Hannah Arendt, Over Palestina

In het licht van de actuele situatie valt de uitgave van twee teksten van Hannah Arendt over Palestina te begrijpen. Ze worden gepresenteerd als ‘herontdekt’. In ieder geval verschijnen ze voor het eerst in vertaling.
Arendt (1906 – 1975) geldt als één van de belangrijkste politieke filosofen van de vorige eeuw. Haar biografie belichaamt die eeuw, die in het teken stond van twee wereldoorlogen en van de verschrikkingen van totalitaire systemen. Zelf moest ze als Joodse vluchten voor de Nazi’s en was ze jarenlang stateloos. In de VS bouwde ze een nieuw leven op en verwierf ze wereldwijde bekendheid met haar studie over het totalitarisme en haar journalistieke verslag van het Eichmann-proces.

In haar jonge jaren werkte Arendt in Duitsland en later als vluchteling in Frankrijk voor een zionistische organisatie om Joodse jongeren te begeleiden die zich in Palestina wilden vestigen. Na de oorlog, toen de staat Israël werd gesticht, uitte ze zich veel kritischer over het zionisme. Van meet af aan voorzag ze dat, als er geen goede regeling met de Palestijnen zou worden gemaakt, waarbij ze gelijke burgerrechten zouden krijgen en deelname aan de politieke organisatie van de nieuwe staat, dit zou leiden tot een eindeloos conflict. Haar relatie met het reëel bestaande zionisme kreeg een verdere knauw na haar kritische verslag van het Eichmann-proces. Arendt bleef een scherp criticus van de staat Israël.

De twee teksten die nu zijn vertaald verschenen respectievelijk in 1944 en 1958. De eerste dus voor de stichting van de staat of de Nakba (de ramp), zoals de Palestijnen deze gebeurtenis noemen; de andere tien jaar daarna.
Het eerste, geschreven voor een tijdschrift van de Joodse emigrantengemeenschap in de VS, is een beschouwing over het buitenlandbeleid van de VS. Arendt had al goed door dat het ‘all about the oil’ is: “De grote gevaren die het Nabije Oosten bedreigen zijn duidelijk. Grootmachten die zelfs geen strookje land in de buurt van de Middellandse Zee bezitten, kunnen er door de behoeftes van het toekomstige luchtvaarverkeer en andere oliebelangen, toe bewogen worden om samen over het hele gebied te willen heersen of om er met elkaar over te strijden. Heelt het Midden-Oosten, misschien zelfs het hele Middellandse Zeegebied, kan aldus het kruitvat van de wereld worden.”
De tweede tekst is een uitvoerig eindrapport dat ze samen met anderen schreef voor een internationaal instituut dat zich bezig hield met het Midden-Oosten, waarin suggesties worden gedaan om tot een oplossing van het Palestijnse vluchtelingenprobleem te komen. Zorgvuldig worden feiten en meningen van elkaar gescheiden en worden er concrete beleidsdoelen voorgesteld.

De vertaling van deze teksten is van Alicja Gescinska, de Belgische filosofe van Poolse afkomst, die er ook een toelichtend verklaring bij geeft. Onlangs verscheen van haar Vrouwen in duistere tijden, waarin ze verschillende, bij het grote publiek vaak onbekende, vrouwelijke filosofen uit de vorige eeuw voor het voetlicht haalt, waaronder Arendt. Het gaat in dit boek, dat in de titel een verwijzing is naar een boek van Arendt (Men in Dark Times) om vrouwen die de kracht van verzet tegen onmenselijkheid belichamen. Op een bepaalde manier geldt dat ook voor dit boekje.

De beide teksten in deze uitgave hebben een zekere documentaire waarde. Tegelijk leven we decennia later; is de situatie in de kern niet wezenlijk veranderd, eerder verslechterd en daarom misschien nog wel uitzichtlozer geworden. Het rapport uit 1958 is op bijna alle punten achterhaald. Wat rechtvaardigt dan deze uitgave?
Volgens Gescinska laten ze de scherpte van Arendts politieke analyses zien, die door het politieke opportunisme heen prikken en dat blijft relevant voor vandaag. Maar het eerste argument dat ze noemt, en waar ik haar graag in bijval, is dat het rapport spreekt over een schier onoplosbaar probleem en tegelijk stelt dat ieder politiek probleem oplosbaar is: “Haat is niet eeuwig. Een oplossing, op rechtvaardige leest geschoeid, kan vijandigheid doen oplossen en een nieuw klimaat voor mogelijke samenwerking scheppen.”

We kunnen het ons niet veroorloven om dat naïef te vinden. Het geloof dat ‘haat niet eeuwig is’ verplicht ons om vandaag te blijven geloven in en te zoeken naar wegen die naar een rechtvaardige oplossing leiden. Helder denken, scherp onderscheiden en nuchter analyseren, hoort daarbij. Daarom hebben deze teksten ook vandaag nog hun waarde.

View Comments (1)
  1. Binjamin Heyl

    Zolang de religieuze leiders van jodendom, christendom en islam niet bereid zijn gezamenlijk in actie te komen voor een rechtvaardige vrede voor alle betrokkenen zal het daar geen vrede komen. Religieuze leiders dienen zich te schamen. In Berlijnjbegrijpen ze dat. Daar wordt elke maand onder leiding van rabbijn, predikant en imam gebeden voor vrede en iedereen kan zich daarbij aansluiten. Morgen gaaan wij bij de Assadaaka Community bidden tegen antisemitisme, christenvervolging en moslimhaat en voor een wereld waar het goed wonen is voor al wat leeft. En hier zullen joden aanwezig zijn, christenen, moslims en anderen. Verder wil u graag attenderen op de novelle: De Staat Palestina uitgeroepen 14 mei 2048. Door Binjamin Shalom en Mohammed Salaam, ukitgegeven door Uitgeverij Gopher, http://www.gopher.nl

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *