Overdenking

hard tegen hart, Marcus 1, 21 – 28

Jezus geneest de zieken.
Ik weet niet hoe dat voor u is, maar ik had daar vroeger een beetje Albert Schweitzer-achtige plaatjes bij: de grote blanke weldoener, te midden van de arme kleine zwarten. Maar dat is valse romantiek, waar je je van bevrijden moet.
Er is niets romantisch of zalverigs aan Jezus die de zieken geneest. Het is een harde strijd die hier wordt geleverd.
Jezus is niet een wonderdokter, die overal waar hij komt zijn genezende krachten demonstreert. Hij geneest in het hele evangelie nergens zomaar en nooit uit zichzelf. U moet er maar eens op letten. Het is altijd zo, dat de gekwelde mensen op hém afkomen. Jezus neemt nooit zelf het initiatief.
Daar komt bij, zoals gezegd, dat die genezingen altijd iets verbetens hebben. Niks geen zoetigheid. Het is een harde strijd, tegen de demonen, tegen de kwade geesten, tegen de machten die het koninkrijk dwarsbomen.

Dat alles is aan de orde, in het korte evangelie van vandaag, dat we zojuist hoorden.
Jezus komt naar de synagoge in Kafarnaüm, waar hij meteen indruk maakt met zijn leer. Heel anders dan de schriftgeleerden, staat er. In die kleine toevoeging wordt meteen al een thema aangeduid, dat in het verloop van het verhaal een grote rol zal spelen, de tegenstand die Jezus zal ondervinden van de religieuze leiders. Maar dat is voor later.
De tegenstand komt ook van de andere kant.
Er is in de synagoge ook een man ‘die bezeten was door een onreine geest’. Zeg maar, een verwarde man? Nou ja, daar lijkt het op. Hij begint te schreeuwen: Wat hebben wij met jou te maken. Ik weet wel wie jij bent: de heilige van God. Je bent zeker gekomen om ons te vernietigen.

Ook hierin wordt iets duidelijk, dat in het hele evangelie een bijzondere rol speelt en dat te denken geeft. De bezeten mensen, zeg maar een beetje oneerbiedig: de gekken – die hebben precies door met wie ze te maken hebben, als ze Jezus tegen komen. ‘Ik weet wel wie jij bent’, zegt de man in de synagoge. Precies zo verderop bij de door een onreine geest gekwelde man tussen de graven, die zegt: ‘Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de Allerhoogste God’(Marcus 5).

Wat voor de leerlingen, de mensen dicht om Jezus, voortdurend een raadsel is – Wie is toch deze Jezus? Waar haalt hij het vandaan? – dat ligt bij de man met de onreine geest heel anders. De verbazing die doorklinkt in de reactie van de mensen in de synagoge – hun verbijstering staat er (Marcus gebruikt krasse woorden), staat in schril contrast met de precisie waarmee de bezeten man Jezus door heeft. Wie is er nu gek? Zijn het niet vaak de zogenaamde verwarde mensen, die een grote gevoeligheid aan de dag leggen? En die het zeggen, zonder filter, zonder rem ook.

Jezus levert een strijd op leven en dood, zo sterk mag je het wel zeggen, met de krachten van het kwaad. Dat zit er achter deze bijzondere verhalen over het uitdrijven van de demonen. We begrijpen dat die verhalen gekleurd zijn door de tijd, waarin men minder kennis had van psychiatrische aandoeningen. Waarin een verward mens werd gezien als iemand met een kwade geest. Maar als je daar doorheen kijkt, dan is in de kern het nog precies hetzelfde.
Het is het conflict tussen het goede en het kwade, tussen licht en donker, dat hier wordt uitgevochten.

Die genezingen zijn geen anekdotische verhaaltjes om de boodschap van Jezus wat op te smukken. Ze drukken de kern uit van zijn roeping. Ze zijn de uitwerking van zijn leer. Ja, van zijn leer, van zijn prediking.
Let er maar eens op. Jezus begint in de synagoge te leren. Wat hij vertelt, horen we niet. Zijn preek is niet overgeleverd. Maar de mensen zijn diep onder de indruk van zijn onderricht. Zijn woorden slaan aan. En dat herhalen ze, nadat hij de bezeten man streng heeft toegesproken, en de onreine geest hem onder stuiptrekkingen verlaten heeft: ‘wat is dit? Een nieuwe leer met groot gezag!’

De genezing wordt gezien als een uitdrukking van zijn leer. Er is geen verschil tussen theorie en praktijk. Bij Jezus gaan die samen, versterken ze elkaar, of nog anders: drukt het een zich in het ander uit. Als hij een nieuwe leer komt brengen dan is dat meteen zichtbaar doordat gekwelde mensen er van opknappen. Door zuiver over God te spreken, maakt hij de mensen werkelijk vrij (Anselm Grün). En waar mensen worden genezen, grijpt die genezing als het ware dieper aan, omvat het de hele persoonlijkheid en is dát de uitdrukking van de leer, van de boodschap die hij komt brengen.

Wat bij ons vaak gescheiden werelden zijn, de theorie en de praktijk, de kerkelijke leer en de kerkelijke praktijk, daar zit bij Jezus geen streepje licht tussen. Daarom is het ook niet terecht als wij dat uit elkaar halen, bijvoorbeeld als er een kunstmatige tegenstelling wordt gecreëerd, tussen het verticale en het horizontale. Dienst aan mensen is dienst aan God en werken aan het koninkrijk en omgekeerd. Daarom zeggen de mensen, een nieuwe leer, met gezag!

Ik zei al, een opmerkelijk aspect van het evangelie is dat de werking van deze nieuwe leer zichtbaar wordt juist aan de verwarde mens, dat de strijd aangegaan wordt met de onreine geesten, in de belevingswereld van die tijd. Juist daar gaat het hard tegen hard. Het is alsof de machten van het kwade heel goed door hebben wie deze Jezus is.

Het is een herkenbaar patroon. Overal waar het goede zich manifesteert, roept dat heftige reacties op. En het is van alle tijden. De drang om wat mooi en goed is, kapot te maken. Het is het mechanisme dat een rol speelt bij het lot dat Jezus zal ondergaan. Pure liefde, daar zijn we verlegen mee, dat roept agressie op, dat is – hoe vreemd het ook klinkt – zo bedreigend, dat we het liever uit de weg ruimen. De macht van het kwade is, om steeds weer het goede onderuit te halen, om jou in te fluisteren dat je toch niet deugt, of dat het toch nooit verandert, dat het geen zin heeft, dat je niet zacht en aardig moet zijn, maar sterk, dat je niet over je heen moet laten lopen, maar kracht en zekerheid moet uitstralen, anders delf je het onderspit. En zo voort.

Wat is die onreine geest? We kunnen er van afstand geen psychiatrisch label op plakken.
Maar veel van dit soort aandoeningen, toen en nu, hebben te maken met een diepe angst, met onzekerheid die zorgt voor verkramping en soms letterlijke verlamming. Onreine geesten vertroebelen het zelf- en het godsbeeld van mensen. Wij noemen dat, dwanggedachten, dwangstoornissen. En de paradox is dat een mens zich krampachtig aan dat vertroebelde beeld vasthoudt, zoals iemand zich aan een verslaving kan hechten – vandaar de harde strijd, het stuiptrekken, de luide schreeuw van verzet en overgave.

De genezing van deze bezetene, wordt hier verteld als het eerste genezingsverhaal van het evangelie. Het laat meteen zien, dat Jezus ‘ leer van het Koninkrijk, van het leven naar Gods bedoeling, concreet gestalte krijgt waar een mens van de vreemde machten die hem beheersen wordt vrijgemaakt. Genezing betekent altijd dat Jezus een mens vrijmaakt om te zijn wie hij is; hij verbreekt de macht van de verduisterende en onreine geest en brengt de persoon bij zijn ware essentie (Anselm Grün).

Vandaag zoeken veel mensen naar hun identiteit. Dat is van alle tijden, maar juist in onzekere tijden speelt dat sterker op. Het is de paradox dat in onze welvarende samenleving steeds meer mensen, en niet alleen jongeren, kampen met depressies, burn-out en er meer antidepressiva wordt geslikt dan ooit tevoren.
De Vlaamse psychiater Paul Verhaeghe ziet een belangrijke oorzaak in de cultuur van neoliberalisme, waarin we steeds maar moeten presteren, waarin hebzucht als iets goed wordt gezien, succes een eigen verdienste en egoïsme als een deugd. Het zijn de demonen van onze tijd. In een maatschappij waarin mensen steeds meer op zichzelf teruggeworpen worden, verkommert onze ziel. Waar mensen bevrijd worden uit die verkrampende en verlammende angst voor zichzelf en voor de ander, gaan we open, staan we op, en krijgt het bevrijdend visioen van het Koninkrijk gestalte.

Previous Post Next Post

No Comments

Leave a Reply