Haar aangezicht

Een attente kerkganger was het opgevallen. Hij vroeg mij waarom ik bij de slotzegen ‘de Eeuwige’ de ene keer het woord ‘zijn’ meegeef en de tweede keer ‘haar’ (De Eeuwige doe zijn aangezicht over u lichten… de Eeuwige verheffe haar aangezicht over u….). Hij schrijft: “Dat heb je niet per ongeluk gedaan. Kun/wil je vertellen wat de motivatie hiervoor is? En als je dat wilt toelichten, mag ik dat in de zondagsbrief publiceren?”

Dit was mijn reactie:

“Ik doe dat inderdaad de laatste tijd met enige regelmaat. Het is vooral een poging om mijn taal meer inclusief te laten zijn. Daar ben ik gevoeliger voor geworden, ook door reacties van anderen. Taal is nooit neutraal. We zijn zo gewend aan het mannelijk taalgebruik. Dat heb ik zelf jarenlang vrij onbevangen gebruikt, en nog betrap ik mij daar wel eens op. Nu is het duidelijk dat de Bijbel is voortgekomen uit een cultuur waarin het mannelijke perspectief dominant is. Maar als we in onze vertaling inclusief kunnen zijn, bv. door ‘broeders en zusters’ te vertalen als daar letterlijk alleen broeders (adelfoi) staat, kunnen we ook proberen om in onze eigen liturgie zo inclusief mogelijke taal te hanteren. Vandaar dat ik ook kies voor ‘hoge stemmen’ en ‘lage stemmen’, bij een lied in wisselzang. Misschien zijn er meer manieren om voor inclusieve taal te kiezen. Als gemeenteleden mij daarbij kunnen helpen hoor ik het graag.”

Schrijf een reactie

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *