige aflaat te beloven.

Dat gerommel met de heiligen, de hele santenkraam, het heeft iets charmants, zegt mijn welwillende kant, en die volg ik het liefst. Als je er met de nodige gezonde relativering mee om kunt gaan, kun je het zelfs gaan waarderen. En … als je beseft, dat wij net zo goed aan dat rommelen mee doen, maar dan anders.

Wij vieren het Bonifatiusfestival. De heilige van het Noorden, de patroonheilige van ons Bisdom.
En wij noemen deze kerk heel brutaal Bonifatiuskerk.
Daar zijn redenen voor, maar toch ook weer niet zo heel dwingend en volledig overtuigend. We weten het gewoon niet zeker, of deze kerk ooit gewijd is geweest aan Bonifatius, of toch aan een andere heilige.
Dat dit gebouw ooit aan een heilige is gekoppeld, is wel zeker. Het wijdingszegel in de kerk getuigt ervan. Alle katholieke kerken, en eeuwenlang waren er geen andere, ook niet in Vries, alle oude kerken zijn aan een heilige gewijd. Dat is op zichzelf, als je er even bij stilstaat, een waardevolle traditie. Heel anders dan onze protestantse gewoonte, om de kerk een zelfgekozen naam te geven waar onze vrome bedoelingen in doorklinken, of onze nuchterheid: Nieuwe Kerk, Oosterkerk.

Dan klinkt Bonifatiuskerk toch wat gewijder.
Maar zeg alsjeblieft niet Sint-Bonifatiuskerk, zoals sommigen oudergewoonte doen. Want dat vinden wij, protestantse hoofdgebruikers weer net iets te Rooms.
Laat dat maar achterwege. Salvo titulo. Liever geen Sint Bonifatius, terwijl het daar juist om gaat…, toch, om zijn heiligheid? Verwarring compleet.

Heiligheid zit niet in titels, dunkt me. Ook niet in al of niet in Rome geaccrediteerde wonderen, zou ik zeggen.
Heiligheid, dat is de bijbelse eigennaam voor mensen die bij Christus en zijn kerk willen horen. De gemeenschap der heiligen. Geen mensen met bijzondere kwaliteiten of wonderlijke vermogens. Maar mensen zoals u en jij en ik, die ergens zijn geraakt door dat oude verhaal, dat nieuwe verlangen. Mensen die niet altijd van zichzelf durven te zeggen dat ze geloven…. Want, pff, wat betekent dat precies? Maar die wel weten, diep van binnen, zonder woorden soms, dat wat ze doorgegeven hebben gekregen en wat in die kerk wordt bewaard, dat de rituelen van doop en maaltijd en van gebed en lofzang, dat dat waarde heeft, en waard is om doorgegeven te worden.
De gemeenschap der heiligen, dat is de club van dwarse mensen, die tegen alles in blijven geloven in een wereld die anders kan, die vol van vrede is en van gerechtigheid, en die er het hunne aan willen doen om daar nu al en hier iets van zichtbaar en ervaarbaar te maken.
En die gemeenschap der heiligen, is breder en groter dan alleen die in de kaartenbak van onze administratie staan geaccrediteerd. Ook degenen die het van zichzelf niet weten, of niet willen of durven weten, of nog niet zeker weten, of nou ja, die het zelf willen weten. Graag. Wij zijn het niet die de reikwijdte van dat begrip bepalen… dat is aan de hemel zelf. De gemeenschap der heiligen, hier en daar, in verleden en heden en zo wijd als deze wereld is. Inclusief graag en oecumenisch, in de volle breedte, met maximale welwillendheid.

Geen mens kan in zijn eentje geloven, zelfs de heiligste heilige niet. Mensen hebben andere mensen nodig, dat geldt voor het hele leven en het geldt zeker in het geloof, – nu en toen. Voorbeelden die inspireren. Geloofsgestalten die bemoedigen. Door hun menselijkheid. Door hun herkenbaarheid. Een gemeenschap die je omringt. Een traditie die je draagt.

Daarom eren wij de heiligen ons voorgegaan.
En is het belangrijk dat te doen en te blijven doen, zelfs al is het voor één dag. Want je kunt nog zo heilig zijn, iedere heilige heeft slechts één dag waarin hij of zij op de voorgrond staat. Maar er is in de heiligenkalender ook geen dag zonder dat er iemand van naam wordt genoemd. Omdat wij geen dag zonder die anderen kunnen, als voorspraak, als voorbeeld, als voorganger en gangmaker voor mijn eigen geloof.

Juist op deze dag van het Pinksterfeest, moet die gedachte ons allemaal aan kunnen spreken.
Het is het feest van de heilige Geest, die in vuur en wind zich doet gelden, volgens het oerverhaal dat we hoorden. Het is een geattesteerd wonder, want zowat de halve wereld is er getuige van, de Parten, Meden, Elamieten, Mesopotamiërs, de hele mikmak en de halve santenkraam en de ganse goegemeente. Sommigen tot hun eigen verrassing.

Wat je daar ook van vindt, Pinksteren is ook de dag waarop de vrienden van Jezus hun doorstart beleven. Daarvoor waren ze vooral angstig bij elkaar en uit het lood geslagen. Als een verslagen bokser hingen ze in de touwen. Maar als de Geest gaat werken, als het vuurtje gaat branden en de inspiratie ieder elkaar aansteekt, dan komt de loop erin, dan gaat er iets bewegen, en wordt er iets onstuitbaars in gang gezet. Dat is ook Pinksteren. Geboorteuur van de kerk. Startpunt van de gemeenschap der heiligen. En sindsdien proberen wij het vuurtje brandende te houden en door te geven zodat het branden blijft.

Vandaag eren wij Sint Bonifatius. En bij alle bezwaren die je in kunt brengen tegen zijn methoden, de vermenging van kerk en politiek in die tijden, de druk die er op mensen werd uitgeoefend om het nieuwe geloof te accepteren… bij dat alles zijn we toch vooral dankbaar, dat in die tijd mensen door de Pinkstergeest geleid het goede nieuws hier hebben gebracht.

En we laten ons inspireren door zijn goede daden (weldoener) en zijn goede woorden, zoals we die hoorden in het fragment uit een van zijn eigen preken.
Dat wij vredestichters moeten zijn. En dat we de vrede onder onze naasten na moeten streven, zeker als wij merken dat er tweedracht (polarisatie) is.
Woorden die op geen enkele manier hun actualiteit hebben verloren, als je maar even let op wat er vandaag in de wereld gaande is.

Daarom is het zo waardevol en belangrijk, om die goede woorden in al onze eigen gebrekkigheid en rommeligheid waar te maken, samen met elkaar, kerk en dorp, elkaar te aanvaarden, met alle verschillen die er toen op Pinksteren ook al waren, talen, volken, culturen, de hele mikmak en de volledige santenkraam.

En zeg ik met Bonifatius:
Gods goedheid is groot en de genade van de Schepper onuitsprekelijk.

AMEN

Previous Post Next Post

1 Comment

  • Reply Harry 06/06/2022 at 23:06

    Prachtige preek, Bert

  • Leave a Reply